Schrijfster Eva Ludemann over afvallige moslims in de Arabische wereld: ‘Veel Arabische jongeren zijn de situatie compleet zat’

BoekEva

DOOR CARL STELLWEG

Journaliste en historica Eva Ludemann schreef begin deze eeuw het boek ‘We blazen uw auto even op’, over haar verblijf van twee jaar in de Gazastrook. Na een aardig tussendoortje over Arabische etiquette (‘Let op je schoenzool’), was het even wachten op een waardige opvolger. Dat wachten wordt nu ruimschoots beloond met ‘#ArabierEnSeculier’. Dat is namelijk een boek om aan de borst te drukken.

Waarom? Omdat het je mensen leert kennen die je aan de borst wil drukken.

#ArabierEnSeculier gaat over jonge mensen in de Arabische wereld die af willen van de knellende banden van het geloof, die zelf willen bepalen wat ze geloven of niet, die de dogma’s van hun ouders niet meer accepteren en zich ondanks alle gevaren durven uit te spreken. Dat doen ze vaak op sociale media, waar Ludemann hen opspoorde. Ook sprak ze een aantal van hen in levenden lijve in Egypte, Tunesië en Marokko.

Maak zodoende kennis met de Egyptenaar Ismail, die het lef had om op de Egyptische staatstelevisie te verklaren dat hij niet meer in Allah gelooft – de overige gasten in het programma vielen bijna van hun stoel van verontwaardiging – en die een eigen YouTube-kanaal heeft dat atheïsten in de Arabische wereld een veilig platform biedt, met meer dan 35.000 volgers (de Arabische versie).

Maak kennis met zijn vrouw Joumana, die moest trouwen met ‘vette Mohammed’, maar deze ouderlijke wens trotseerde, met Ismail de benen nam…

… en in één moeite door haar zedige, door het geloof opgelegde kleding afzwoor.

Maak kennis met de Libiër Abdallah, die ooit een vrome moslim was, maar niet kon begrijpen waarom alle niet-moslims naar de hel moesten, terwijl hij er een aantal kende die hij toch heel aardig vond – uiteindelijk was het de evolutionaire bioloog en atheïstische activist Richard Dawkins die een kanteling in zijn overtuiging teweegbracht.

Maak kennis met de Marokkaanse Khaoula, wier geloofsafval juist voortkwam uit een wens vromer te worden. Die na de dood van haar dierbare oma troost zocht in de Koran, het boek toen pas werkelijk begon te lezen, geen wijs werd uit alle tegenstrijdigheden, en als ze er wel wijs uit werd, regelmatig met afgrijzen werd vervuld.

Maak, ten slotte, kennis met de Tunesiër ‘Lorenzo’, homo en drag queen, die niet blij was met de Arabische Lente en de democratie die er in zijn land het gevolg van was, omdat die de islamisten regeringsmacht gaf, waardoor het laatste beetje tolerantie van de overheid voor zijn geaardheid verdween.

Het zijn stuk voor stuk mensen die een ander beeld oproepen van het Midden-Oosten dan van ‘zand, kamelen, patserige dictators en religieus geweld’, zoals Ludemann schrijft. Maakt dat #ArabierEnSeculier ook tot een optimistisch boek? Dat niet. Eva Ludemanns perspectief is betrokken, maar ze blijft nuchter, zo blijkt wanneer ik haar spreek in een café aan de rand van de Jordaan in haar woonplaats Amsterdam.

‘Het Midden-Oosten is en blijft een regio waar je niet vrolijk van wordt,’ zegt ze. ‘Concreet heeft de Arabische Lente zegge en schrijve één democratie opgeleverd: in Tunesië. Kijk je verder, dan is het beeld bepaald somber. In Libië, Syrië en Jemen is het oorlog, in Egypte heerst de afschrikwekkende dictatuur van Sisi, Saoedi-Arabië is en blijft een verschrikkelijk land.’

Vrouwen mogen daar nu toch autorijden? Is dat geen vooruitgang?

‘Nou, wat een verworvenheid zeg! Bedenk wel dat veel vrouwen die voor dit recht geijverd hebben, nu in de gevangenis zitten. Prins Mohammed Bin Salman moderniseert de samenleving niet, hij moderniseert zijn dictatuur.’

Moeten we het Midden-Oosten dan toch maar gewoon opgeven? Onder het motto: het zal nooit wat worden daar?

