Een Greta-wereld bestaat uit goed en kwaad met weinig ertussen, en dat is precies wat we nu nodig hebben

Foto Andreas Hellbeg

Foto Andreas Hellberg/Wikimedia

DOOR CARL STELLWEG

Ik wil echt niemand de Machtige Klimaatsmurf door de strot rammen, maar toch raad ik iedereen dringend aan om van begin tot eind naar  deze speech te luisteren.

Er is domweg niemand – ik herhaal: niemand – die zo rechttoe rechtaan, zo beknopt, zo onverschrokken, zo feitelijk correct, zo helder en met zo veel bezieling over het reusachtige probleem van klimaatverandering spreekt.  Ze is zonder meer een historische figuur. Ze is de stem van de rede, en er is weinig dat ik dieper koester.

Toch ben ik het met de historica Ellen Boucher eens dat het gevaarlijk is om in Greta Thunberg een profeet te zien. Want profeten ‘vertolken hemelse openbaringen die tot dan onbekend dan wel verkeerd begrepen waren’, en dat is Greta’s ding niet. Ze heeft geen lijntje naar Onze Lieve Heer, juist niet. Ze houdt zich bezig met verschijnselen waar niets spiritueels aan is, zoals CO2, ijskappen en permafrost. De Keeling-curve en het albedo-effect. Het koolstofbudget en feedback loops. Wat er in Hoofdstuk 2 op pagina 108 van het jongste IPCC-rapport staat, en wat dat betekent.

Ze vertelt ons wat we al weten maar niet willen weten – of hadden kunnen en moeten weten.

Anders dan veel fans die ik op sociale media ben tegengekomen, onderhoud ik geen persoonlijke liefdesrelatie met Greta. Haar fragiele snoezigheid , die in talrijke foto’s en memes wordt geëxploiteerd, is me niet ontgaan, maar ik dweep er niet mee.

Ik weet niet eens helemaal zeker of ik haar wel zo sympathiek vind. Ze komt afstandelijk over, en soms zelfs een tikje astrant in haar verontwaardiging. Het doet niets af aan het tomeloze respect dat ik voor haar heb gekregen.

Bijzonder aan Greta is eigenlijk dat ze niet eens zo heel bijzonder is. Gewoon een slimme meid die op een dag een ijzersterk idee kreeg – skolstrejk för klimatet – en tot actie overging. 

Misschien is Greta wel minder slim dan haar tegenpool, de 19-jarige Duitse activiste Naomi Seibt, een extreem-rechtse barbiepop die ik verafschuw, maar die al wel een pseudo-academische scriptie op haar naam heeft staan: ‘A Deconstruction of Postmodern Socialism and its Motives‘. Ik heb de moeite genomen het werkstuk te lezen en kan je melden dat het uit vlot leesbare en degelijk gedocumenteerde neo-liberale leugenpraatjes bestaat.

Greta heeft misschien (nog) niet de intellectuele bagage om zo’n tekst te produceren, maar dat geeft helemaal niet. Ze is duidelijk intelligent, en daarnaast begiftigd met de vastberadenheid die ze schijnt te ontlenen aan de asperger die haar ‘superpower’ is.

Gretaaaaaaaa

Ik benijd Greta soms om de haast totale minachting  voor de trivialiteiten van het menselijke verkeer die  ze door deze superpower aan de dag weet te leggen; maar het meest waardeer ik toch haar jeugdige eenvoud. Zoals Ellen Boucher schrijft: ze heeft ‘nog niet de morele rekbaarheid ontwikkeld die volwassenen vaak gebruiken als verontschuldiging voor hun gebrek aan daadkracht’.

In een Greta-wereld heb je goed en kwaad, met weinig ertussen, en dat is precies wat we nu nodig hebben.

Bij nader inzien lijkt het er bovendien op dat haar onbuigzaamheid niet het gevolg is van  een beperkte kijk op de werkelijkheid, maar dat die op een bewuste, weloverwogen keuze berust. ‘Jullie zeggen dat niets in het leven zwart-wit is, maar dat is een leugen, een hele gevaarlijke leugen’, zegt ze, een mooie uitspraak in haar mooiste speech (‘Our house is on fire’).

Dit morele dogmatisme spreekt ook tot de verbeelding van de invloedrijke Sloveense denker Slavoj Zizek,  die stelt dat ‘haar autisme onderdeel is van haar boodschap’. Ik vind die Slavoj meestal een brabbelaar, en hij heeft ook nog eens zo’n vieze baard, maar af en toe weet hij het mooi te zeggen.

