Palestinian children

Het mysterie van het ‘volksterrorisme’

lees hier de Engelstalige versie

Het type is bekend: die zalvende, onoprechte, soms licht vermanende, onderhuids neerbuigende zegslieden van regeringen met een omstreden reputatie op het gebied van mensenrechten.

Ik heb er in mijn tijd een aantal van meegemaakt en het beste wat je kunt doen is ze negeren.

Of ze stilletjes uit de weg gaan.

Of gewoon een milde vorm van verachting voor ze voelen.

Maar soms bereiken hun halve waarheden, onwaarheden en hypocriete retoriek een kritisch punt waarop een directe reactie vereist is.

Neem Amir Ofek, persattaché van de Ambassade van Israël in Londen. De afgelopen maanden hadden de Britse krant The Guardian en het medische tijdschrift The Lancet de moed gehad te schrijven over de hardhandige behandeling van Palestijnse minderjarigen door de het militaire gezag in de Westbank. Dat deden ze naar aanleiding van respectievelijk een in juni 2012 gepubliceerd rapport van een delegatie Britie juristen naar de Westbank, en een  zeer recent UNICEF-rapport. De meeste Westerse media negeren de kwestie, dus is het begrijpelijk dat de persattaché ontstemd was over deze afwijking van gangbare verslaggeving.

In een brief aan The Lancet klaagt hij dat het ‘slingeren van steenbrokken’ – een ander had gekozen voor de wat gematigder verwoording ‘gooien van stenen’- wordt afgedaan als een gering vergrijp. Iets wat Ofek ‘met name zo wreed’ vindt, ‘omdat op dit moment de 2-jarige Adele Bitton voor haar leven vecht op intensive care nadat vijf Palestijnse minderjarigen steenbrokken hadden geslingerd naar de auto waarin zij zat. De realiteit is dat een kei, zelfs wanneer deze wordt geworpen door een jonge tiener, een potentieel dodelijk wapen is.’

Zonder twijfel. Maar er is nog een andere, omvangrijkere, aanzienlijk relevantere realiteit: bovenvermelde Britse juristen hadden gevraagd om bewijs voor de schade die stenengooien aanricht, gezien de nadruk die de Israëlische autoriteiten leggen op dit strafbare feit. Tot hun verrassing produceerden die autoriteiten slechts één incident dat in september 2011 de dood van twee mensen tot gevolg had, een geval van een man die verwondingen aan het gezicht opliep en zes gevallen tussen augustus en september van schade aan auto’s, zonder verwondingen.

De juristen voegden hieraan toe dat de Israëlische organisatie No Legal Frontiers – die een rechtssysteem zonder discriminatie bepleit in de bezette Palestijnse gebieden – meldden dat in 89 gevallen van stenengooien die zij had bestudeerd, er slechts in één geval sprake was van verwondingen en in drie gevallen van schade aan een voertuig.

Mocht u nu  twijfelen aan de betrouwbaarheid van organisaties als No Legal Frontiers – sommigen doen dat – neem dan even kennis van het volgende: ‘Helaas moet de militaire rechtbank honderden gevallen van stenen gooien per jaar afhandelen. Ze leiden zelden tot verwondingen, en dat ze de dood tot gevolg hebben is nog zeldzamer.’ Let wel, dit komt niet van een of andere ‘tot in haar vezels gepolitiseerde mensenrechtenorganisatie’, die haar gebruikelijke ‘linksige, joden-voor-jihad flauwekul’ ten beste geeft. Hier spreekt niemand minder dan de militaire rechter majoor Amir Dahan.

Niettemin vroegen kolonisten na het incident met de 2-jarige waarnaar persattaché Ofek ten eigen voordele verwijst, om een hardere opstelling van de Israëlische strijdkrachten. En zoals vaak gebeurt met verzoeken van kolonisten, toonden de Israëlische strijdkrachten zich gewillig. ‘Het leger heeft zijn toon aangepast,’ schrijft de krant Haaretz. ‘Vroeger werd stenen gooien als ‘ordeverstoring’ aangemerkt, nu wordt het ‘volksterrorisme’ genoemd.’

Het leger lijkt echter meer te hebben gedaan dan zijn toon aanpassen. Op woensdag 20 maart werden in de Palestijnse stad Hebron 27 kinderen van 7 tot 15 jaar die op weg naar school waren gearresteerd, op verdenking van het nieuw uitgevonden ‘volksterrorisme’. De meeste kinderen kwamen ‘s avonds alweer vrij, waaruit blijkt dat dit weer een van die acties was die niet in de eerste plaats het recht, maar een scherp omlijnd deel van de publieke opinie dienen, zoals dat wel vaker voorkomt op de Westbank.