‘Zeker niet. Nogal wat jongeren zijn de situatie compleet zat. Dat zie je aan de aanhoudende sociale en politieke onrust, bijvoorbeeld in Egypte, waar onlangs werd betoogd tegen Sisi, en in Irak, waar mensen ook al maanden te hoop lopen tegen corrupte en incompetente machthebbers. De lethargie of angst die vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg. En dat komt door de generatiekloof die er de laatste jaren is ontstaan. Steeds meer jongeren zeggen tegen ouderen: bekijk het even, jullie hebben jarenlang het juk van Moebarak en Ben Ali geaccepteerd, geen poot uitgestoken, wíj hebben deze dictators ten val gebracht, niet jullie. Wíj hebben op het Tahrirplein gestaan, niet jullie, dus wat jullie vinden en geloven, daar hebben we geen boodschap meer aan.’

Kortom: de Arabische Lente heeft op het oog weinig positiefs voorgebracht, maar er is sindsdien wel degelijk sprake van een mentaliteitsverandering.

‘Absoluut. De geest is uit de fles. Dat komt overigens niet alleen door de Arabische Lente, er is sprake van een combinatie van factoren. De toegang tot internet is deze eeuw explosief gestegen in de Arabische wereld, en daarmee de toegang tot informatie die daarvoor niet beschikbaar was. De sociale media die dat internet de laatste tien jaar biedt, verschaffen gelijkgezinden een podium om elkaar te ontmoeten en van gedachten te wisselen. En ten slotte denk ik dat, paradoxaal genoeg, de opkomst van extremistische bewegingen als Al-Qaeda en IS een rol heeft gespeeld. Jongeren zijn gaan uitzoeken of de door Al-Qaeda en IS gepleegde wreedheden echt mogen van de islam. En ze zijn vervolgens geschrokken van hun eigen geloof. Niet alle vreselijke dingen die Al-Qaeda en IS doen worden gelegitimeerd door de Koran, maar wel een hoop.’

Eva Ludemann: 'De lethargie of angst die er vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg.' © Uitgeverij BoomEva Ludemann: ‘De lethargie of angst die er vroeger onder de gehele Arabische bevolking heerste, is weg.’ © Uitgeverij Boom

De vraag blijft hoe groot deze groep jonge afvalligen is. De spaarzame enquêtes over religieuze opvattingen in de Arabische wereld spreken elkaar nogal tegen. Volgens sommige van die enquêtes neemt afvalligheid significant toe, volgens andere is een overgrote meerderheid van de Arabieren nog altijd diep traditioneel.                                 

‘Het is inderdaad heel moeilijk te zeggen hoe groot de groep Arabieren is die zich heeft afgekeerd van het geloof. Daar zijn simpelweg geen cijfers van. Wel gaat het voor zo ver ik dat kan beoordelen – en ik denk dat ik het redelijk kan beoordelen – altijd om jongeren, en de bevolking van de Arabische wereld ís heel jong. Deze groep kan in principe dus flink groeien. Daarnaast is het opvallend dat de afvalligen heel verschillende sociale achtergronden hebben. Afgezien van hun leeftijd vormen ze een dwarsdoorsnede van de bevolking: mannen, vrouwen, hoogopgeleiden, laagopgeleiden. Alleen mensen uit de opperste bovenlaag ontbreken, maar dat is logisch. Die lui hoeven zich überhaupt aan niets gelegen te laten liggen, dus ook niet aan de islam.’

Betrekkelijk recent nog had het geloof helemaal niet zo’n klemmende greep op de samenleving in het Midden-Oosten. In de jaren zestig en zeventig zag je amper hoofddoekjes in de straten van Beiroet en Caïro. Befaamd is de speech van de Egyptische president Nasser waarin hij de moslimbroederschap en de hejab, de islamitische kleding voor vrouwen, belachelijk maakt [zie onder]. Dat religieuze conservatisme is eigenlijk een modern verschijnsel. Hoe verklaar je dat?

‘Ik denk dat de militaire nederlagen van de Arabische wereld tegen Israël in 1967 en 1973 daar veel mee te maken hebben. De seculiere, nationalistische en socialistische dictaturen die tot dan hadden gedomineerd, verloren hun geloofwaardigheid. De nationalistische dictators bleven wel aan de macht, maar de politieke islam kreeg steeds meer aanhangers en de samenleving werd religieuzer.’

‘Daarnaast werd de sjah van Iran in 1979 afgezet, waarop sji’itische geestelijken de macht grepen.  En eind jaren tachtig versloegen door de VS gesteunde islamitische vrijheidsstrijders – de moedjahedien – de Sovjet-Unie in Afghanistan. Zo kreeg het geloof de wind in de zeilen. Een radicale versie van het geloof welteverstaan.’