Nee, natuurlijk is Greta geen profeet. Dat wil ze ook helemaal niet zijn: ‘Jullie moeten niet naar mij luisteren, maar naar de wetenschap.’ Ze pretendeert niet de expertise te hebben van een ware wetenschapper. Maar ze heeft wél de mentaliteit van een ware wetenschapper. Ze begrijpt de waarde van empirisch denken, die inhoudt dat een bewering pas gezaghebbend kan zijn als ze stoelt op onderzoek van relevante en verifieerbare feiten. Ze heeft die waarde tot de kern van haar campagne gemaakt, en dat is meer dan welkom in dit tijdperk van triomfantelijke onwetendheid. Naast klimaatactiviste, is ze een activiste  voor de wetenschap, voor de praktische rede. Geen wonder dat veel wetenschappers Greta op handen dragen. Ze is hun vaandeldraagster. En laat niemand haar onderschatten. Ze is beslist niet voor een gat te vangen, zoals blijkt uit het volgende fragment, waarin ze een Amerikaans Congreslid tot twee maal toe de loef afsteekt.

Nobody messes with Greta, laat dat duidelijk zijn. Haar greep op de materie is onberispelijk.

Toch moet ik toegeven dat ik wel eens ongemakkelijk word als ze delegaties volwassen officials al te nadrukkelijk de les leest. Soms voel ik dan haast mee met degenen die haar niet kunnen verdragen. Er is iets mis met haar rol, en dat lijkt ze zelf ook te beseffen, getuige de openingswoorden van haar meest omstreden speech: ‘This is all wrong. I shouldn’t be up here. I should be back in school, on the other side of the ocean.’

Tja, dat is natuurlijk zo. Volwassenen die de louterende geseling ondergaan van een kind dat hun haarfijn uiteenzet waarom ze niet deugen, daarvoor dankbaar applaudisseren, en vervolgens doodleuk doorgaan met  niet-deugen – dat deugt niet. En het maakt de zaken er zeker niet beter op.

Dan is Greta’s optreden buiten de bolwerken van de internationale bureaucratie veel inspirerender. Zoals ze zelf zegt: ‘Ik heb hoop gezien en die bevindt zich niet in deze ruimte’.

Wat er werkelijk toe doet zijn niet haar vermanende woorden op klimaattops en dergelijke, hoe mooi en terecht die ook zijn, het zijn de miljoenen zielen die Hare Onverbiddelijke Nietigheid de straat op heeft weten te krijgen – schrijver dezes, die mensenmassa’s verafschuwt, inbegrepen. Van Helsinki to Montreal, van Los Angeles tot Madrid. En dat moet doorgaan. Daarin schuilt namelijk onze enige hoop.

Dus Greta, kind, wat ik je verzoeken mag: ga nog even door met geen profeet zijn.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog Hoe Mannen Denken

Een afwijkende Engelstalige versie staat op mijn Engelstalig weblog

Schrijfster Eva Ludemann over afvallige moslims in de Arabische wereld: ‘Veel Arabische jongeren zijn de situatie compleet zat’

BoekEva

DOOR CARL STELLWEG

Journaliste en historica Eva Ludemann schreef begin deze eeuw het boek ‘We blazen uw auto even op’, over haar verblijf van twee jaar in de Gazastrook. Na een aardig tussendoortje over Arabische etiquette (‘Let op je schoenzool’), was het even wachten op een waardige opvolger. Dat wachten wordt nu ruimschoots beloond met ‘#ArabierEnSeculier’. Dat is namelijk een boek om aan de borst te drukken.

Waarom? Omdat het je mensen leert kennen die je aan de borst wil drukken.

#ArabierEnSeculier gaat over jonge mensen in de Arabische wereld die af willen van de knellende banden van het geloof, die zelf willen bepalen wat ze geloven of niet, die de dogma’s van hun ouders niet meer accepteren en zich ondanks alle gevaren durven uit te spreken. Dat doen ze vaak op sociale media, waar Ludemann hen opspoorde. Ook sprak ze een aantal van hen in levenden lijve in Egypte, Tunesië en Marokko.

Maak zodoende kennis met de Egyptenaar Ismail, die het lef had om op de Egyptische staatstelevisie te verklaren dat hij niet meer in Allah gelooft – de overige gasten in het programma vielen bijna van hun stoel van verontwaardiging – en die een eigen YouTube-kanaal heeft dat atheïsten in de Arabische wereld een veilig platform biedt, met meer dan 35.000 volgers (de Arabische versie).

