Prisoners4

Wanneer de vrede uitbreekt

(Engelstalige versie: ga naar mijn weblog Ave Mundus)

De eerste intifada duurde van 1987 tot 1993, de tweede van 2000 tot 2005. Staat de derde nu dan voor de deur? Je hoeft niet in historische cycli te geloven om met die mogelijkheid rekening te houden. Hoewel Westerse media het kennelijk amper vermeldenswaard vinden, is de situatie voor de Palestijnen zelden uitzichtlozer geweest. Van een vredesproces is al jaren geen sprake meer, de bouw van nederzettingen wordt onverdroten voortgezet, het kolonistengeweld neemt almaar toe en de Westelijke Jordaanoever zucht onder een economische crisis zonder weerga, na jaren van kunstmatige, donor-gerelateerde groei.

Toch zal het mogelijke uitbreken van een grootschalige opstand vrijwel volledig afhangen van wat er met de gevangenen gebeurt.

Sinds president Mahmoud Abbas erin slaagde de status van Palestina bij de VN te verhogen en Israël met diverse strafmaatregelen reageerde, staan de verhoudingen ouderwets op scherp. En dan wordt de manier waarop Israël de Palestijnse gevangenen behandelt – een constant pijnpunt – vanzelf de krachtigste katalysator van het nationale ongenoegen. Zeker wanneer een aantal gedetineerden al zeer lange tijd in hongerstaking is en er een Palestijn overlijdt die door de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet voor ondervraging werd vastgehouden. Aan een hartaanval, zo verluidt, maar Palestijnen die dit geloven moeten met een lampje worden gezocht.

Er hoeft maar een van de hongerstakers in gevangenschap te sterven en de derde intifada is een feit. Dat denkt ten minste Badran Jaber (68), die zelf 17 jaar in Israëlische gevangenissen doorbracht en ooit gelijktijdig met zijn vijf zonen vast zat. De kwieke, besnorde senior in pak met stropdas en een roodgeblokte kefiyeh, gedrapeerd in traditionele bedoeïnenstijl – in tegenstelling tot postmoderne David Beckham-stijl – was in 1967 mede-oprichter van het Marxistisch-Leninistsche Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), dat in de jaren zestig en zeventig bekendheid verwierf door vliegtuigkapingen en bloedige aanslagen op burgers. Het PFLP staat bij de EU en de VS nog altijd als terreurorganisatie te boek.

Badran Jaber, een oudgediende van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, zat 17 jaar van zijn leven in Israëlische gevangenissen

,,Geloof het of niet, vreedzaam verzet heeft altijd mijn voorkeur gehad,’’ verkondigt hij nu, gezeten aan een druk pleintje in de Palestijnse stad Hebron, waar hij een solidariteitsbijeenkomst met de hongerstakende gevangenen bezoekt. ,,Het probleem is: zal het genoeg zijn? Kan het vreedzaam blijven? Israël heeft de onhebbelijke gewoonte steeds met groot machtsvertoon te reageren op elk verweer dat wij op touw zetten. Geeft niet, dat zijn we gewend. Alleen: we staan nu wel met de rug tegen de muur. De werkloosheid is 35 procent, er is geen geld, er zijn geen banen, het is lang geleden dat we onze vooruitzichten zo beroerd waren.  Hoe lang wilt u nog dat wij ons als koorknapen blijven gedragen?’’

Collectieve hongerstakingen zijn al decennia lang een beproefd middel van Palestijnse gevangenen om een betere behandeling af te dwingen. De PFLP-er was als gevangene bij tal van dergelijke acties betrokken. ,,Ik weet hoe het voelt. Na drie weken begint alles pijn te doen: je benen, je ogen, je ellebogen. En dan te bedenken dat een van onze helden het nu al meer dan een half jaar volhoudt!”

In 1988 leidde de veteraan een hongerstaking in een beruchte noodgevangenis in de Negev Woestijn, inderhaast opgericht omdat bestaande Israëlische huizen van bewaring uitpuilden van Palestijnse gevangenen. ,,Ik wist rechter Shemgar van het Israëlisch Hooggerechtshof te overreden tot een  bezoek. Ik overhandigde hem wat van onze dode huisdieren: slangen, spinnen en schorpioenen en zo. Hij was zo goed om onze omstandigheden onmenselijk te noemen, maar deed weinig tot niets.’’

