Human extinction en het laatste Volmaakte Liedje

extinct2

DOOR CARL STELLWEG

Aanvankelijk wilde ik een stukje schrijven waarin ik, figuurlijk gesproken en in alle collegialiteit, het been van een paar publicisten afzaag die al een tijd roeptoeteren dat nieuws geen waarde heeft, dat een mens zich beter voor nieuws kan afsluiten. Een onzinnig en schadelijk advies, zeker in deze tijden.

Maar toen dacht ik ineens zelf: ‘Hè, nee. Even geen nieuws’.

‘Nieuws’ staat tegenwoordig gelijk aan ‘klimaat’, althans voor mij en andere rationele mensen. Eigenlijk zijn we het aan onszelf en aan elkaar verplicht om het continu over het klimaat te hebben. Maar we moeten ook leven.

Daarom gaat dit stukje niet over nieuws, niet over domme meningen over nieuws, niet over klimaat, maar over heel iets anders: muziek.

Al moet ik nog  wel even uitleggen hoe ik van klimaat op muziek ben gekomen.

Dat zit zo. Laatst heb ik op YouTube een lezing beluisterd van Guy McPherson, een man van wie ik kort geleden nog nooit had gehoord, maar die me inmiddels fascineert.

Collectieve doodstrijd

Guy McPherson is een Amerikaanse hoogleraar evolutiebiologie, en nóg een paar disciplines waarvan ik geen kaas heb gegeten. Het bijzondere aan hem is zijn wetenschappelijke overtuiging dat wij over zo’n tien jaar allemaal dood zijn. Over een jaartje of vijf, zo houdt hij ons voor, zal een snelle aaneenschakeling van verschrikkelijke rampen korte metten maken met bijna al het leven op aarde, inclusief menselijk leven.

Hij legt er niet al te veel nadruk op, maar het kan niet anders of onze collectieve doodstrijd zal gepaard gaan met onvoorstelbaar lijden. Als we niet verhongeren, dan verzuipen we. En als we niet verzuipen, dan verbranden we. En als we niet verbranden, dan vriezen we dood.

climate-change-2254711_960_720

Guy McPherson noemt dit concept Near-term human extinction. Zoals hij het in zijn lezing uit de doeken deed, klonk het verdomd overtuigend. Ik zal je de details besparen. Het heeft veel te maken met reusachtige hoeveelheden methaan, die in korte tijd allemaal vrij zullen komen, met alle gevolgen van dien. Positive feedback loops en zo.

Suspecte kerel

Voordat je nu je naar je zolder kruipt om je daar op te knopen, nog even dit: near-term human extinction daargelaten, vind ik die McPherson een suspecte kerel. Hij is al jaren met emeritaat, want naar eigen zeggen ‘weggepest’ door de universiteit van Arizona. Ze konden daar niks met zijn radicale visie. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen ook. Tegenwoordig verdient hij geld door mensen te ‘counselen’ die moeite hebben zich te verzoenen met het verschrikkelijke vooruitzicht waarmee hij ze heeft opgezadeld. Hij wil ze leren hoe zij zich ‘emotioneel en intellectueel’ op het einde moeten voorbereiden, waarbij alles draait om deze religieus aandoende leerstelling: ‘At the edge of near-term human extinction, only love remains.

Ik vind dit allemaal – wat zal ik zeggen – nogal bedenkelijk.

McPherson is ook een soort cultuurcriticus, en laat in die hoedanigheid geen gelegenheid voorbijgaan om zijn diepe dedain voor de mensheid uit te venten. Van dat soort mensen houd ik niet, en vertrouwen doe ik ze al helemaal niet.

Ter geruststelling: er zijn veel geleerden die een even goede staat van dienst hebben als hij, en hele andere klimaatscenario’s aanhangen. Evenmin rooskleurige scenario’s, maar op geen stukken na zo onrustbarend als het zijne. Dus nog even geen paniek.