Maak kennis met zijn vrouw Joumana, die moest trouwen met ‘vette Mohammed’, maar deze ouderlijke wens trotseerde, met Ismail de benen nam…

… en in één moeite door haar zedige, door het geloof opgelegde kleding afzwoor.

Maak kennis met de Libiër Abdallah, die ooit een vrome moslim was, maar niet kon begrijpen waarom alle niet-moslims naar de hel moesten, terwijl hij er een aantal kende die hij toch heel aardig vond – uiteindelijk was het de evolutionaire bioloog en atheïstische activist Richard Dawkins die een kanteling in zijn overtuiging teweegbracht.

Maak kennis met de Marokkaanse Khaoula, wier geloofsafval juist voortkwam uit een wens vromer te worden. Die na de dood van haar dierbare oma troost zocht in de Koran, het boek toen pas werkelijk begon te lezen, geen wijs werd uit alle tegenstrijdigheden, en als ze er wel wijs uit werd, regelmatig met afgrijzen werd vervuld.

Maak, ten slotte, kennis met de Tunesiër ‘Lorenzo’, homo en drag queen, die niet blij was met de Arabische Lente en de democratie die er in zijn land het gevolg van was, omdat die de islamisten regeringsmacht gaf, waardoor het laatste beetje tolerantie van de overheid voor zijn geaardheid verdween.

Het zijn stuk voor stuk mensen die een ander beeld oproepen van het Midden-Oosten dan van ‘zand, kamelen, patserige dictators en religieus geweld’, zoals Ludemann schrijft. Maakt dat #ArabierEnSeculier ook tot een optimistisch boek? Dat niet. Eva Ludemanns perspectief is betrokken, maar ze blijft nuchter, zo blijkt wanneer ik haar spreek in een café aan de rand van de Jordaan in haar woonplaats Amsterdam.

‘Het Midden-Oosten is en blijft een regio waar je niet vrolijk van wordt,’ zegt ze. ‘Concreet heeft de Arabische Lente zegge en schrijve één democratie opgeleverd: in Tunesië. Kijk je verder, dan is het beeld bepaald somber. In Libië, Syrië en Jemen is het oorlog, in Egypte heerst de afschrikwekkende dictatuur van Sisi, Saoedi-Arabië is en blijft een verschrikkelijk land.’

Vrouwen mogen daar nu toch autorijden? Is dat geen vooruitgang?

‘Nou, wat een verworvenheid zeg! Bedenk wel dat veel vrouwen die voor dit recht geijverd hebben, nu in de gevangenis zitten. Prins Mohammed Bin Salman moderniseert de samenleving niet, hij moderniseert zijn dictatuur.’

Moeten we het Midden-Oosten dan toch maar gewoon opgeven? Onder het motto: het zal nooit wat worden daar?

‘Zeker niet. Nogal wat jongeren zijn de situatie compleet zat. Dat zie je aan de aanhoudende sociale en politieke onrust, bijvoorbeeld in Egypte, waar onlangs werd betoogd tegen Sisi, en in Irak, waar mensen ook al maanden te hoop lopen tegen corrupte en incompetente machthebbers. De lethargie of angst die vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg. En dat komt door de generatiekloof die er de laatste jaren is ontstaan. Steeds meer jongeren zeggen tegen ouderen: bekijk het even, jullie hebben jarenlang het juk van Moebarak en Ben Ali geaccepteerd, geen poot uitgestoken, wíj hebben deze dictators ten val gebracht, niet jullie. Wíj hebben op het Tahrirplein gestaan, niet jullie, dus wat jullie vinden en geloven, daar hebben we geen boodschap meer aan.’

Kortom: de Arabische Lente heeft op het oog weinig positiefs voorgebracht, maar er is sindsdien wel degelijk sprake van een mentaliteitsverandering.

‘Absoluut. De geest is uit de fles. Dat komt overigens niet alleen door de Arabische Lente, er is sprake van een combinatie van factoren. De toegang tot internet is deze eeuw explosief gestegen in de Arabische wereld, en daarmee de toegang tot informatie die daarvoor niet beschikbaar was. De sociale media die dat internet de laatste tien jaar biedt, verschaffen gelijkgezinden een podium om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. En ten slotte denk ik dat, paradoxaal genoeg, de opkomst van extremistische bewegingen als Al-Qaeda en IS een rol heeft gespeeld. Jongeren zijn gaan uitzoeken of de door Al-Qaeda en IS gepleegde wreedheden echt mogen van de islam. En ze zijn vervolgens geschrokken van hun eigen geloof. Niet alle vreselijke dingen die Al-Qaeda en IS doen worden gelegitimeerd door de Koran, maar wel een hoop.’