YouTube voorvertoningsafbeelding

Maar de Iraanse islamitische revolutie heeft op geen stukken na haar beloften ingelost, en de moedjahedien hebben er in Afghanistan een bloedige bende van gemaakt – en toch blijft de radicale islam maar groeien. Hoe komt dat?

‘Dat is denk ik te wijten aan de export van die radicale islam door landen als Saudi-Arabië, Koeweit en Qatar. Dat doen ze op behoorlijke grote schaal, dus dat moet wel effect hebben.’

En doen de leiders van die landen – die er zelf niet altijd een even islamitische levenswijze op nahouden – dat om de fundamentalisten in eigen kring zoet te houden?

‘Ongetwijfeld is dat een factor.’

Terug naar je boek. Wanneer werd het precies een boek?

‘Aanvankelijk dacht ik helemaal niet aan een boek, maar aan een reeks artikelen. Het was in de tijd dat je veel over ISIS las in de media. Ik vond ISIS interessant, maar had niet echt iets toe te voegen aan wat er al over werd geschreven. In dezelfde periode, zeg maar tijdens en na de Arabische lente, was ik een aantal keren in Egypte en merkte ik dat de mentaliteit er was veranderd, voelde ik die generatiekloof waarover we het eerder hadden.’

‘Vervolgens las ik een tweet van Iyad al-Baghdadi – niet te verwarren met ISIS-leider Abu Bakr al-Baghdadi. Iyad al-Bahdadi is een Palestijnse activist die een libertijnse vorm van islam predikt, en die ik al een tijd op Twitter volg. De tweet die me trof luidde: “Bedankt Islamitische Staat, er zijn nog nooit ineens zoveel moslims van hun geloof gevallen!” Toen ben ik op internet gaan zoeken naar die afvalligen, en stuitte ik op tal van Facebookgroepen en Twitteraccounts van jonge ex-moslims, en legde ik contact met ze.’

Hoe ging dat?

‘In het begin waren ze soms wat terughoudend. Begrijpelijk, want ze wilden natuurlijk weten wat voor vlees ze in de kuip hadden. Ik besloot volledig open kaart met ze te spelen,  ze mochten mij alles vragen, alles van me weten. Zo won ik hun vertrouwen, werden de contacten al snel heel hartelijk, en wilden ze graag hun verhaal kwijt. Waarom? Omdat ze dolgraag willen dat ook hún stem wordt gehoord. “Waarom zo veel aandacht voor fanatici, en zo weinig voor ons?” Dat was een klacht die ik vaak hoorde. Uiteindelijk leerde ik zoveel mensen kennen, dat ik dacht: dit moet een boek worden.’

Opvallend aan je boek is dat het over meer gaat dan over afvalligheid in de Arabische wereld. Je hebt een boeiende extra laag aangebracht. De lezers leren ook iets over hoe een westers land als Nederland geworsteld heeft met het geloof. Het blijkt dat wij onze eigen fanatici hadden, zoals Bonifatius, onze eigen ISIS-achtige extremisten, zoals de Wederdopers en de Watergeuzen, en dat Münster in de 16e eeuw een soort Raqqa was. Ook wijs je erop dat de positie van vrouwen in Nederland tot luttele generaties geleden niet heel erg anders was dan die van vrouwen in het Midden-Oosten nu.

‘Die extra laag drong zich op toen ik merkte dat ik tegen een barrière aanliep. Mijn inlevingsvermogen schoot tekort. Ik kon me maar tot op beperkte hoogte verplaatsen in wat de jonge Arabieren die ik sprak doormaakten. Ik ben niet religieus opgevoed. Angsten dat Satan op je haar zal pissen, of dat je aan je tong in de hel wordt opgehangen, zeggen mij niets, omdat Satan en de hel mij niets zeggen. Dat maakte me juist nieuwsgierig naar mijn eigen culturele achtergrond. Ik wilde mij zo goed mogelijk proberen voor te stellen wat mijn gesprekspartners voelden. Zo heb ik een soort spiegelbeeld gecreëerd, dat voor mijzelf verhelderend was, en hopelijk ook de lezer duidelijk maakt waar wij vandaan komen. We moeten ons realiseren dat Nederland nog niet zo lang geleden een aartsconservatief landje was.’

‘Ik wilde ook geen boek in de trant van ‘Nederlander schrijft over Arabieren’. Althans, niet zonder mijn eigen bagage mee te nemen. Voor mij scheelde dat, en ik reken er eerlijk gezegd op dat de lezer er ook wat aan heeft.’