Twee dagen voor dit luisterrijk machtsvertoon publiceerden de strijdkrachten een  blogpost, getiteld ‘Rocks can kill’, waarin alle dodelijke slachtoffers van stenengooien sinds 1983 worden vermeld. Het gaat om acht personen. Hoe afkeurenswaardig de incidenten die leidden tot deze sterfgevallen ook mogen zijn, iedereen zal het ermee eens zijn dat stenengooien zeer zelden tot de dood leidt.

Terug naar persattaché Amir Ofek. Wat staat er nog verder op zijn menu van misleidingen? Hij wijst erop dat UNICEF een aantal verbeteringen in het rechtssysteem heeft verwelkomd, zoals de instelling van jeugdrechtbanken.

De instelling van deze rechtbanken in 2009 is inderdaad een positieve ontwikkeling. Maar laten we eens kijken wat de Britse juristen erover te melden hebben: ‘De militaire jeugdrechtbanken zijn niet gekwalificeerd om zich met zaken rond de detentie en vrijlating van kinderen bezig te houden. Deze komen enkel aan de orde in het hoofdproces, nadat er een aanklacht is ingediend (…) detentieprocedures van kinderen worden afgehandeld door de rechtbank voor volwassenen. In de praktijk gebeurt dat echter soms toch door de jeugdrechtbanken.’ Kortom: een en ander lijkt nog voor verbetering vatbaar.

Tijd voor een slotsom. Wat krijgen we als toetje? Nou, de Palestijnse schoolboeken en televisieprogramma’s natuurlijk, die kinderen aanzetten tot criminele daden, hen ‘voeden met een continu dieet van haat en geweld’, enzovoorts, etcetera.

Palestijnse schoolboeken stellen Israël inderdaad voor als de vijand, en leggen de nadruk op het negatieve, op conflict. Hetzelfde kan echter worden gezegd van Israëlische tekstboeken ten aanzien van de Palestijnen, zij het in wat mindere mate. Deze mensen lijken elkaar gewoon niet erg te mogen, begrijpt u wel? Maar laten we niet overdrijven. Al met al komen er geen opruiing, ontmenselijking of regelrechte haattaal in deze tekstboeken voor, noch van Israëlische, noch van Palestijnse zijde. Dat beweer ik niet, dat is de uitkomst van een drie jaar bestrijkende studie, uitgevoerd door een team van Amerikaanse,  Israëlische en Palestijnse deskundigen. Overigens weigerde de Israëlische regering aan dit project mee te werken, omdat alleen al het idee van een vergelijking tussen beide partijen haar tot woede dreef.

Hier wat onweerlegbare feiten waarvan de persattaché ongetwijfeld op de hoogte is, hoewel hij ze niet noemt: de Palestijnse Autoriteit zet haar burgers niet aan tot geweld, verre van. President Mahmoud Abbas is een verklaard tegenstander van een ‘militaire intifada’. Hij wordt vaak als een onbekwaam leider afgeschilderd, maar het is hem gelukt de invloed van gewapende groepen aanzienlijk terug te dringen. Dat deed hij in nauwe samenwerking met Israël. Steden als Nablus en Jenin, waar de Al-Aqsa Martelarenbrigades ooit heer en meester waren, zijn nu redelijk veilig.

Het is zelfs zo dat niet één Israëlische burger in 2012 werd gedood door een terreuraanval op de West Bank of in Jeruzalem althans: volgens de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet. Er is echter wel een toename geweest van ‘terreuraanvallen’, waarbij in de meeste gevallen sprake was van ‘brandbommen’. Shin Bet doelt met alle waarschijlijkheid op Molotov-cocktails, een primitief wapen dat relschoppers over de hele wereld gebruiken – niet het soort ‘brandbommen’ die militaire vliegtuigen op steden lieten vallen tijdens de Tweede Wereldoorlog,  met honderdduizenden doden als gevolg.

Dit alles doet dan weer vragen rijzen over het verschil tussen aanvallen van kennelijk niet-terroristische aard door Joodse tieners en het ‘volksterrorisme’ van minderjarige Palestijnse stenengooiers. Misschien dat persattaché Amir Ofek hierover ooit nog eens duidelijkheid kan verschaffen.

Reacties

Vrijheid van meningsuiting is vaak strontvervelend en bestaat dus niet op deze website. Reacties zijn welkom, maar worden door mij gewogen. Ik zie veel door de vingers, maar niet alles. Scheldpartijen worden sowieso geweerd. Seksisme en racisme uiteraard ook.




* Verplicht, email adres wordt niet gepubliceerd