Eva Ludemann: 'De lethargie of angst die er vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg.' © Uitgeverij BoomEva Ludemann: ‘De lethargie of angst die er vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg.’ © Uitgeverij Boom

De vraag blijft hoe groot deze groep jonge afvalligen is. De spaarzame enquêtes over religieuze opvattingen in de Arabische wereld spreken elkaar nogal tegen. Volgens sommige van die enquêtes neemt afvalligheid significant toe, volgens andere is een overgrote meerderheid van de Arabieren nog altijd diep traditioneel.                                 

‘Het is inderdaad heel moeilijk te zeggen hoe groot de groep Arabieren is die zich heeft afgekeerd van het geloof. Daar zijn simpelweg geen cijfers van. Wel gaat het voor zo ver ik dat kan beoordelen – en ik denk dat ik het redelijk kan beoordelen – altijd om jongeren, en de bevolking van de Arabische wereld ís heel jong. Deze groep kan in principe dus flink groeien. Daarnaast is het opvallend dat de afvalligen heel verschillende sociale achtergronden hebben. Afgezien van hun leeftijd vormen ze een dwarsdoorsnede van de bevolking: mannen, vrouwen, hoogopgeleiden, laagopgeleiden. Alleen mensen uit de opperste bovenlaag ontbreken, maar dat is logisch. Die lui hoeven zich überhaupt aan niets gelegen te laten liggen, dus ook niet aan de islam.’

Betrekkelijk recent nog had het geloof helemaal niet zo’n klemmende greep op de samenleving in het Midden-Oosten. In de jaren zestig en zeventig zag je amper hoofddoekjes in de straten van Beiroet en Caïro. Befaamd is de speech van de Egyptische president Nasser waarin hij de moslimbroederschap en de hejab, de islamitische kleding voor vrouwen, belachelijk maakt [zie onder]. Dat religieuze conservatisme is eigenlijk een modern verschijnsel. Hoe verklaar je dat?

‘Ik denk dat de militaire nederlagen van de Arabische wereld tegen Israël in 1967 en 1973 daar veel mee te maken hebben. De seculiere, nationalistische en socialistische dictaturen die tot dan hadden gedomineerd, verloren hun geloofwaardigheid. De nationalistische dictators bleven wel aan de macht, maar de politieke islam kreeg steeds meer aanhangers en de samenleving werd religieuzer.’

‘Daarnaast werd de sjah van Iran in 1979 afgezet, waarop sji’itische geestelijken de macht grepen.  En eind jaren tachtig versloegen door de VS gesteunde islamitische vrijheidsstrijders – de moedjahedien – de Sovjet-Unie in Afghanistan. Zo kreeg het geloof de wind in de zeilen. Een radicale versie van het geloof welteverstaan.’

YouTube voorvertoningsafbeelding

Maar de Iraanse islamitische revolutie heeft op geen stukken na haar beloften ingelost, en de moedjahedien hebben er in Afghanistan een bloedige bende van gemaakt – en toch blijft de radicale islam maar groeien. Hoe komt dat?

‘Dat is denk ik te wijten aan de export van die radicale islam door landen als Saudi-Arabië, Koeweit en Qatar. Dat doen ze op behoorlijke grote schaal, dus dat moet wel effect hebben.’

En doen de leiders van die landen – die er zelf niet altijd een even islamitische levenswijze op nahouden – dat om de fundamentalisten in eigen kring zoet te houden?

‘Ongetwijfeld is dat een factor.’

Terug naar je boek. Wanneer werd het precies een boek?

‘Aanvankelijk dacht ik helemaal niet aan een boek, maar aan een reeks artikelen. Het was in de tijd dat je veel over ISIS las in de media. Ik vond ISIS interessant, maar had niet echt iets toe te voegen aan wat er al over werd geschreven. In dezelfde periode, zeg maar tijdens en na de Arabische lente, was ik een aantal keren in Egypte en merkte ik dat de mentaliteit er was veranderd, voelde ik die generatiekloof waarover we het eerder hadden.’