Nutty professors, begaafde wetenschappers waar een steekje aan los zit, ze bestaan nu eenmaal. Ik heb er zelf een paar mogen interviewen. Onder wie Sam Cohen (1921-2010), de uitvinder van de neutronenbom. Aardige man, daar niet van, maar op z’n zachtst gezegd een buitenissige persoonlijkheid.

Verlies van schoonheid

Wacht even, hoor ik nu een benauwd stemmetje (misschien wel het mijne), dit zou toch over muziek gaan? Momentje, daar kom ik zo op.

Na die lezing van McPherson vroeg ik me af: wat  is er eigenlijk zo erg aan, dat de mensheid uitsterft? Er zijn zo veel diersoorten uitgestorven. ’t Is tragisch, ‘t  is klote, maar het hoort erbij.

Toen wist ik het: we hoeven niet zozeer verdrietig te zijn om ons eigen verdwijnen, maar om het feit dat de schoonheid met ons mee verdwijnt. En wat is het schoonste wat de mensheid heeft voortgebracht?

Muziek, toch?

Ik geloof niet in God, maar wel in muziek. Muziek is een taal van de ziel die alle andere menselijke uitdrukkingsvormen ontstijgt. Als God toch bestaat, vermoed ik dat hij Bach heet. Schubert mag ook.

Schubert

Ik denk dat ik liever blind word dan doof, want ik vertrouw erop dat als ik blind ben, mijn geestesoog nog wel zal functioneren en ik mij nog in enige mate gezichten en landschappen zal kunnen voorstellen. Wat boeken betreft: daar zal ik naar kunnen luisteren. Muziek zal ik echter niet kunnen lezen: daar is ze te ongrijpbaar voor. Muziek zal onherroepelijk uit mijn leven verdwijnen, en wat het leven dan nog waard is, weet ik niet. Verrekte weinig, ben ik bang.

Perfecte Liedje

Wat me met nog meer droefheid vervult dan het bovenstaande gedachte-experimentje, is het idee dat alle prachtige muziek die door de eeuwen met zoveel liefde is gecomponeerd en zo veel harten heeft beroerd – dat al die muziek in een verwoeste wereld volkomen vergeten en verdwenen zal zijn.

Er is erg veel muziek waar ik van houd. Alleen dixieland en hiphop wijs ik resoluut af. Ik moet niks hebben van VVD-congressen, en het verongelijkte gesnauw van gangsta-rappers kan me al helemaal gestolen worden. Voor Bach, Beethoven, Brahms, Bruckner en The Beatles mag je me daarentegen midden in de nacht wakker maken.

Misschien houd ik wel het meest van het Perfecte Liedje. Het Perfecte Liedje is een strakke kunstvorm, met een aantal strenge criteria: het Perfecte Liedje komt recht uit het hart – of de ziel, wat je wil – duurt nooit langer dan drie minuten, kent geen moment van verslapping, heeft een verslavend refrein, klinkt bedrieglijk eenvoudig, en bestaat uit woorden die naadloos op de melodie aansluiten.

Het Perfecte Liedje is Het Hoogste. Het Hoogste.

Een groepje dat veel perfecte liedjes op zijn naam heeft staan, is The Beatles. Wel eens van gehoord? Bijna alles wat The Beatles hebben gemaakt vind ik mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar de periode  vóór Sergeant Pepper’s – de periode voordat popmuziek kunst werd. Toen ze nog zogenaamd onbeduidende, zogenaamd simpele deuntjes schreven.

Niks onbeduidend. Niks simpel. Een van de misverstanden omtrent Het Perfecte Liedje is dat het niet meer dan drie akkoorden als basis heeft. Bullshit. Neem ‘She Loves You’: een geweldig nummer, vooral die energie in dat ‘yeah yeah yeah’. Het klinkt allemaal heel spontaan en ongecompliceerd, maar er zitten liefst zeven akkoorden onder.

Misschien hoor je dat nog een heel klein beetje aan She Loves You af. Maar wat dacht je van Please Please Me, hun eerste grote hit? Lijkt een stuk simpeler, en toch zitten ook daar stiekem zeven akkoorden in.