De heroïek van gevangenisveteranen als Jaber is met name zo aansprekend omdat naar schatting 750.000 Palestijnen voor korte of lange tijd hebben vastgezeten. Dit betekent dat elke Palestijn in de bezette gebieden hetzij zelf een Israëlisch gevangenisverleden heeft, hetzij een naaste kent bij wie dat het geval is. De identificatie is intens.

Als Israël de spanningen wil terugdringen, is het misschien geen gek idee de gevangenen met iets meer respect te behandelen. Qaddura Fares is voorzitter van de Vereniging van Palestijnse gevangenen en nam in 1992 deel aan een grootscheepse hongerstaking. Het was aan de vooravond van het vredesproces, in die achteraf zo onschuldig lijkende dagen van de eerste intifada, en hij onderhandelde met Moshe Shakal. Nu nog spreekt hij met een zekere achting over deze toenmalige Israëlische minister van Binnenlandse Veiligheid: ,,Een man die tot redelijkheid was te bewegen. Onze omstandigheden verbeterden sterk. Respecteerde ik hem? In zekere zin. En dat doe ik nog steeds.” Nog geen twee jaar later gaven de gedetineerde strijders een verklaring af waarin zij de in 1993 gesloten Oslo-akkoorden steunden – en hun stem legde gewicht in de schaal. Dit zou nooit zijn gebeurd als de toenmalige Israëlische politici de Palestijnse militanten niet een zekere mate van waardigheid hadden gegund.

Sindsdien is er veel veranderd. Fares: ,,Het politieke klimaat was relatief gematigd. Israël heeft daarna helaas het pad gekozen van religieuze, racistische, rechtse politiek.’’ Het grootste verschil tussen toen en nu is volgens hem dat het Israëlische politieke leiderschap zich tegenwoordig in  gevangeniszaken mengt, waar vroeger het bevoegde ministerie de vrijheid had het beleid naar gelang de omstandigheden aan te passen. Hij geeft een voorbeeld: ,,Twee jaar geleden, na de vrijlating door Hamas van de Israëlische soldaat Gilad Shalit, zei Netanyahu dat geen van de Palestijnse gevangenen het beter mocht hebben dan Shalit het had gehad. Daarmee stelde hij zichzelf dus gelijk aan Hamas, volgens hem een terreurgroep. En het was geen loos dreigement. De situatie in de Israëlische gevangenissen is de laatste twee jaar rampzalig geworden. Zo heeft Netanyahu een einde gemaakt aan de onderwijsprogramma’s die tussen 1967 en 2010 hebben bestaan. Om ‘veiligheidsredenen’. De werkelijke reden is dat succesvolle, goed opgeleide, gecultiveerde Palestijnen meneer Netanyahu een gruwel zijn.”

Wat hier tegenover te stellen? ,,Blijven vechten voor onze vrijheid natuurlijk, zoals altijd’’ zegt Badran Jaber haast opgewekt, terwijl het drukke verkeer in Hebron voorbij raast. ,,En met alle noodzakelijke middelen, zoals vroeger.” Ook zelfmoordaanslagen? Hij buigt glimlachend naar zijn gesprekspartner: ,,Daar geef ik geen antwoord op, vriend. Ik kan alleen zeggen dat ik blij ben dat ik nog leef; dat er geen onschuldig kind zowel samen met mij als door mijn toedoen is gestorven. Maar laat ik je iets anders vertellen: Ik heb op Israëlische soldaten geschoten. Ik heb bommen geplant. Ik heb wapens van corrupte Israëlische soldaten gekocht en die vervolgens op hen gericht. Al die dingen heb ik gedaan, en ik heb er geen spijt van. Maar… wanneer de vrede uitbreekt, zal ik niets anders meer in mijn leven doen dan op mijn luit spelen.’’

De oude man staat op. Voordat hij afscheid neemt en zijn groeten overbrengt ”aan alle vredelievende Nederlanders” heeft hij nog één bekentenis in petto. Die  gaat vergezeld van een flamboyante grijns: ,,Muziek is mijn grootste passie.’’

Reacties

Vrijheid van meningsuiting is vaak strontvervelend en bestaat dus niet op deze website. Reacties zijn welkom, maar worden door mij gewogen. Ik zie veel door de vingers, maar niet alles. Scheldpartijen worden sowieso geweerd. Seksisme en racisme uiteraard ook.




* Verplicht, email adres wordt niet gepubliceerd