‘Vervolgens las ik een tweet van Iyad al-Baghdadi – niet te verwarren met ISIS-leider Abu Bakr al-Baghdadi. Iyad al-Bahdadi is een Palestijnse activist die een libertijnse vorm van islam predikt, en die ik al een tijd op Twitter volg. De tweet die me trof luidde: “Bedankt Islamitische Staat, er zijn nog nooit ineens zoveel moslims van hun geloof gevallen!” Toen ben ik op internet gaan zoeken naar die afvalligen, en stuitte ik op tal van Facebookgroepen en Twitteraccounts van jonge ex-moslims, en legde ik contact met ze.’

Hoe ging dat?

‘In het begin waren ze soms wat terughoudend. Begrijpelijk, want ze wilden natuurlijk weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. Ik besloot volledig open kaart met ze te spelen,  ze mochten mij alles vragen, alles van me weten. Zo won ik hun vertrouwen, werden de contacten al snel heel hartelijk, en wilden ze graag hun verhaal kwijt. Waarom? Omdat ze dolgraag willen dat ook hún stem wordt gehoord. “Waarom zo veel aandacht voor fanatici, en zo weinig voor ons?” Dat was een klacht die ik vaak hoorde. Uiteindelijk leerde ik zoveel mensen kennen, dat ik dacht: dit moet een boek worden.’

Opvallend aan je boek is dat het over meer gaat dan over afvalligheid in de Arabische wereld. Je hebt een boeiende extra laag aangebracht. De lezers leren ook iets over hoe een westers land als Nederland geworsteld heeft met het geloof. Het blijkt dat wij onze eigen fanatici hadden, zoals Bonifatius, onze eigen ISIS-achtige extremisten, zoals de Wederdopers en de Watergeuzen, en dat Münster in de 16e eeuw een soort Raqqa was. Ook wijs je erop dat de positie van vrouwen in Nederland tot luttele generaties geleden niet heel erg anders was dan die van vrouwen in het Midden-Oosten nu.

‘Die extra laag drong zich op toen ik merkte dat ik tegen een barrière aanliep. Mijn inlevingsvermogen schoot tekort. Ik kon me maar tot op beperkte hoogte verplaatsen in wat de jonge Arabieren die ik sprak doormaakten. Ik ben niet religieus opgevoed. Angsten dat Satan op je haar zal pissen, of dat je aan je tong in de hel wordt opgehangen, zeggen mij niets, omdat Satan en de hel mij niets zeggen. Dat maakte me juist nieuwsgierig naar mijn eigen culturele achtergrond. Ik wilde mij zo goed mogelijk proberen voor te stellen wat mijn gesprekspartners voelden. Zo heb ik een soort spiegelbeeld gecreëerd, dat voor mijzelf verhelderend was, en hopelijk ook de lezer duidelijk maakt waar wij vandaan komen. We moeten ons realiseren dat Nederland nog niet zo lang geleden een aartsconservatief landje was.’

‘Ik wilde ook geen boek in de trant van ‘Nederlander schrijft over Arabieren’. Althans, niet zonder mijn eigen bagage mee te nemen. Voor mij scheelde dat, en ik reken er eerlijk gezegd op dat de lezer er ook wat aan heeft.’

Aanslag van de Wederdopers op het Stadhuis van Amsterdam op 10 mei 1535 (illustratie Simon Fokke)Aanslag van de Wederdopers op het Stadhuis van Amsterdam op 10 mei 1535 (illustratie Simon Fokke)

Waarom is het eigenlijk zo moeilijk voor veel moslims om geloofsafval bij anderen te accepteren, zijn de reacties vaak zo buitensporig en moeten ex-moslims regelmatig vrezen voor hun leven?

‘Dat heeft voor een groot deel te maken met die voor ons bizarre angst voor de hel. Ouders van afvallige kinderen zijn vaak niet alleen bang dat hun kinderen naar de hel gaan, maar dat ditzelfde lot ook hen zal treffen. Het eigen zielenheil is ermee gemoeid. Daardoor kan het ongelooflijke gebeuren: namelijk dat afvalligen door hun eigen familie worden vermoord. Het komt ook voor dat ouders alleen maar roepen dat ze hun kind willen of zullen doden om geen problemen te krijgen met hun gemeenschap. Of dat ze tegen hun kind zeggen: ga weg, dan hoef ik je niet te doden. Atheïsme betekent verstoting uit de gemeenschap.’

Er rust een sociaal taboe op.

