‘Niets’, of: ‘Nous sommes les invincibles’

Niets1

DOOR CARL STELLWEG

Ooit, toen de wereld nog was zoals we haar kenden, bevond ik mij in Het Middle of Nowhere. Het enige echte Middle of Nowhere. Aardedonker was het om mij heen, maar boven mij zag ik grillige reuzenstrengen van flonkerend gruis.

Dit was de nachtelijke hemel boven de Pacific waar ze zo hoog over opgaven. Terecht, bleek nu. Eindelijk was ik er dan onder beland.

Ik leek een nooit voorziene eindbestemming te hebben bereikt. Mijn receptoren gingen als klaproosjes open, mijn gedachtenstromen vloeiden groots samen. Alles kwam goed, wás goed. Alles hoorde bij alles en stond in de sterrenhemel gegrift. Dus toch. Misschien was het wel het handschrift van goden dat ik boven mij zag, je kon nooit weten.

Lees meer

Goedemorgen, koddebeiers

koddebeiers2

DOOR CARL STELLWEG

Rotterdam, vroeg in de ochtend, eind jaren negentig. Het was weer zover. Beschonken in de tram, een hele nacht doorgehaald. De zon kwam op, en op zo’n moment, in de staat van zelfoverschatting waarin ik verkeerde, werd ik nog wel eens overspoeld door een redeloze liefde voor life, the universe, and everything.

Als het meezat. Nu was er juist een machtige kwade dronk in mij opgestaan. Een jubelende haat tegen precies datzelfde leven, datzelfde universum, datzelfde alles.

Halverwege de dertig was ik, in de kracht van mijn leven. In het bezit van een prachtbaan die mijn veeleisende ego meer dan voldoende streelde. Met mooie, avontuurlijke reizen. Een zowel jolige als stimulerende werkomgeving. En of het niet op kon, had ik ook nog vaste verkering. Zo noemden mijn geliefde en ik dat, met kokette zelfspot, maar ook oprechte trots. Anders dan veel leeftijdgenoten hadden wij ons niet laten insnoeren door huwelijk, hypotheek, nakomelingen: in ons leven was nog ruimte voor ongeremde hartstocht.

Er moet iets afstotends zijn geweest aan al die voorspoed, dat zelfvoldane geluk. Misschien dat ik het daarom wel op het spel zette met drie tot vier zware dranksessies per week.

Lees meer

Bleke zonde, witte zonde

white

DOOR CARL STELLWEG

To: lezer@gmail.com

From: stellwegcarl@gmail.com

Subject: Bleke zonde, witte zonde

Lieve lezer,

Bijna was ik deze mail begonnen met ‘alles goed?’ Hoewel ik het niet weet, omdat jij mijn intiemste onbekende bent, ga ik ervanuit dat je me een dergelijke aanhef niet in dank had afgenomen. Want ik weet dan wel niets van je, ik veronderstel oneindig veel over je. Bijvoorbeeld dat je op de vraag ‘alles goed?’ zou antwoorden met: ‘Nee. Natuurlijk is niet alles goed. Moet dat dan?’

Zo reageer ik zelf namelijk ook vaak op die vraag, die eigenlijk geen vraag is. En ik ga er vanuit dat jij en ik veel gemeen hebben. Daar begint de ellende al: de instinctieve hang naar soortgenoten, zelfs in de oppervlakkigste dingen. De uitsluiting van de ander.

Lees meer