pglu-Rutger_Castricum

Schimmelcultuur van de Nederlandse media


On
derstaand stukje publiceerde ik op 25 november 2009 onder het pseudoniem Ave Mundus , op het inmiddels verscheiden weblog wegmetinternet.nl. Deels is het achterhaald. Toch biedt het, in het licht van de voortschrijdende Rutgerisering van de Nederlandse journalistiek en de discussie daarover, misschien nog aardig leesvoer. Komt-ie:
Als rechtgeaarde linkse rakker weet ik het nodige van de Derde Wereld. En geloof het of niet, daar heb ik nog wat aan ook. Kennis van exotische gebieden overzee leert ons namelijk ook iets over ons eigen volgevreten narcistische kleine helletje, te weten Nederland. Dat klinkt kras, want wat zouden wij nu kunnen leren van onderontwikkelde arme drommels die niet eens allemaal een Twitter-account hebben en dus nog in de virtuele middeleeuwen leven? Dat zal ik uitleggen.
In de jaren negentig kwam ik geregeld in de Derde Wereld. De meeste mensen daar hebben minder geld dan wij, en ook minder vrijheid, en zijn toch vaak wat beter te pruimen, wat minder kil en neerbuigend en arglistig in de omgang dan wij. Ik mag sterven als ik lieg, maar types als Dominique Weesie, bijvoorbeeld, die kom je daar in het wild praktisch niet tegen, wat toch wel een kleine zegen kan worden genoemd. Misschien komt dat omdat Derde Wereld-bewoners gewoon aardiger zijn. Als linkse gelovige neig ik naar deze opvatting. Een cultuurkwestie. Hun cultuur is superieur, veronderstel ik. Maar ik erken ook de mogelijkheid dat bescheidenheid, beleefdheid en niet voor je
beurt spreken een overlevingsstrategie vormen voor Derde Wereld-bewoners. Want in tal van aspecten van het dagelijks leven moeten ze continu op hun tellen passen.
Hoe dan ook, ik kwam er graag, ondanks de vreselijke misstanden die er heersten. Het was een andere, leerzame wereld. Dominique Weesie, zelfverklaard bestrijdertje van misstandjes betreffende een totalitair Nederlands overheidje of iets dergelijks, die raad ik aan om er ook eens een kijkje te nemen. Maar dit terzijde. In de jaren negentig werd ik nogal eens als krantenverslaggever naar de Derde Wereld gestuurd. Een mooie tijd. Twee maal was ik getuige van een ‘mediarevolutie’: de regimes van Algerije en Iran waren door omstandigheden gedwongen de teugels wat te laten vieren. Het gevolg was een explosieve groei van de tot dan minuscule en door de staat gecontroleerde dagbladensector. Het aantal krantentitels verveelvoudigde in korte tijd. Hartverwarmend en hoopgevend vonden we deze ontwikkeling in het Westen. Uiteraard was er van enthousiasme bij de plaatselijke regimes geen sprake. Zij betichtten deze nieuwe kranten, die hen niet gunstig gezind waren, van valse en onzorgvuldige berichtgeving.
Helaas: daarin hadden die dictatoriale, immorele en corrupte regimes vaak gelijk. Met al hun prijzenswaardige moed bleken veel nieuwe journalisten namelijk niet goed te weten wat het vak inhoudt. Berichten werden op basis van geruchten en zonder toepassing van hoor en wederhoor gepubliceerd. Verdachtmakingen zonder bronvermelding vulden de kolommen. Vanzelfsprekend hadden de dictatoriale regimes tonnen boter op hun hoofd, maar hoe je het ook wendt of keert, hun kritiek was terecht.
Nee, de nieuwe journalisten in deze ontwikkelingslanden hadden weinig ontwikkelde opvattingen over hun vak, over vrijheid en over democratie. De vraag is of je ze dat erg kwalijk mocht nemen. Ze konden immers nauwelijks putten uit enige ervaring op het gebied van vrijheid, democratie en volwaardige journalistiek.
Niet veel later deed zich ook een mediarevolutie voor in het Westen. Om ons te beperken tot Nederland: deze revolutie vond niet plaats omdat de overheid de teugels had laten vieren. De overheid had die teugels immers al lang uit handen gegeven. Ze beperkte zich tot een ‘aansturende rol’, ze wilde alleen nog ‘de samenleving prikkels geven’. De revolutie vond niet plaats dankzij zo’n wazige, door van de pot gerukte managers geleide overheid, maar dankzij het internet, dat de gevestigde media van hun ‘informatiemonopolie’ beroofde en ‘iedereen’ in staat stelde journalist te zijn.
Deskundigen juichten deze ontwikkeling toe. Het betekende dat de media werden gedemocratiseerd en dat was eigenlijk geheel in overeenstemming met onze samenleving, waarvan democratie immers de grootste deugd is. Power to the people!