Aan Please Please Me wijdde de musicoloog A.W. Pollack een heuse dissertatie. Hetzelfde deed hij  met alle andere 186 liedjes van The Beatles, wat hem tien jaar werk kostte. Van dit soort nutty professors zou je er meer moeten hebben.

The Beatles waren de Mozarts van de popmuziek. Licht en luchtig en vanzelfsprekend, maar ondertussen ongelooflijk ingenieus en met meer emotionele diepgang dan je aanvankelijk in de gaten hebt.

Popmuziek wordt, vind ik, sowieso zwaar onderschat. Omdat het zo direct en simpel is. Dat is nu juist de kunst. Hemingway schreef: easy reading is hard writing. Dan geldt ook: easy listening is hard composing. Goed, er is wel veel slechte popmuziek, maar er zijn ook liedjes die naar mijn overtuiging tegen de eeuwigheid zijn bestand. Zoals het even ‘simpele’ als ongelooflijke mooie ‘I wanna be your boyfriend’ van The Ramones, dat ook meer dan drie akkoorden heeft, namelijk vier. Of ‘Teenage Kicks’ van de Noord-Ierse Undertones: onstuimig, rete-strak, geweldig gezongen, en van een verrukkelijke onschuld.

A teenage dream’s so hard to beat’ liet de beroemde DJ John Peel op zijn grafsteen beitelen: de eerste regel van ‘Teenage Kicks’, volgens hem het mooiste liedje aller tijden.

Dat laatste vind ik wat kras. ‘Ever fallen in Love’ van The Buzzcocks is naar mijn bescheiden mening niet minder. Met name het refrein: “Ever fallen in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, you shouldn’t have fallen in love with?”

Je denkt: zoiets kan ik ook verzinnen.

Nee. Kun je niet.

Wat zou ik doen als ik de laatste mens op aarde was? Ik sloeg uiteraard de hand aan mijzelf. Maar eerst ging ik tussen de puinhopen en de lijken op zoek naar een gitaar of piano die het nog een beetje deed, en bleef er net zo lang op pielen totdat ik, met al het gebrekkige talent in mij, het laatste Perfecte Liedje had gemaakt. Dat zou ik één keer ten gehore brengen, voor al het overgebleven leven op onze planeet.

Het moet net zo energiek klinken als ‘She loves you’ en ‘Please please me’, net zo mooi als ‘I wanna be your boy-friend’ en net zo onstuimig en rete-strak als ‘Teenage kicks’ en ‘Ever fallen in love. Je weet nooit of zoiets toch niet wordt gewaardeerd. Of het toch niet op de een of andere manier wordt verstaan.

De titel heb ik al: Only love remains.

Met dank aan Guy McPherson.

De oude witte man en het meisje van zestien

Francisco_de_Goya,_Saturno_devorando_a_su_hijo_(1819-1823)

DOOR CARL STELLWEG

Je hebt je beste jaren achter je, de hangpens en erectiestoornis zijn je voorland of al een ontmoedigende realiteit. En dan word je ook nog eens op mysterieuze wijze in verlegenheid gebracht door een meisje van zestien dat eruit ziet als een meisje van twaalf en je tegen alle afspraken in de waarheid zegt.

De oude witte man van heden ten dage heeft het niet makkelijk en dat is een feit.
En ook de oude witte vrouw van heden ten dage, die niets anders in haar leven heeft dan de oude witte man van heden ten dage, is niet te benijden. Die is soms nog bozer dan ‘manlief’.

Voor de oude witte man van heden ten dage vallen meisjes van zestien uiteen in twee categorieën.

Categorie één: het verboden jonge stoeipoesje dat te vinden is in de rioolbuizen van het internet of voor een habbekrats kan worden opgehaald dan wel plaatselijk misbruikt in landen als Thailand.

Categorie twee: het dochtertje dat kwettert en snatert en posters van paarden en popsterren op de muren van haar meisjeskamer heeft hangen, dat af en toe op aandoenlijke wijze met zichzelf overhoop ligt maar pappa nog altijd op handen draagt en naar hem luistert als het erop aan komt.