Aanslag van de Wederdopers op het Stadhuis van Amsterdam op 10 mei 1535 (illustratie Simon Fokke)Aanslag van de Wederdopers op het Stadhuis van Amsterdam op 10 mei 1535 (illustratie Simon Fokke)

Waarom is het eigenlijk zo moeilijk voor veel moslims om geloofsafval bij anderen te accepteren, zijn de reacties vaak zo buitensporig en moeten ex-moslims regelmatig vrezen voor hun leven?

‘Dat heeft voor een groot deel te maken met die voor ons bizarre angst voor de hel. Ouders van afvallige kinderen zijn vaak niet alleen bang dat hun kinderen naar de hel gaan, maar dat ditzelfde lot ook hen zal treffen. Het eigen zielenheil is ermee gemoeid. Daardoor kan het ongelooflijke gebeuren: namelijk dat afvalligen door hun eigen familie worden vermoord. Het komt ook voor dat ouders alleen maar roepen dat ze hun kind willen of zullen doden om geen problemen te krijgen met hun gemeenschap. Of dat ze tegen hun kind zeggen: ga weg, dan hoef ik je niet te doden. Atheïsme betekent verstoting uit de gemeenschap.’

Er rust een sociaal taboe op.

‘En daarom is er waarschijnlijk ook veel verborgen ongeloof. Ik ken gevallen van kinderen die hun ouders niet vertellen dat ze atheïst zijn, een soort masker ophouden. Dat doen ze niet alleen uit angst, maar ook uit medelijden. Ze willen hun ouders geen verdriet doen. Die arme mensen denken dan immers dat niet alleen jij, maar ook zij zelf naar de hel gaan. Jij weet wel dat het niet waar is, maar daarom weten zij het nog niet. Zo ontstaat er een sociale gevangenis, enigszins te vergelijken met het voormalige Oost-Duitsland of Roemenië onder Ceaucescu: een samenleving waarin je niemand kunt vertrouwen. Maar waarin je ook, als buitenstaander, niet te snel over iemand een oordeel moet vellen. Zoals een van de vrouwen in mijn boek zegt: oordeel niet over een vrouw met een hoofddoek, want je weet nooit wat voor mens eronder zit. Hier in Nederland is een hoofddoek meestal een vrije keuze, maar in de Arabische wereld is het een heel ander verhaal.’    

Rest de vraag hoe de Arabische wereld uit deze geloofsimpasse moet komen. Is een seculiere islam mogelijk?

‘Ik denk het wel, al is het natuurlijk wel een groot probleem dat de Koran als het letterlijke woord van God wordt beschouwd.’

Er zijn ook stromingen in de islam die zeggen dat de Koran weliswaar het woord van God is, maar dat God er tal van betekenislagen in heeft aangebracht. Het zijn vooral de salafisten, de ultra-orthodoxen, de extremisten, die alle interpretatie wensen uit te bannen. 

‘Daarom voel ik wel wat voor de aanbeveling die de gezaghebbende Franse islamoloog Olivier Roy mij per e-mail stuurde: moslims moeten doen wat de protestanten deden, en dat is een breuk met het verleden afdwingen. Jihadistische wreedheden moeten ondubbelzinnig en structureel, en niet hier en daar en wanneer het zo uitkomt, worden afgekeurd. Alle gezaghebbende religieuze instanties, zoals de Al-Azhar Universiteit in Egypte, moeten dat doen. Tot nu toe hebben ze dat nagelaten. Zelf lijkt het mij hoogst noodzakelijk dat er iets fundamenteel verandert in Saudi-Arabië, dat met Mekka en Medina de historische bakermat is van de islam. Zolang Saudi-Arabië blijft wat het is, komt er geen einde aan de onverdraagzaamheid.’

Als je het zo stelt, dan zijn de mensen die jij hebt gesproken, bijzonder moedig.

‘Absoluut. En daarom vind ik ook dat zij de eigenlijke auteurs zijn van mijn boek. Ik heb het opgeschreven, maar alle eer komt hun toe. Voor mij stond er weinig op het spel, maar voor hen heel veel.’

#ArabierEnSeculier, Eva Ludemann, Uitgeverij Boom, 204 pag. ISBN 978 90 2443 025 3

#ArabierEnSeculier, Eva Ludemann, Uitgeverij Boom, 204 pag. ISBN 978 90 2443 025 3

Dit artikel is ook te lezen op de website van het Grote Midden Oosten Platform

Human extinction en het laatste Volmaakte Liedje

extinct2

DOOR CARL STELLWEG

Aanvankelijk wilde ik een stukje schrijven waarin ik, figuurlijk gesproken en in alle collegialiteit, het been van een paar publicisten afzaag die al een tijd roeptoeteren dat nieuws geen waarde heeft, dat een mens zich beter voor nieuws kan afsluiten. Een onzinnig en schadelijk advies, zeker in deze tijden.

