greed

Edele wilden, ooit (aflevering 3, slot)

(Lees hier de vorige aflevering)

In de periode dat haar positie steeds machtiger werd, raakte de Koningin der Aarde omringd door hovelingen van overwegend bedenkelijk allooi. Dat wreekte zich toen haar troon begon te wankelen. Stukje bij beetje roofden de hovelingen haar paleis leeg.

De geldwolven waren niet geïnteresseerd in het redden van de krant, ze probeerden alleen het juiste moment te kiezen om ervandoor te gaan, met medeneming van zoveel mogelijk bankbiljetten in hun buitenzakken, binnenzakken, achterzakken, borstzakken, capuchon, hoed, schoenen, onderbroek, mond, oren, oksels, bilnaad, neusgaten, aarsgat, enfin, waar ze maar bankbiljetten in kwijt konden.

En zelfs als ik ze nu onrecht aandoe, zelfs als ze wel degelijk goede bedoelingen hadden, dan toonden ze wat ze als ondernemers waard waren met de volgende kostelijke manoeuvre: de beste artikelen uit de krant lieten zij dagelijks gratis op het wereldwijde web plaatsen, waardoor het publiek nog minder reden had de krant te kopen. De achterliggende gedachte was om het webpubliek op deze manier ‘warm te maken voor de papieren krant’. Een kind had kunnen voorspellen dat het niet zo zou uitpakken.

De redactie werd ondertussen ‘versterkt’ met types die het tij wel even zouden doen keren. Dit bleken opportunisten te zijn die zich bedienden van trendy jargon. ‘We moeten de content uitnutten langs diverse mediale kanalen,’ zeiden ze bijvoorbeeld. Content, toe maar. Uitnutten, tut-tut. Langs diverse mediale kanalen, het mocht wat. En als jij, ex-edele wilde, geheel tegen je instinct tot zelfbehoud in, toch nog het woord ‘diepgang’ liet vallen, dan toonden de types die het tij wel even zouden doen keren geen meewarig lachje meer, nee, ze keken je aan alsof je een NSB-er was. ‘Diepgang?’, repliceerden ze dan. ‘Wat bedoel je? Je persoonlijke hobby’s, die niet aansluiten op de belevingswereld van de lezer?’ Ja, daar was je wel even stil van.

Voortaan, zo vervolgde zo’n nieuwlichter, zouden de lezers uitmaken wat belangrijk was, en niet de journalisten. Wat dachten wij traditionele dagbladjournalisten wel… dat wij eventjes voor de lezers konden bepalen wat belangrijk was? Met welk recht? Dat getuigde weer van zo’n linkse arrogantie die dit land naar de knoppen had geholpen. Welnu, de rol van de linkse kerk was uitgespeeld. Het kwam hierop neer: jarenlang hadden wij, slippendragers van de linkse regentenklasse, handlangers van de babyboomerkaste, met die lezers gesold. Hen lastig gevallen met onze persoonlijke hobby’s. Onze linkse stokpaardjes. Zo’n nieuwlichter die het tij wel even ging keren had nieuws voor ons: onze lezers waren niet links. Onze lezers, dat waren mensen die fokking hard werkten voor een fokking Dikke Vette Baan. En het was hoog tijd dat we die eens gingen bedienen! Op hun wenken!

Hadden onze lezers vooral een hekel aan Marokkaanse boefjes en hun kleinschalige misdragingen? Dan moesten wij vooral veel aandacht besteden aan het staatsondermijnende karakter van de kleinschalige misdragingen van die Marokkaanse boefjes. Nee, een beetje overdrijven kon daarbij geen kwaad. ‘Scherp opschrijven’, heette dat. Of  ‘stevig neerzetten’.  Die laffe linkse nuanceringen, daarvan had iedereen onderhand zijn bekomst. Vonden onze lezers dat Marokkaanse boefjes het land aan de rand van de afgrond hadden gebracht met hun kleinschalige misdragingen? Dat vooral de Marokkaanse boefjes met hun kleinschalige misdragingen en hun apologeten van de linkse kerk verantwoordelijk moesten worden gesteld voor de wanhopige toestand  waarin het land verkeerde? Dan moesten wij de indruk wekken dat wij dat misschien ook wel vonden. Dat de lezer daarin een punt kon hebben. Wie waren wij om de lezer vierkant tegen te spreken? De lezer was onze klant en een klant bruuskeerde je niet.

nieuwlichters

Wat hadden we graag met zulke nieuwlichters afgerekend zoals we dat vroeger gewend waren te doen. Maar dat ging helaas niet meer. Het waren er tegenwoordig  te veel. De gemeentelijke reinigingsdienst zou overuren hebben moeten maken. Sterker nog: ze waren nu zelfs in de meerderheid, dus konden we beter inbinden. Anders zou de gemeentelijke reinigingsdienst ons moeten opvegen.