De kans is nihil dat het meisje waarover het hier gaat posters van paarden en popsterren op haar kamer heeft.

Nee, daar hangen de klimaatmodellen van het IPCC, het Intergovernmental Panel for Climate Change.

De klimaatmodellen van het IPCC die onverbiddelijk wijzen naar de ondergang van de wereld. Onze wereld. Al jaren en jaren doen ze dat, de klimaatmodellen van het IPCC, daarnaar wijzen, en vandaar dat 99 procent van de mensheid er met afgewende blik langs loopt.

Dit jonge meisje, dat haar blik niet afwendt, heeft papa niet nodig, heeft papa nooit nodig gehad. Kan papa missen als kiespijn.

Het leeft in haar eigen wereld, maar kijkt vanuit die eigen wereld naar de wereld om haar heen, en ziet, met kristallen helderheid, een helderheid van ijs en vuur, hoe deze wereld Werkelijk Is.

Greta_Thunberg_7

En dat is tegen alle afspraken in! Dat gaat tegen alle redelijkheid in! Dat kind is gestoord!

Dat laatste ongetwijfeld. Asperger heet haar stoornis officieel. Ik zou het willen noemen: cognitieve harmonie. Cognitieve harmonie in een wereld van cognitieve dissonantie.

Eens te meer maakt het jonge meisje waarover ik het heb een keiharde stelregel duidelijk: jonge mensen zijn goed en oude mensen zijn slecht.

Jonge mensen hebben nog idealen en lopen over van energie, jonge mensen kunnen snel denken, jongen mensen worstelen met grote levensvragen, en voor jonge mensen is vriendschap het belangrijkste dat er is.

Oude mensen hebben zich laten corrumperen door allerlei kleine belangen, laten de schouders elk inwisselbaar jaar dat ze verder leven verder hangen, houden zich niet langer bezig met grote levensvragen maar met hun verzekeringen en hypotheek, hebben nergens meer tijd voor omdat ze zo traag zijn als stroop, en hebben geen vrienden meer maar kennissen.

Bovendien zijn jonge mensen mooi en oude mensen lelijk. Ook niet onbelangrijk. Het oog wil immers ook wat.

youth

Jongen mensen zijn natuurlijk ook wel eens irritant. ‘Als ik die geborneerde poppenkopjes van vroeger zie, schiet ik in de lach,’ schreef wijlen Johnny van Doorn, overigens zelf altijd kind gebleven. Maar de geborneerdheid van de ouden, die is pas erg.

Het bovenstaande is van alle tijden.

Maar de oude mensen van nu, die zijn wel heel erg slecht. Slechtere, nuttelozere oude mensen dan die van nu, die zullen er in de hele geschiedenis van de mensheid misschien niet zijn geweest. En daarmee bedoel ik: de babyboomers en postbabyboomers.

Even recapituleren: de generatie van de wederopbouw wist uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog een wereld van ongekende welvaart op te bouwen. Een mooie wereld, niet perfect, maar de mooiste wereld die er ooit was geweest. Het was aan de babyboomers en postbabyboomers om deze wereld nog mooier te maken door het accent te verleggen van welvaart naar welzijn. Maar na een hoopvolle aanzet in de jaren zestig en zeventig verruilden de babyboomers en postbabyboomers hun idealen voor een ongebreideld, krankzinnig consumentisme, vervingen ze het humanistische ideaal van de zelfontplooiing door het nihilistische ideaal van de zelfbevrediging en verkwanselden daarmee willens en wetens de toekomst van hun kinderen.

Willens en wetens, want de waarschuwingen dat ze die toekomst aan het verkwanselen waren, die waren legio. En nu is het te laat.

Ik ben zestig. Wat zou ik doen, als ik nu zestien was, en ik kreeg te horen dat volgens conservatieve en rigoureus geëvalueerde wetenschappelijke modellen de kans niet denkbeeldig is dat de mensheid het einde van deze eeuw niet haalt? Wat zou ik doen? Ik smeet al mijn leerboeken in het gezicht van mijn leraar, en ik ging de straat op. En dat is er wat er nu gebeurt.