‘En daarom is er waarschijnlijk ook veel verborgen ongeloof. Ik ken gevallen van kinderen die hun ouders niet vertellen dat ze atheïst zijn, een soort masker ophouden. Dat doen ze niet alleen uit angst, maar ook uit medelijden. Ze willen hun ouders geen verdriet doen. Die arme mensen denken dan immers dat niet alleen jij, maar ook zij zelf naar de hel gaan. Jij weet wel dat het niet waar is, maar daarom weten zij het nog niet. Zo ontstaat er een sociale gevangenis, enigszins te vergelijken met het voormalige Oost-Duitsland of Roemenië onder Ceaucescu: een samenleving waarin je niemand kunt vertrouwen. Maar waarin je ook, als buitenstaander, niet te snel over iemand een oordeel moet vellen. Zoals een van de vrouwen in mijn boek zegt: oordeel niet over een vrouw met een hoofddoek, want je weet nooit wat voor mens eronder zit. Hier in Nederland is een hoofddoek meestal een vrije keuze, maar in de Arabische wereld is het een heel ander verhaal.’    

Rest de vraag hoe de Arabische wereld uit deze geloofsimpasse moet komen. Is een seculiere islam mogelijk?

‘Ik denk het wel, al is het natuurlijk wel een groot probleem dat de Koran als het letterlijke woord van God wordt beschouwd.’

Er zijn ook stromingen in de islam die zeggen dat de Koran weliswaar het woord van God is, maar dat God er tal van betekenislagen in heeft aangebracht. Het zijn vooral de salafisten, de ultra-orthodoxen, de extremisten, die alle interpretatie wensen uit te bannen. 

‘Daarom voel ik wel wat voor de aanbeveling die de gezaghebbende Franse islamoloog Olivier Roy mij per e-mail stuurde: moslims moeten doen wat de protestanten deden, en dat is een breuk met het verleden afdwingen. Jihadistische wreedheden moeten ondubbelzinnig en structureel, en niet hier en daar en wanneer het zo uitkomt, worden afgekeurd. Alle gezaghebbende religieuze instanties, zoals de Al-Azhar Universiteit in Egypte, moeten dat doen. Tot nu toe hebben ze dat nagelaten. Zelf lijkt het mij hoogst noodzakelijk dat er iets fundamenteel verandert in Saudi-Arabië, dat met Mekka en Medina de historische bakermat is van de islam. Zolang Saudi-Arabië blijft wat het is, komt er geen einde aan de onverdraagzaamheid.’

Als je het zo stelt, dan zijn de mensen die jij hebt gesproken, bijzonder moedig.

‘Absoluut. En daarom vind ik ook dat zij de eigenlijke auteurs zijn van mijn boek. Ik heb het opgeschreven, maar alle eer komt hun toe. Voor mij stond er weinig op het spel, maar voor hen heel veel.’

#ArabierEnSeculier, Eva Ludemann, Uitgeverij Boom, 204 pag. ISBN 978 90 2443 025 3

#ArabierEnSeculier, Eva Ludemann, Uitgeverij Boom, 204 pag. ISBN 978 90 2443 025 3

Dit artikel is ook te lezen op de website van het Grote Midden Oosten Platform

Human extinction en het laatste Volmaakte Liedje

extinct2

DOOR CARL STELLWEG

Aanvankelijk wilde ik een stukje schrijven waarin ik, figuurlijk gesproken en in alle collegialiteit, het been van een paar publicisten afzaag die al een tijd roeptoeteren dat nieuws geen waarde heeft, dat een mens zich beter voor nieuws kan afsluiten. Een onzinnig en schadelijk advies, zeker in deze tijden.

Maar toen dacht ik ineens zelf: ‘Hè, nee. Even geen nieuws’.

‘Nieuws’ staat tegenwoordig gelijk aan ‘klimaat’, althans voor mij en andere rationele mensen. Eigenlijk zijn we het aan onszelf en aan elkaar verplicht om het continu over het klimaat te hebben. Maar we moeten ook leven.

Daarom gaat dit stukje niet over nieuws, niet over domme meningen over nieuws, niet over klimaat, maar over heel iets anders: muziek.

Al moet ik nog  wel even uitleggen hoe ik van klimaat op muziek ben gekomen.

Dat zit zo. Laatst heb ik op YouTube een lezing beluisterd van Guy McPherson, een man van wie ik kort geleden nog nooit had gehoord, maar die me inmiddels fascineert.

Collectieve doodstrijd

Guy McPherson is een Amerikaanse hoogleraar evolutiebiologie, en nóg een paar disciplines waarvan ik geen kaas heb gegeten. Het bijzondere aan hem is zijn wetenschappelijke overtuiging dat wij over zo’n tien jaar allemaal dood zijn. Over een jaartje of vijf, zo houdt hij ons voor, zal een snelle aaneenschakeling van verschrikkelijke rampen korte metten maken met bijna al het leven op aarde, inclusief menselijk leven.

