Archief voor april, 2020

Slalommen in Kralingen, ofwel: zeer lokale corona-verkenningen

Kralingencorona8

DOOR CARL STELWEG

Deze week ben ik liefst drie dagen achtereen op corona-verkenningstocht geweest in mijn Rotterdamse wijk Kralingen. Ik had namelijk wat in te halen. De eerste drie weken van deze lockdown ben ik amper de deur uit geweest. Mijn lang gekoesterde wens om gecontroleerd te verslonzen – niet meer scheren, weinig douchen, alleen voor de broodnodige boodschappen wat kleren aanschieten, alleen maar heel veel boterhammen met hummus eten – kon ik eindelijk straffeloos ten uitvoer brengen.

Maar op een dag zwoer ik dit riante kluizenaarschap, deze quarantainehemel, toch af. Het was geen realistische manier van leven, en ik ben een sucker for realism. De totale vrijheid ging vervelen, de wil de buitenwereld te trotseren speelde weer op, of de sinistere geest van David Lynch nu in die buitenwereld rondspookte of niet.

Dat bleek nogal mee te vallen. Niks David Lynch. Dystopietje in de dop, ho maar. Het kleine keurige Kralingen baadde nog altijd in zijn beruchte en gekoesterde zelfgenoegzaamheid. Het was bijna ontgoochelend, hoe betrekkelijk normaal en onschuldig de wereld er in mijn wijk nog steeds uitzag.

Lees meer

Laat hij zich kenbaar maken

S

DOOR CARL STELLWEG

Hoewel de kroeg al mijn hele volwassen leven lang mijn tweede thuis is, is het niet mijn gewoonte om me er op maandagen te vertonen. ‘Een stukje verslavingsmanagement’ noemde ik dat ooit met enige trots, al dan niet misplaatst. Wat dreef mij er dan toe die ene herfstige maandagavond, vele jaren geleden, wel een kroeg binnen te stappen?

Misschien was het de lucht, die er sprookjesachtig uitzag toen ik het kantoor verliet waar ik af en toe wat uitvoerde: gedrenkt in een fluorescerend, diephelder blauw. Opvallende natuurverschijnselen brengen me niet zelden in een feeststemming, en feeststemmingen hebben met rouwstemmingen gemeen dat je ze in de kroeg kunt botvieren.

Misschien had het ermee te maken dat ik die dag voor het eerst in tijden nuttig had gewerkt, waardoor ik geen last had van de zeurende neerslachtigheid die me op andere maandagen naar mijn troosteloze/troostrijke tweekamerflat joegen.

Hoe dan ook, het was maandagavond en mijn hoofd stond niet naar verslavingsmanagement, ik was niet neerslachtig, misschien niet eens verslaafd, misschien wel een nuttig lid van de samenleving, en in dat geval had ik recht op een biertje na gedane arbeid. Of twee biertjes. Of tig.

Lees meer

Kijk uit voor gepensioneerde longartsen die uit de heup schieten over Corona – en andere meningenfabriekjes

croma

Ja mensen, wat sommigen in mijn directe omgeving en misschien ook daarbuiten al vreesden, is bewaarheid: COVID-19 heeft ook mij te pakken! Niet letterlijk – ik heb me zelden zo gezond gevoeld – maar in die zin dat ik er nu alles over wil lezen wat los en vast zit. Inclusief wat de ontelbare meningenfabriekjes in Nederland – ook wel ‘columnisten’ genoemd – erover te melden hebben.

Tijdverspilling, zou je zeggen. Onbelangrijk. Laat maar kletsen. Welja. In een enkel geval verdient zo’n columnist toch een weerwoord, vind ik. Bijvoorbeeld als het een columnist met een behoorlijke staat van dienst betreft.

Het probleem met columnisten is dat het geen journalisten zijn. En dat wreekt zich wanneer ze zich aan onderwerpen wagen waarover niet iedereen zomaar een mening kan hebben.

Onderwerpen die gedegen en uitputtend onderzoek van betrouwbare bronnen vergen. Eerlijke, feitelijke verslaggeving. Hoor en wederhoor. En meer van die saaie troep waar een goede columnist – dus iemand met een scherpe, satirische, originele en niet al te genuanceerde pen – een broertje dood aan heeft.

Lees meer