En wat zeggen de ouden? Nadat ze de jongeren van nu eerst jarenlang hadden verweten geen idealen meer te hebben, alleen maar geïnteresseerd te zijn in smartphones en videospelletjes, hebben ze het lef die jongeren nu te verwijten dat ze demonstreren in plaats van naar school gaan, dat ze spijbelen.

Evenzo krijgt het meisje van zestien dat de oude witte man van heden ten dage zo dwars zit het verwijt dat ze zich met grotemensendingen bezig houdt, dat ze voor haar eigen zielenheil weer een ‘gewoon’ meisje van zestien moet worden. Alsof zij gewoon is. Alsof iedereen gewoon moet zijn.

Dit meisje van zestien wordt aangewreven dat ze een dader-slachtoffermodel hanteert. Maar er is een keiharde grens tussen de oudere generatie die tenminste nog een leven heeft gehad, en alleen maar aan haar eigen leven heeft gedacht – de daders – en de generatie die geen leven heeft om naar uit te kijken: de slachtoffers.

Dit meisje van zestien polariseert om te mobiliseren. De jongerenbeweging die ze bezig is op te zetten, is bittere noodzaak. Ouderen die zich aangesproken voelen, kunnen op haar afgeven, maar ze doen er beter aan zich bij haar aan te sluiten, zich solidair te betonen met haar en haar generatie. Dat is wel het minste. Anders wordt dit een generatiestrijd als nooit tevoren.

clone tag: -7192154786309135795

Er wordt haar ook verweten dat ze zwart-wit denkt. Ze geeft dat zelf grif toe. ‘Ik zie de dingen zwart-wit en ik houd niet van liegen.’ Niets zou zwart-wit zijn, wordt haar voorgehouden. ‘Een gevaarlijke leugen’, zegt ze terecht in deze speech, de indrukwekkendste speech sinds Martin Luther King.

Dan nog één ding. Ouderen beginnen, als ze niks beters meer weten, als ze run out of excuses zijn, nogal vaak over ‘hoop’. Maar ‘hoop’ is gif. Of op zijn best een verdovende impuls. ‘Hoop’ staat in mijn top-vijf van ajakkiebah-woorden, samen met smegma, vleesboom, darmflora en tenenkaas. Ouderen hebben altijd hoop, jongeren niet. Jongeren zijn hoop.

‘Ik wil jullie hoop niet,’ zei Greta Thunberg. ‘Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken.’

En toen begreep ik dat zij en ik verwante zielen zijn.

Dit verhaal is ook te lezen op HoeMannenDenken

Help, Rutger Bregman zegt dat ik deug!

Deug

DOOR CARL STELLWEG

Ik begin aan dit stukje in een vreselijke pestbui, en dat is precies de reden dat ik het wil tikken. De afgelopen dagen ben ik namelijk tot een nieuw, ontnuchterend inzicht gekomen: ik deug. Waarschijnlijk deug ik. Omdat de meeste mensen deugen, en niets aan mij de veronderstelling rechtvaardigt dat ik niet bij de meeste mensen hoor.

En aan wie ik deze revelatie te danken hebben? Aan Rutger Bregman, de jonge historicus die onlangs bij Matthijs van Nieuwkerk te gast was. Die  – en ik citeer nu de site van De Wereld Draait Door – ‘furore’ maakte met het boek Gratis geld voor Iedereen. Die vervolgens het wereldnieuws haalde door een aantal rijkaards de oren te wassen tijdens het jongste World Economic Forum in Davos (‘taxes, taxes, taxes’), en kort daarna ook nog eens een anchorman van Fox voor lul zette, zozeer zelfs dat deze al zijn decorum liet varen: ‘Go fuck yourself, you tiny brain’.

Zodoende is Rutger een publiekslieveling geworden, en een publiekslieveling ben je geneigd aan de borst te drukken als hij met de ogenschijnlijk prettige bewering komt dat de meeste mensen Deugen. Niet in de laatste plaats, denk ik, omdat al zijn fans die bewering als een complimentje terug zouden kunnen opvatten.