Hij legt er niet al te veel nadruk op, maar het kan niet anders of onze collectieve doodstrijd zal gepaard gaan met onvoorstelbaar lijden. Als we niet verhongeren, dan verzuipen we. En als we niet verzuipen, dan verbranden we. En als we niet verbranden, dan vriezen we dood.

climate-change-2254711_960_720

Guy McPherson noemt dit concept Near-term human extinction. Zoals hij het in zijn lezing uit de doeken deed, klonk het verdomd overtuigend. Ik zal je de details besparen. Het heeft veel te maken met reusachtige hoeveelheden methaan, die in korte tijd allemaal vrij zullen komen, met alle gevolgen van dien. Positive feedback loops en zo.

Suspecte kerel

Voordat je nu je naar je zolder kruipt om je daar op te knopen, nog even dit: near-term human extinction daargelaten, vind ik die McPherson een suspecte kerel. Hij is al jaren met emeritaat, want naar eigen zeggen ‘weggepest’ door de universiteit van Arizona. Ze konden daar niks met zijn radicale visie. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen ook. Tegenwoordig verdient hij geld door mensen te ‘counselen’ die moeite hebben zich te verzoenen met het verschrikkelijke vooruitzicht waarmee hij ze heeft opgezadeld. Hij wil ze leren hoe zij zich ‘emotioneel en intellectueel’ op het einde moeten voorbereiden, waarbij alles draait om deze religieus aandoende leerstelling: ‘At the edge of near-term human extinction, only love remains.

Ik vind dit allemaal – wat zal ik zeggen – nogal bedenkelijk.

McPherson is ook een soort cultuurcriticus, en laat in die hoedanigheid geen gelegenheid voorbijgaan om zijn diepe dedain voor de mensheid uit te venten. Van dat soort mensen houd ik niet, en vertrouwen doe ik ze al helemaal niet.

Ter geruststelling: er zijn veel geleerden die een even goede staat van dienst hebben als hij, en hele andere klimaatscenario’s aanhangen. Evenmin rooskleurige scenario’s, maar op geen stukken na zo onrustbarend als het zijne. Dus nog even geen paniek.

Nutty professors, begaafde wetenschappers waar een steekje aan los zit, ze bestaan nu eenmaal. Ik heb er zelf een paar mogen interviewen. Onder wie Sam Cohen (1921-2010), de uitvinder van de neutronenbom. Aardige man, daar niet van, maar op z’n zachtst gezegd een buitenissige persoonlijkheid.

Verlies van schoonheid

Wacht even, hoor ik nu een benauwd stemmetje (misschien wel het mijne), dit zou toch over muziek gaan? Momentje, daar kom ik zo op.

Na die lezing van McPherson vroeg ik me af: wat  is er eigenlijk zo erg aan, dat de mensheid uitsterft? Er zijn zo veel diersoorten uitgestorven. ’t Is tragisch, ‘t  is klote, maar het hoort erbij.

Toen wist ik het: we hoeven niet zozeer verdrietig te zijn om ons eigen verdwijnen, maar om het feit dat de schoonheid met ons mee verdwijnt. En wat is het schoonste wat de mensheid heeft voortgebracht?

Muziek, toch?

Ik geloof niet in God, maar wel in muziek. Muziek is een taal van de ziel die alle andere menselijke uitdrukkingsvormen ontstijgt. Als God toch bestaat, vermoed ik dat hij Bach heet. Schubert mag ook.

Schubert

Ik denk dat ik liever blind word dan doof, want ik vertrouw erop dat als ik blind ben, mijn geestesoog nog wel zal functioneren en ik mij nog in enige mate gezichten en landschappen zal kunnen voorstellen. Wat boeken betreft: daar zal ik naar kunnen luisteren. Muziek zal ik echter niet kunnen lezen: daar is ze te ongrijpbaar voor. Muziek zal onherroepelijk uit mijn leven verdwijnen, en wat het leven dan nog waard is, weet ik niet. Verrekte weinig, ben ik bang.

Perfecte Liedje

Wat me met nog meer droefheid vervult dan het bovenstaande gedachte-experimentje, is het idee dat alle prachtige muziek die door de eeuwen met zoveel liefde is gecomponeerd en zo veel harten heeft beroerd – dat al die muziek in een verwoeste wereld volkomen vergeten en verdwenen zal zijn.

