De Bond tegen Meedogenloos Mooie Jongens

bond

DOOR CARL STELLWEG

Hoe zal ik mijn teloorgang beschrijven? Ik kan erop wijzen dat iedereen een reden nodig heeft om niet naar de bliksem te gaan, en dat het mij aan niets ontbrak – behalve aan zo’n reden.

Ik zou kunnen stellen dat ik ben opgegroeid in een fuik van geluk, en dat mijn geluk mij heeft uitgewist en overbodig gemaakt; dat het geluk, vraatzuchtig als het is, mij heeft omsingeld, belaagd en alles afgepakt.

Het moest dus wel slecht met me aflopen. Al heb ik er nog betrekkelijk lang over gedaan.

Lees meer

Het stapeltje van drie

Stapeltje12

CARL STELLWEG

Het hotel lag hoog in de bergen. Het leven is daar heel anders dan beneden. Het uitzicht is dreigender, de zuurstof schaarser, en misschien dat ook de liefde daardoor adem tekort komt en haar krachten spaart.

De mensen die er wonen zijn er geboren en hebben de weg naar beneden nooit gevonden, of zijn juist de bergen in gevlucht om te ontkomen aan een leven dat weliswaar rijker is, maar daarom soms juist heel wreed.

De kamer die de jongen in het hotel had, verschilde niet van eenvoudige eenpersoonskamers voor gasten. Een gast was hij niet, maar hem werd wel een prijs berekend.

Hij wist zeker dat zijn vader en moeder hem haatten, hem al haatten voor hij was geboren. Hij was voor hun haat in de wieg gelegd. Hij had geen broertjes en zusjes, bondgenoten waren hem niet gegund.

Lees meer

Ahmed Abu Artema: één democratie voor joden en Palestijnen ? – graag, maar dan geen verzuilde democratie als in Libanon

ahmad

DOOR CARL STELLWEG

Dit artikel verscheen ook in Soemoed, nr. 2 2020 (maart-april) en is een vervolg op een eerder interview metAli-Ahmad Aboe Artema

Tijdens een bijeenkomst op 29 januari in het Humanity House in Den Haag benadrukt hij dat het verhaal van zijn leven enkel van belang is omdat het eigenlijk geen persoonlijk verhaal is, maar het verhaal van elke Palestijn in bezet gebied.

Ahmed Abu Artema, een van de meest vooraanstaande activisten van de Grote Terugkeermars in de Strook van Gaza, werd geboren in 1984. Hij groeide op in een wolk van traangaas, een litanie van uitgaansverboden, een regime van collectieve straffen, enzovoorts  – alle vertrouwde elementen waaruit de gewelddadige vlakschaaf van de bezetting is gesmeed.

Maar toch was hij een beetje anders dan veel lotgenoten om hem heen: hij trok zich terug in een innerlijke wereld van lezen en schrijven, van reflectie, die hem leerde om niet in eendimensionale oplossingen te denken.

Geen oog om oog, tand om tand, geen twee etnische groepen die een gewapende vrede zouden sluiten en zich vervolgens zo veel mogelijk van elkaar zouden afzonderen. Het was hem al vroeg duidelijk dat vrede, ware vrede, iets anders vergt: iets dat hij ‘flexibiliteit’ noemt.

Lees meer