‘De meeste mensen deugen’ is Bregmans voorlopige levenswerk. Het is een vuistdik boek, waaraan jaren journalistiek en wetenschappelijk onderzoek vooraf zijn gegaan. Ik moet het nog lezen, maar dat ga ik zeker doen, want het is vast de moeite waard. Ik heb al veel mooie verhalen van Rutger Bregman gelezen op de website De Correspondent. Het is een bijzondere man.

En toch, als ik er dieper over nadenk, ben ik absoluut niet van plan me door Bregman in het pak te laten naaien met zijn heilsboodschap. Want die maakt me op voorhand woedend. Waar haalt hij eigenlijk het lef, de aanmatiging, vandaan te beweren dat ik deug? Wie heeft gezegd dat ik dat wil, deugen? Wie heeft gezegd dat ik wil weten of ik wel of niet deug?

Ik heb de schijn tegen, want mijn strafblad is blanco, maar diep van binnen weet dat ik niet deug. En die gedachte is me altijd tot troost geweest. Ik heb verderfelijke gedachten, die ik koester. Ik wil over de stoep fietsen wanneer ik daar zin in heb, voorbijgangers pootje lichten omdat ik ze er allemaal stom uit vind zien en ze instinctief veracht, ik wil voordringen bij de kassa, de belastingen ontduiken, niet werken maar wel geld hebben, ik zou best een bank willen beroven, echt waar! Of een hoop geld vinden en dat dan gewoon in m’n zak steken, ook al wist ik van wie dat geld was.

De enige reden dat ik dit allemaal niet doe, de enige reden dat ik een oppassende burger ben, de enige reden, kortom, dat ik deug, is dat ik laf ben. En niets anders. Mijn deugdzaamheid is dus gebaseerd op een ondeugd.

Wat een heerlijk, onafhankelijk, avontuurlijk leven zou ik hebben, tot welk een grootse daden zou ik komen als ik de ondeugd van de lafheid van me af kon schudden!

Wie weet lukt me dat nog. Komt het er nog van. En dat is mijn troost: dat de potentie in mij aanwezig is van een leven waarin ik alle voorschriften en vermaningen aan mijn laars lap, die hele schijnheilige burgerlijke moraal  bij het grofvuil zet, leef naar mijn eigen regels. Dat idee laat ik me niet afnemen.

abe

Wat is deugen eigenlijk precies, nu we het er toch over hebben? Deugde Abraham Lincoln? Abraham Lincoln loog het Congres keihard voor. Een doodzonde voor een Amerikaanse president. Stel je voor dat elke Amerikaanse president dat deed! Maar doordat Abraham Lincoln het deed, werd wel de slavernij afgeschaft. Door een doodzonde te plegen, kwam hij tot iets uitzonderlijk goeds.

Wat is het verschil tussen Abraham Lincoln en mij? Principieel is dat er niet. Hij deugde door niet te deugen, en voor mij geldt hetzelfde. Hij was een leugenaar en ik ben een lafaard. En toch is het verschil tussen ons hemelsbreed.

Deugde Mahatma Gandhi? Tuurlijk deed-ie dat, met die nederige lendendoek en dat geweldloze verzet. Maar wacht even: dat geweldloze verzet hield wel in dat hij duizenden van zijn aanhangers ongewapend op de zwaar bewapende Britse vijand afstuurde. In de wetenschap dat ze zouden worden afgeslacht. In de hoop dat ze zouden worden afgeslacht. Want daar kon dan politieke munt uit worden geslagen. Een uiterst cynische tactiek.

Daarnaast was Gandhi voor handhaving van het kastenstelsel, en hield hij er racistische opvattingen op na: tijdens zijn verblijf in Zuid-Afrika klaagde hij dat hij af en toe dezelfde openbare ruimten moest delen met kaffers. Dat hij van dezelfde ingangen gebruik moest maken als zij. Dat hij als Indiase man geen hogere status had.