Er is erg veel muziek waar ik van houd. Alleen dixieland en hiphop wijs ik resoluut af. Ik moet niks hebben van VVD-congressen, en het verongelijkte gesnauw van gangsta-rappers kan me al helemaal gestolen worden. Voor Bach, Beethoven, Brahms, Bruckner en The Beatles mag je me daarentegen midden in de nacht wakker maken.

Misschien houd ik wel het meest van het Perfecte Liedje. Het Perfecte Liedje is een strakke kunstvorm, met een aantal strenge criteria: het Perfecte Liedje komt recht uit het hart – of de ziel, wat je wil – duurt nooit langer dan drie minuten, kent geen moment van verslapping, heeft een verslavend refrein, klinkt bedrieglijk eenvoudig, en bestaat uit woorden die naadloos op de melodie aansluiten.

Het Perfecte Liedje is Het Hoogste. Het Hoogste.

Een groepje dat veel perfecte liedjes op zijn naam heeft staan, is The Beatles. Wel eens van gehoord? Bijna alles wat The Beatles hebben gemaakt vind ik mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar de periode  vóór Sergeant Pepper’s – de periode voordat popmuziek kunst werd. Toen ze nog zogenaamd onbeduidende, zogenaamd simpele deuntjes schreven.

Niks onbeduidend. Niks simpel. Een van de misverstanden omtrent Het Perfecte Liedje is dat het niet meer dan drie akkoorden als basis heeft. Bullshit. Neem ‘She Loves You’: een geweldig nummer, vooral die energie in dat ‘yeah yeah yeah’. Het klinkt allemaal heel spontaan en ongecompliceerd, maar er zitten liefst zeven akkoorden onder.

Misschien hoor je dat nog een heel klein beetje aan She Loves You af. Maar wat dacht je van Please Please Me, hun eerste grote hit? Lijkt een stuk simpeler, en toch zitten ook daar stiekem zeven akkoorden in.

Aan Please Please Me wijdde de musicoloog A.W. Pollack een heuse dissertatie. Hetzelfde deed hij  met alle andere 186 liedjes van The Beatles, wat hem tien jaar werk kostte. Van dit soort nutty professors zou je er meer moeten hebben.

The Beatles waren de Mozarts van de popmuziek. Licht en luchtig en vanzelfsprekend, maar ondertussen ongelooflijk ingenieus en met meer emotionele diepgang dan je aanvankelijk in de gaten hebt.

Popmuziek wordt, vind ik, sowieso zwaar onderschat. Omdat het zo direct en simpel is. Dat is nu juist de kunst. Hemingway schreef: easy reading is hard writing. Dan geldt ook: easy listening is hard composing. Goed, er is wel veel slechte popmuziek, maar er zijn ook liedjes die naar mijn overtuiging tegen de eeuwigheid zijn bestand. Zoals het even ‘simpele’ als ongelooflijke mooie ‘I wanna be your boyfriend’ van The Ramones, dat ook meer dan drie akkoorden heeft, namelijk vier. Of ‘Teenage Kicks’ van de Noord-Ierse Undertones: onstuimig, rete-strak, geweldig gezongen, en van een verrukkelijke onschuld.

A teenage dream’s so hard to beat’ liet de beroemde DJ John Peel op zijn grafsteen beitelen: de eerste regel van ‘Teenage Kicks’, volgens hem het mooiste liedje aller tijden.

Dat laatste vind ik wat kras. ‘Ever fallen in Love’ van The Buzzcocks is naar mijn bescheiden mening niet minder. Met name het refrein: “Ever fallen in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, you shouldn’t have fallen in love with?”

Je denkt: zoiets kan ik ook verzinnen.

Nee. Kun je niet.

Wat zou ik doen als ik de laatste mens op aarde was? Ik sloeg uiteraard de hand aan mijzelf. Maar eerst ging ik tussen de puinhopen en de lijken op zoek naar een gitaar of piano die het nog een beetje deed, en bleef er net zo lang op pielen totdat ik, met al het gebrekkige talent in mij, het laatste Perfecte Liedje had gemaakt. Dat zou ik één keer ten gehore brengen, voor al het overgebleven leven op onze planeet.

Het moet net zo energiek klinken als ‘She loves you’ en ‘Please please me’, net zo mooi als ‘I wanna be your boy-friend’ en net zo onstuimig en rete-strak als ‘Teenage kicks’ en ‘Ever fallen in love. Je weet nooit of zoiets toch niet ergens wordt gewaardeerd.

De titel heb ik al: Only love remains.

Met dank aan Guy McPherson.