Maar toen dacht ik ineens zelf: ‘Hè, nee. Even geen nieuws’.

‘Nieuws’ staat tegenwoordig gelijk aan ‘klimaat’, althans voor mij en andere rationele mensen. Eigenlijk zijn we het aan onszelf en aan elkaar verplicht om het continu over het klimaat te hebben. Maar we moeten ook leven.

Daarom gaat dit stukje niet over nieuws, niet over domme meningen over nieuws, niet over klimaat, maar over heel iets anders: muziek.

Al moet ik nog  wel even uitleggen hoe ik van klimaat op muziek ben gekomen.

Dat zit zo. Laatst heb ik op YouTube een lezing beluisterd van Guy McPherson, een man van wie ik kort geleden nog nooit had gehoord, maar die me inmiddels fascineert.

Collectieve doodstrijd

Guy McPherson is een Amerikaanse hoogleraar evolutiebiologie, en nóg een paar disciplines waarvan ik geen kaas heb gegeten. Het bijzondere aan hem is zijn wetenschappelijke overtuiging dat wij over zo’n tien jaar allemaal dood zijn. Over een jaartje of vijf, zo houdt hij ons voor, zal een snelle aaneenschakeling van verschrikkelijke rampen korte metten maken met bijna al het leven op aarde, inclusief menselijk leven.

Hij legt er niet al te veel nadruk op, maar het kan niet anders of onze collectieve doodstrijd zal gepaard gaan met onvoorstelbaar lijden. Als we niet verhongeren, dan verzuipen we. En als we niet verzuipen, dan verbranden we. En als we niet verbranden, dan vriezen we dood.

climate-change-2254711_960_720

Guy McPherson noemt dit concept Near-term human extinction. Zoals hij het in zijn lezing uit de doeken deed, klonk het verdomd overtuigend. Ik zal je de details besparen. Het heeft veel te maken met reusachtige hoeveelheden methaan, die in korte tijd allemaal vrij zullen komen, met alle gevolgen van dien. Positive feedback loops en zo.

Suspecte kerel

Voordat je nu je naar je zolder kruipt om je daar op te knopen, nog even dit: near-term human extinction daargelaten, vind ik die McPherson een suspecte kerel. Hij is al jaren met emeritaat, want naar eigen zeggen ‘weggepest’ door de universiteit van Arizona. Ze konden daar niks met zijn radicale visie. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen ook. Tegenwoordig verdient hij geld door mensen te ‘counselen’ die moeite hebben zich te verzoenen met het verschrikkelijke vooruitzicht waarmee hij ze heeft opgezadeld. Hij wil ze leren hoe zij zich ‘emotioneel en intellectueel’ op het einde moeten voorbereiden, waarbij alles draait om deze religieus aandoende leerstelling: ‘At the edge of near-term human extinction, only love remains.

Ik vind dit allemaal – wat zal ik zeggen – nogal bedenkelijk.

McPherson is ook een soort cultuurcriticus, en laat in die hoedanigheid geen gelegenheid voorbijgaan om zijn diepe dedain voor de mensheid uit te venten. Van dat soort mensen houd ik niet, en vertrouwen doe ik ze al helemaal niet.

Ter geruststelling: er zijn veel geleerden die een even goede staat van dienst hebben als hij, en hele andere klimaatscenario’s aanhangen. Evenmin rooskleurige scenario’s, maar op geen stukken na zo onrustbarend als het zijne. Dus nog even geen paniek.

Nutty professors, begaafde wetenschappers waar een steekje aan los zit, ze bestaan nu eenmaal. Ik heb er zelf een paar mogen interviewen. Onder wie Sam Cohen (1921-2010), de uitvinder van de neutronenbom. Aardige man, daar niet van, maar op z’n zachtst gezegd een buitenissige persoonlijkheid.

Verlies van schoonheid

Wacht even, hoor ik nu een benauwd stemmetje (misschien wel het mijne), dit zou toch over muziek gaan? Momentje, daar kom ik zo op.

Na die lezing van McPherson vroeg ik me af: wat  is er eigenlijk zo erg aan, dat de mensheid uitsterft? Er zijn zo veel diersoorten uitgestorven. ’t Is tragisch, ‘t  is klote, maar het hoort erbij.

Toen wist ik het: we hoeven niet zozeer verdrietig te zijn om ons eigen verdwijnen, maar om het feit dat de schoonheid met ons mee verdwijnt. En wat is het schoonste wat de mensheid heeft voortgebracht?