Deugde Mahatma Gandhi? Ik neig ertoe te zeggen van niet. En toch was het een groot man.

Gandhi

Dus: deugen de meeste mensen? Definieer ‘deugen’. Volgens mij zijn ‘deugen’ en ‘niet deugen’  onverbrekelijk met elkaar verbonden. Ze zijn met elkaar verstrengeld, vormen een geheel. Zeggen dat mensen deugen, is ook zeggen dat ze niet deugen, en vice-versa. Het ene heeft geen betekenis zonder het andere. En daarom vind ik het uitdragen van een positief mensbeeld helemaal niet zo positief, en verwacht ik er niet veel goeds van. Ik vind het eerlijk gezegd hoogmoedig en niet zonder gevaar. Het uitdragen van een duaal mensbeeld is nederiger, en in die zin ook menslievender.

Ik moet toegeven dat ik ook een ingebakken afkeer heb van het woord. Het D-woord. Het is voor kwezels, slijmjurken,  farizeeërs, holier-than-thous. Het smaakt naar niks. Proef het maar eens op de tong. Meel, stijfsel, cola waar alle prik uit is.

Vergelijk dat eens met het woord ‘kwaad’.  Kwáád. Dat heeft allure, dat trekt alle smaakpapillen open, brengt een aangename rilling teweeg. Dan heb je meteen het spannendste woord dat er is te pakken.

Het kwaad trekt meer dan de deugd. Mij in ieder geval wel. Ik wil weten wat het is, waarom het er is, hoe het werkt, en waar het vandaan komt. Om minder doe ik het niet.

Om die reden heb ik naar veel onsmakelijke ISIS-filmpjes gekeken op You Tube. Je kunt dit ziekelijke sensatiezucht noemen, maar dat was het niet. Het was nieuwsgierigheid. Ik ben erg nieuwsgierig, zeker naar duistere zaken. Ik daal graag af in de krochten van de wereld om daar mijn zoeklicht te laten schijnen. In de overtuiging, de hoop, dat ik daar echt iets zal leren.

Een speleoloog van het kwaad, zo zie ik mijzelf een beetje.

Zo heb ik, schrik niet, gezien hoe ISIS een Jordaanse piloot levend verbrandde. Ik heb hem zien rondspringen in zijn kooi toen de vlammen zijn benen bereikten. Ik bleef kijken tot er niets meer van hem over was dan wat verkoolde brokken, en voelde me na afloop leeg.

Ik heb amputaties gezien, executies van volstrekt onschuldigen, onthoofdingen zelfs, totdat ik er niet meer tegen kon. Ik heb gezien hoe ISIS-‘strijders’ zich vrolijk maakten met de afgehakte hoofden van Syrische soldaten. Sigaret in de bek stopten en troostend toespraken.

Waarom toch, dacht ik, waarom? Waarom gebeurt dit? Ik denk uiteindelijk omdat het simpelweg kon. Omdat degenen die het deden het lekker vonden om te doen en ervoor werden geprezen. En omdat anderen het ook deden. Maar bovenal – en dat vond ik de meest onthutsende constatering – omdat ze elkaar hadden wijsgemaakt dat ze enorm deugden. Dat ze de beste mensen op aarde waren en optraden uit naam van de Allerdeugdzaamste. Uit naam van Allah de Genadevolle, de Barmhartige.

‘De meeste mensen deugen’ heet het boek van Bregman. Betekent dit dan misschien dat dat ISIS-gajes tot de minderheid behoort die niet deugt? Dat vind ik een gevaarlijke speculatie. Ik denk niet dat er zo’n makkelijke scheiding valt aan te brengen tussen mensen. Zelfs niet in één mens. Ik heb als journalist de nodige conflictgebieden bezocht en hele enge mensen ontmoet die op het persoonlijke vlak oprecht aardig waren.

In ieder geval vind ik, sinds ik die ISIS-filmpjes heb gezien, het woord ‘deugen’ een sinisterder klank hebben dan ‘Het Kwaad’. En daar laat ik het nu even bij. Maar ik kom er waarschijnlijk nog op terug.