De vraag was ondertussen of het uitgesproken lezersvriendelijke beleid dat de nieuwe machthebbers beoogden, vruchten ging afwerpen. Nou kijk, het vreemde was: hoe meer wij onze oren naar de lezers lieten hangen, des te meer de lezers ons leken te verachten. Hoe meer wij verkondigden voor hen op de bres te staan, des te meer zij ons betichtten van manipulatie en leugens. Misschien kwam dat omdat de bedenkers van dat nieuwe beleid toch niet zo’n inzicht hadden in de behoeften en opvattingen van de lezers als ze zelf dachten. Misschien kwam dat omdat de lezers minder dom waren dan onze nieuwe beleidsbepalers veronderstelden. Misschien verwarden zij onze lezers met een soort tv-publiek dat al lang voor elke vorm van lectuur verloren was.

Zelf denk ik dat wij met onze overduidelijke pogingen bij de lezers in het gevlei te komen, hen van iets essentieels beroofden: het waarheidsideaal. Wij beroofden hen van het idee dat wij elke dag weer, met vallen en opstaan en zo goed en zo kwaad als het ging, maar altijd zonder aanzien des persoons – dus ook zonder rekening te houden met hun vooroordelen – zouden proberen te achterhalen wat waarheid en wat leugen was. Dat was wat ‘de mensen in het land’ van ons verlangden, in een tijd dat het onderscheid tussen waarheid  en leugen – een onderscheid dat niet absoluut is en tóch bestaat en zelfs heel belangrijk is, jongens en meisjes – in een tijd dus dat dit onderscheid zoek leek te zijn geraakt in de eindeloze vertakkingen van het wereldwijde web.

Dat de Koningin der Aarde de hermelijnen mantel van haar onafhankelijke oordeel had ingeruild voor de vlotte jumpsuit van het gesundenes Volksempfinden – dat scheen dat volk, opmerkelijk genoeg, helemaal niet pluis te vinden. Het was alsof het juist hunkerde om uit de gevangenis van zijn Empfinden te worden bevrijd. Het was alsof het heel goed wist dat wat het aan de borreltafel te berde bracht, in de verste verte niet voldeed, maar hiervoor deugdelijk bewijs geleverd wenste te zien.

In ieder mens schuilt honger naar kennis. En in ieder mens zit een verlangen naar waarheid. De waarheid werkt bevrijdend, ook als deze onbarmhartig is. En dat was wat wij te bieden hadden, idealiter. Waarheidsvinding.

verentooi

Ach, waarheidsvinding. Een mooi woord. De grote verentooien op onze hoofden betekenden ooit dat wij krijgers waren, die streden in dienst van de waarheid. We durven ze al lang niet meer te dragen. We hebben ze in onze hutten weggeborgen. Laat ik een geheimpje verklappen: we slapen er tegenwoordig op. Zo goed en zo kwaad als het gaat, helemaal opgekruld, in een foetushouding die krijgers onwaardig is, zodat onze lichamen er net op passen, zodat we toch nog iets van een eilandje van vergetelheid hebben, een zachte, barmhartige plek die de onze is en niet die van het wereldwijde web.

Ja, het is ver met ons gekomen: dat onze trotse hoofdtooien nu dienst doen als te krappe legersteden.

Maar wie dit een al te somber verhaal vindt, moet beseffen dat dromen troost bieden. Wij hebben zulke mooie dromen… het ontwaken is telkens wreed, maar dat zou het ook zijn als we geen mooie dromen hadden, omdat geen nachtmerrie zo erg kan zijn als deze realiteit. In onze dromen zijn we ten minste weer even onszelf. We dromen dan van onze domme terminals, die het zonder mankeren deden,  die ons nooit lieten wachten, die ons nooit bestookten met onbegrijpelijke (‘raadpleeg de beschikbare bibliotheken’) of overbodige (‘er zijn ongebruikte pictogrammen op het bureaublad’) mededelingen, die niet zelf overvoerd, verstikt, belast en bezwaard waren door zo’n genadeloos voortwoekerend wereldwijd web, nee, die niet zelf ook langzaam werden lamgelegd door dat gezichtsloos voortschrijdende duivelse kwaad van het wereldwijde web, die ons steeds kalm en trouw en nuchter terzijde stonden.

Ja, als wij dan zo heerlijk liggen te dromen, dan zou men, als men het voorrecht kon hebben getuige te zijn van zo’n roerend tafel, waarschijnlijk een hele mooie glimlach op ons slapende gezicht zien verschijnen. Dan zou men wel weten waarvan wij dromen. Niet eens zozeer van domme terminals. Niet eens zozeer van onze lieve domme terminals, maar van het waarheidsideaal, onze stralende handlanger.

Reacties

Vrijheid van meningsuiting is vaak strontvervelend en bestaat dus niet op deze website. Reacties zijn welkom, maar worden door mij gewogen. Ik zie veel door de vingers, maar niet alles. Scheldpartijen worden sowieso geweerd. Seksisme en racisme uiteraard ook.




* Verplicht, email adres wordt niet gepubliceerd