Mijn Madeleine, of: terug naar de magie van 29 augustus 1971

psv 1970-71A

DOOR CARL STELLWEG

Zoals veel mensen die Proust niet hebben gelezen, heb ik wel veel over Proust gelezen. Zo woeker je met je tijd, die nu eenmaal beperkt is, en blijf je meetellen aan de intellectuele borreltafel.

Zodoende weet ik van Proust wat de smaak van een in bloesemthee gedoopte Madeleine (een schelpvorming cakeje) deed met de verteller van À la Recherche du Temps Perdu. Hij werd overspoeld door jeugdherinneringen. Volgens mijn vriendin, die Proust wél heeft gelezen, ligt het iets ingewikkelder, maar valt het wel zo samen te vatten.

marcel-proust-3

Geur en smaak zijn de sterkste dragers van herinneringen, dat is welbekend. Wat zou mijn in bloesemthee gedoopte Madeleine zijn? Antwoord: de sigaar. Niet een van een specifiek merk, en ook niet een die ik zelf opsteek, maar een die ik onverwacht in de openbare ruimte ruik.  Dan is het op slag weer 29 augustus 1971, zit ik in Eindhoven op de tribune van de Philips Sport Vereniging , kortweg PSV, en voel ik weer diezelfde ontzaglijke, sprookjesachtige opwinding.

Lees meer

De mindere goden

Walhalla4

DOOR CARL STELLWEG

Het leek een avond te worden als vele andere, die nazomeravond in de jaren tachtig die ik met twee studievrienden doorbracht in Café de Zijsprong in een Brabantse stad. Nee, niets wees op de komst van mijn kameraad, mijn beste kameraad.

Wie hij is? Maar dat ligt toch voor de hand. Hij is mijn wil, mijn merg, degene die mij dwingt tot daden. Eigenlijk is hij ieders kameraad. Maar het was die avond voor het eerst dat hij liet merken ook echt mijn kameraad te zijn.

Eerlijk gezegd vond ik De Zijsprong een twijfelachtige zaak, maar mijn vrienden dachten daar anders over. Avond aan avond bezochten ze dit troosteloze wormgat in de binnenstad, deze vergeetput voor gesjochten. De reden stond 12 uur per dag achter de tap en heette  José. Een forse vrouw van achter in de veertig was ze, niet smaakvol maar wel verzorgd gekleed. Aan haar monumentale polsen bungelden opzichtige armbanden, als van een heidense hogepriesteres, een vervaarlijke hoerenmadam.

Lees meer

Het Verbond tegen Meedogenloos Mooie Jongens

bond

DOOR CARL STELLWEG

Hoe zal ik mijn teloorgang beschrijven? Ik kan erop wijzen dat iedereen een reden nodig heeft om niet naar de bliksem te gaan, en dat het mij aan niets ontbrak – behalve aan zo’n reden.

Ik zou kunnen zeggen dat ik ben opgegroeid in een fuik van geluk, en dat mijn geluk mij heeft uitgewist en overbodig gemaakt; dat het geluk, vraatzuchtig als het is, mij heeft omsingeld, belaagd en alles afgepakt.

Het moest dus wel slecht met me aflopen. Al heb ik er nog lang over gedaan.

Lees meer