Muziek, toch?

Ik geloof niet in God, maar wel in muziek. Muziek is een taal van de ziel die alle andere menselijke uitdrukkingsvormen ontstijgt. Als God toch bestaat, vermoed ik dat hij Bach heet. Schubert mag ook.

Schubert

Ik denk dat ik liever blind word dan doof, want ik vertrouw erop dat als ik blind ben, mijn geestesoog nog wel zal functioneren en ik mij nog in enige mate gezichten en landschappen zal kunnen voorstellen. Wat boeken betreft: daar zal ik naar kunnen luisteren. Muziek zal ik echter niet kunnen lezen: daar is ze te ongrijpbaar voor. Muziek zal onherroepelijk uit mijn leven verdwijnen, en wat het leven dan nog waard is, weet ik niet. Verrekte weinig, ben ik bang.

Perfecte Liedje

Wat me met nog meer droefheid vervult dan het bovenstaande gedachte-experimentje, is het idee dat alle prachtige muziek die door de eeuwen met zoveel liefde is gecomponeerd en zo veel harten heeft beroerd – dat al die muziek in een verwoeste wereld volkomen vergeten en verdwenen zal zijn.

Er is erg veel muziek waar ik van houd. Alleen dixieland en hiphop wijs ik resoluut af. Ik moet niks hebben van VVD-congressen, en het verongelijkte gesnauw van gangsta-rappers kan me al helemaal gestolen worden. Voor Bach, Beethoven, Brahms, Bruckner en The Beatles mag je me daarentegen midden in de nacht wakker maken.

Misschien houd ik wel het meest van het Perfecte Liedje. Het Perfecte Liedje is een strakke kunstvorm, met een aantal strenge criteria: het Perfecte Liedje komt recht uit het hart – of de ziel, wat je wil – duurt nooit langer dan drie minuten, kent geen moment van verslapping, heeft een verslavend refrein, klinkt bedrieglijk eenvoudig, en bestaat uit woorden die naadloos op de melodie aansluiten.

Het Perfecte Liedje is Het Hoogste. Het Hoogste.

Een groepje dat veel perfecte liedjes op zijn naam heeft staan, is The Beatles. Wel eens van gehoord? Bijna alles wat The Beatles hebben gemaakt vind ik mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar de periode  vóór Sergeant Pepper’s – de periode voordat popmuziek kunst werd. Toen ze nog zogenaamd onbeduidende, zogenaamd simpele deuntjes schreven.

Niks onbeduidend. Niks simpel. Een van de misverstanden omtrent Het Perfecte Liedje is dat het niet meer dan drie akkoorden als basis heeft. Bullshit. Neem ‘She Loves You’: een geweldig nummer, vooral die energie in dat ‘yeah yeah yeah’. Het klinkt allemaal heel spontaan en ongecompliceerd, maar er zitten liefst zeven akkoorden onder.

Misschien hoor je dat nog een heel klein beetje aan She Loves You af. Maar wat dacht je van Please Please Me, hun eerste grote hit? Lijkt een stuk simpeler, en toch zitten ook daar stiekem zeven akkoorden in.

Aan Please Please Me wijdde de musicoloog A.W. Pollack een heuse dissertatie. Hetzelfde deed hij  met alle andere 186 liedjes van The Beatles, wat hem tien jaar werk kostte. Van dit soort nutty professors zou je er meer moeten hebben.

The Beatles waren de Mozarts van de popmuziek. Licht en luchtig en vanzelfsprekend, maar ondertussen ongelooflijk ingenieus en met meer emotionele diepgang dan je aanvankelijk in de gaten hebt.

Popmuziek wordt, vind ik, sowieso zwaar onderschat. Omdat het zo direct en simpel is. Dat is nu juist de kunst. Hemingway schreef: easy reading is hard writing. Dan geldt ook: easy listening is hard composing. Goed, er is wel veel slechte popmuziek, maar er zijn ook liedjes die naar mijn overtuiging tegen de eeuwigheid zijn bestand. Zoals het even ‘simpele’ als ongelooflijke mooie ‘I wanna be your boyfriend’ van The Ramones, dat ook meer dan drie akkoorden heeft, namelijk vier. Of ‘Teenage Kicks’ van de Noord-Ierse Undertones: onstuimig, rete-strak, geweldig gezongen, en van een verrukkelijke onschuld.

A teenage dream’s so hard to beat’ liet de beroemde DJ John Peel op zijn grafsteen beitelen: de eerste regel van ‘Teenage Kicks’, volgens hem het mooiste liedje aller tijden.