Maar ja, zó democratisch is onze samenleving nu ook weer niet. Onze democratie is niet bedoeld als een massademocratie waarin het volk zichzelf bestuurt, over zichzelf verslag doet en over zichzelf recht spreekt. In onze democratie is het de bedoeling dat politiek door politici wordt bedreven, journalistiek door journalisten wordt beoefend en recht door rechters wordt gesproken. Godzijdank. Want als het volk zelf deze taken zou overnemen, bracht het er geen bliksem van terecht, mark my words.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat in sommige beroepen, zoals politiek en journalistiek, amateurs niet kunnen uitgroeien tot professionals. In de Derde Wereld, bijvoorbeeld, zijn de journalistieke dilettanten van tien, vijftien jaar geleden in de loop der tijd een veel groter vakmanschap aan de dag gaan leggen. Helaas is van een dergelijke progressie bij de nieuwe internetjournalisten in ons land veel minder sprake. Terwijl het soms nog ervaren journalisten zijn ook!
Neem het grootste (pseudo-)journalistieke internetsucces: het veelbesproken weblog GeenStijl. Ik geef toe: daar valt best wel eens wat op te lachen. Maar dat het fenomeen Rutger Castricum binnenkort de Nederlandse televisie ook onveilig mag maken, daar is niets grappigs aan. Want kijk: Rutger Castricum, dat is privé misschien een aardige jongen. Dat zou ik niet weten en het doet er ook niet toe. Wat er toe doet is dat Rutger Castricum in zijn openbare optreden een onbetekenende kleine patser is die trammelant nodig heeft, een holle, verwende burgerpummel die zichzelf een enfant terrible waant.
Ja, lach maar met hem mee om de mensen die hij voor aap zet. Dat sommige mensen zich zo door hem op de kast laten jagen, dat is meelijwekkend, maar maakt dat Rutger Castricum automatisch tot een grote jongen? Hij wint het van zijn slachtoffers omdat ze net even minder sluw en niets ontziend zijn en zich in een iets lastiger parket bevinden dan hij, de grote vrijbuiter. Dat hij met zijn camera, microfoon en brutaliteit, en onder het valse voorwendsel van vrije nieuwsgaring, mensen zo ver weet te krijgen dat ze zichzelf naar beneden halen – een Van Jole die zijn middelvinger opsteekt, een Vogelaar die minutenlang stommetje tegen hem speelt– is dat nu echt zo leuk en maakt dat Rutger Castricum nu echt relevant? Iedereen mag hierover het zijne denken, maar ik zie het zo: als mensen als Rutger Castricum en aanverwante schimmelculturen de toekomst van de Nederlandse media belichamen, dan zijn wij ernstig in de aap gelogeerd.
Het lijkt erop dat zowel de journalistieke dilettanten in de Derde Wereld als de internetjournalisten in Nederland moeite hadden dan wel hebben met vrijheid. Eerstgenoemden omdat ze vrijheid nauwelijks kenden, laatstgenoemden omdat ze vrijheid juist als volstrekt vanzelfsprekend, onuitputtelijk en absoluut beschouw(d)en, iets waarmee je niet zorgvuldig hoeft om te gaan. De geringste inperking geeft dan al snel aanleiding tot kreten als ‘Big Brother’. De Derde Wereld bewijst echter dat vrijheid een kostbaar goed is dat soms moet worden afgedwongen en dat dus ook kan worden verkwist, indien achteloos beheerd.
Er is nog een verschil tussen collega’s in de Derde Wereld en Weesie en Castricum en aanverwante schimmelculturen in ons volgevreten helletje dat naar de naam Nederland luistert. Eerstgenoemden mogen het opnemen tegen tirannieke regimes, soms met gevaar voor eigen leven. Laatstgenoemden hebben niets anders te bevechten dan hun eigen, afgrondelijke leegte.

Reacties

Vrijheid van meningsuiting is vaak strontvervelend en bestaat dus niet op deze website. Reacties zijn welkom, maar worden door mij gewogen. Ik zie veel door de vingers, maar niet alles. Scheldpartijen worden sowieso geweerd. Seksisme en racisme uiteraard ook.

  1. Lilian

    Hulde! ;-)

  2. Frank

    Ha Carl, Je krijgt van mij gelijk wat betreft bepaalde aspecten van Rutger Castricum. Zijn "interviews"zijn vaak tenenkrommend slecht. Echter, ik lees iedere 2 weken (niet te vaak, want dat is niet gezond voor geest en lichaam;-) ) www.geenstijl.nl, want langdradigheid is iets waaraan ik een grondige hekel heb. GS heef t dat ook. Daarnaast worden (enorme) misstanden aan de kaak gesteld. Dit herkende ik ook in Dagblad De Pers (helaas ter ziele per 30-03-2012) dat weliswaar "braver" was dan Geen Stijl, maar ook kritisch. Met vriendelijke groeten van je voormalige medestudent aan ITV, Frank Blous




* Verplicht, email adres wordt niet gepubliceerd