Dat laatste vind ik wat kras. ‘Ever fallen in Love’ van The Buzzcocks is naar mijn bescheiden mening niet minder. Met name het refrein: “Ever fallen in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, you shouldn’t have fallen in love with?”

Je denkt: zoiets kan ik ook verzinnen.

Nee. Kun je niet.

Wat zou ik doen als ik de laatste mens op aarde was? Ik sloeg uiteraard de hand aan mijzelf. Maar eerst ging ik tussen de puinhopen en de lijken op zoek naar een gitaar of piano die het nog een beetje deed, en bleef er net zo lang op pielen totdat ik, met al het gebrekkige talent in mij, het laatste Perfecte Liedje had gemaakt. Dat zou ik één keer ten gehore brengen, voor al het overgebleven leven op onze planeet.

Het moet net zo energiek klinken als ‘She loves you’ en ‘Please please me’, net zo mooi als ‘I wanna be your boy-friend’ en net zo onstuimig en rete-strak als ‘Teenage kicks’ en ‘Ever fallen in love. Je weet nooit of zoiets toch niet ergens wordt gewaardeerd.

De titel heb ik al: Only love remains.

Met dank aan Guy McPherson.

De oude witte man en het meisje van zestien

Francisco_de_Goya,_Saturno_devorando_a_su_hijo_(1819-1823)

DOOR CARL STELLWEG

Je hebt je beste jaren achter je, de hangpens en erectiestoornis zijn je voorland of al een ontmoedigende realiteit. En dan word je ook nog eens op mysterieuze wijze in verlegenheid gebracht door een meisje van zestien dat eruit ziet als een meisje van twaalf en je tegen alle afspraken in de waarheid zegt.

De oude witte man van heden ten dage heeft het niet makkelijk en dat is een feit.
En ook de oude witte vrouw van heden ten dage, die niets anders in haar leven heeft dan de oude witte man van heden ten dage, is niet te benijden. Die is soms nog bozer dan ‘manlief’.

Voor de oude witte man van heden ten dage vallen meisjes van zestien uiteen in twee categorieën.

Categorie één: het verboden jonge stoeipoesje dat te vinden is in de rioolbuizen van het internet of voor een habbekrats kan worden opgehaald dan wel plaatselijk misbruikt in landen als Thailand.

Categorie twee: het dochtertje dat kwettert en snatert en posters van paarden en popsterren op de muren van haar meisjeskamer heeft hangen, dat af en toe op aandoenlijke wijze met zichzelf overhoop ligt maar pappa nog altijd op handen draagt en naar hem luistert als het erop aan komt.

De kans is nihil dat het meisje waarover het hier gaat posters van paarden en popsterren op haar kamer heeft.

Nee, daar hangen de klimaatmodellen van het IPCC, het Intergovernmental Panel for Climate Change.

De klimaatmodellen van het IPCC die onverbiddelijk wijzen naar de ondergang van de wereld. Onze wereld. Al jaren en jaren doen ze dat, de klimaatmodellen van het IPCC, daarnaar wijzen, en vandaar dat 99 procent van de mensheid er met afgewende blik langs loopt.

Dit jonge meisje, dat haar blik niet afwendt, heeft papa niet nodig, heeft papa nooit nodig gehad. Kan papa missen als kiespijn.

Het leeft in haar eigen wereld, maar kijkt vanuit die eigen wereld naar de wereld om haar heen, en ziet, met kristallen helderheid, een helderheid van ijs en vuur, hoe deze wereld Werkelijk Is.

Greta_Thunberg_7

En dat is tegen alle afspraken in! Dat gaat tegen alle redelijkheid in! Dat kind is gestoord!

Dat laatste ongetwijfeld. Asperger heet haar stoornis officieel. Ik zou het willen noemen: cognitieve harmonie. Cognitieve harmonie in een wereld van cognitieve dissonantie.

Eens te meer maakt het jonge meisje waarover ik het heb een keiharde stelregel duidelijk: jonge mensen zijn goed en oude mensen zijn slecht.

Jonge mensen hebben nog idealen en lopen over van energie, jonge mensen kunnen snel denken, jongen mensen worstelen met grote levensvragen, en voor jonge mensen is vriendschap het belangrijkste dat er is.

Oude mensen hebben zich laten corrumperen door allerlei kleine belangen, laten de schouders elk inwisselbaar jaar dat ze verder leven verder hangen, houden zich niet langer bezig met grote levensvragen maar met hun verzekeringen en hypotheek, hebben nergens meer tijd voor omdat ze zo traag zijn als stroop, en hebben geen vrienden meer maar kennissen.

Bovendien zijn jonge mensen mooi en oude mensen lelijk. Ook niet onbelangrijk. Het oog wil immers ook wat.

youth

Jongen mensen zijn natuurlijk ook wel eens irritant. ‘Als ik die geborneerde poppenkopjes van vroeger zie, schiet ik in de lach,’ schreef wijlen Johnny van Doorn, overigens zelf altijd kind gebleven. Maar de geborneerdheid van de ouden, die is pas erg.

Het bovenstaande is van alle tijden.

Maar de oude mensen van nu, die zijn wel heel erg slecht. Slechtere, nuttelozere oude mensen dan die van nu, die zullen er in de hele geschiedenis van de mensheid misschien niet zijn geweest. En daarmee bedoel ik: de babyboomers en postbabyboomers.

Even recapituleren: de generatie van de wederopbouw wist uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog een wereld van ongekende welvaart op te bouwen. Een mooie wereld, niet perfect, maar de mooiste wereld die er ooit was geweest. Het was aan de babyboomers en postbabyboomers om deze wereld nog mooier te maken door het accent te verleggen van welvaart naar welzijn. Maar na een hoopvolle aanzet in de jaren zestig en zeventig verruilden de babyboomers en postbabyboomers hun idealen voor een ongebreideld, krankzinnig consumentisme, vervingen ze het humanistische ideaal van de zelfontplooiing door het nihilistische ideaal van de zelfbevrediging en verkwanselden daarmee willens en wetens de toekomst van hun kinderen.

Willens en wetens, want de waarschuwingen dat ze die toekomst aan het verkwanselen waren, die waren legio. En nu is het te laat.

Ik ben zestig. Wat zou ik doen, als ik nu zestien was, en ik kreeg te horen dat volgens conservatieve en rigoureus geëvalueerde wetenschappelijke modellen de kans niet denkbeeldig is dat de mensheid het einde van deze eeuw niet haalt? Wat zou ik doen? Ik smeet al mijn leerboeken in het gezicht van mijn leraar, en ik ging de straat op. En dat is er wat er nu gebeurt.

En wat zeggen de ouden? Nadat ze de jongeren van nu eerst jarenlang hadden verweten geen idealen meer te hebben, alleen maar geïnteresseerd te zijn in smartphones en videospelletjes, hebben ze het lef die jongeren nu te verwijten dat ze demonstreren in plaats van naar school gaan, dat ze spijbelen.

Evenzo krijgt het meisje van zestien dat de oude witte man van heden ten dage zo dwars zit het verwijt dat ze zich met grotemensendingen bezig houdt, dat ze voor haar eigen zielenheil weer een ‘gewoon’ meisje van zestien moet worden. Alsof zij gewoon is. Alsof iedereen gewoon moet zijn.

Dit meisje van zestien wordt aangewreven dat ze een dader-slachtoffermodel hanteert. Maar er is een keiharde grens tussen de oudere generatie die tenminste nog een leven heeft gehad, en alleen maar aan haar eigen leven heeft gedacht – de daders – en de generatie die geen leven heeft om naar uit te kijken: de slachtoffers.

Dit meisje van zestien polariseert om te mobiliseren. De jongerenbeweging die ze bezig is op te zetten, is bittere noodzaak. Ouderen die zich aangesproken voelen, kunnen op haar afgeven, maar ze doen er beter aan zich bij haar aan te sluiten, zich solidair te betonen met haar en haar generatie. Dat is wel het minste. Anders wordt dit een generatiestrijd als nooit tevoren.

clone tag: -7192154786309135795

Er wordt haar ook verweten dat ze zwart-wit denkt. Ze geeft dat zelf grif toe. ‘Ik zie de dingen zwart-wit en ik houd niet van liegen.’ Niets zou zwart-wit zijn, wordt haar voorgehouden. ‘Een gevaarlijke leugen’, zegt ze terecht in deze speech, de indrukwekkendste speech sinds Martin Luther King.

Dan nog één ding. Ouderen beginnen, als ze niks beters meer weten, als ze run out of excuses zijn, nogal vaak over ‘hoop’. Maar ‘hoop’ is gif. Of op zijn best een verdovende impuls. ‘Hoop’ staat in mijn top-vijf van ajakkiebah-woorden, samen met smegma, vleesboom, darmflora en tenenkaas. Ouderen hebben altijd hoop, jongeren niet. Jongeren zijn hoop.

‘Ik wil jullie hoop niet,’ zei Greta Thunberg. ‘Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken.’

En toen begreep ik dat zij en ik verwante zielen zijn.

Dit verhaal is ook te lezen op HoeMannenDenken