Archief voor december, 2019

Boomers bestaan echt, Maarten van Rossem is het prototype

yfWXFqNqvyrSAfl-800x450-noPad_boomer

DOOR CARL STELLWEG

De klachten over de kreet OK boomer zwellen aan. Polariseert! Stigmatiseert! Discrimineert! Verbindt niet!

Maar zal ik, 60-jarige, jou eens wat zeggen, boomer?

Van mij mag hij, die kreet.

Ik gebruik hem zelf weliswaar met mate, al was het maar omdat ik vanwege mijn leeftijd dan dikwijls ‘joh, je bent zelf een boomer’ naar het hoofd geslingerd krijg, maar ook omdat kreten hun kracht verliezen wanneer je er te kwistig mee strooit.

Wat me hoe dan ook aan OK boomer  bevalt, is dat hij de terugkeer van het generatieconflict  suggereert. Dat zou namelijk een zegen zijn.

Géén zegen was wat we de afgelopen tientallen jaren hebben gezien: ouders en kinderen die oppervlakkige vriendjes van elkaar werden om samen ongestoord te kunnen delen in het comateuze consumentenparadijs dat onze samenleving  was geworden.

Begrippen als ‘burgerzin’, ‘verantwoordelijkheid’ en ‘opvoeding’ verdwenen naar de achtergrond omdat ze in geen enkel verdienmodel van pas kwamen.

Maar ouders behoren hun kinderen op te voeden. En kinderen – of jongeren – uiteindelijk ook hun ouders.  Vooral dat laatste, want ga er maar vanuit  dat jonge mensen meestal gelijk hebben.

Het enige nadeel van jonge mensen is dat ze oud worden, maar gelukkig wordt niet iedereen even beroerd oud, dus is er wel degelijk vooruitgang mogelijk. Er bestaan immers ouderen die bereid zijn van jongeren te leren.

Leren van stagiairs
Een lichtend voorbeeld ben ikzelf! Jarenlang heb ik gewerkt op de redactie van een grote landelijke krant, en degenen van wie ik het meeste heb geleerd waren niet mijn directe collega’s, noch mijn chefs, en al helemaal niet de pak’m beet vier hoofdredacteuren die ik heb moeten verdragen, en die stuk voor stuk een feilloos instinct bleken te bezitten voor het nemen van de slechtst denkbare beslissingen – nee, dat waren degenen die het laagst stonden in de redactionele hiërarchie: de  stagiairs.

Ik leerde van hun nieuwsgierigheid, hun stormachtige inzichten, de wijze waarop ze ingesleten gewoontes ter discussie stelden. Van de frisse wind die ze lieten waaien en de spinraggen en stofnesten die daarmee werden weggeblazen.

In ruil daarvoor bood ik hun mijn kennis aan, en de ambachtelijke handigheidjes die ik in de loop van vele jaren noeste arbeid had aangeleerd, ofwel de ‘kneepjes van het vak’. Die kennis zogen de stagiairs gretig op, die kneepjes maakten ze zich verbazingwekkend snel eigen, want dat is namelijk nóg een prettig kenmerk van jongeren: hun ruime leercapaciteit. En hun bereidheid om te leren.

Dit betekent niet dat ik alles wat ze zeiden voor zoete koek slikte. Ik ging er soms zelfs hardhandig tegenin, somde met name tal van praktische bezwaren op die tussen droom en daad in stonden, maar dat deed ik zonder mij op te winden, en zonder mij te beroepen op mijn ingebeelde gezag als oudere en wijzere. Zo staken we veel van elkaar op, en was ik – hopelijk – geen boomer.

Harmonieus generatieconflict
Men zou dat een harmonieus generatieconflict kunnen noemen, maar in veel gevallen loopt het niet zo, want nogal wat van mijn collega’s snoerden de stagiairs autoritair de mond of zadelden hen op met vervelende klusjes waarin ze zelf geen zin hadden, zoals de post sorteren of telexjes afscheuren, wat pure uitbuiting was.

Een uitzonderingspositie bekleedden stagiaires met bloeiende borsten en strakke billen: die hoefden nooit telexjes af te scheuren als ze daar geen trek in hadden. De meesten van mijn collega’s waren namelijk gefrustreerde mannen met beroerde huwelijken, en MeToo lag nog ver achter de horizon.

©Ben van Meerendonk

©Ben van Meerendonk

Waar had ik het ook alweer over? O ja, het generatieconflict. Leve het generatieconflict. Kijk maar eens wat het in het verleden heeft opgeleverd. Steeds als het had gewoed, werd de wereld voor even een stukje beter. Steeds als het uitbleef, zakte de wereld weer in.

Generatieconflicten zorgen voor de wrijving, de elektrische vonk, de vernieuwing die de maatschappij en de mensheid voortstuwen.

Helaas bestaan er boze tegenkrachten die het sommige generaties onmogelijk maken hun conflicten tot bloei te laten komen.

In de jaren zestig tierde het generatieconflict dat het een lieve lust was en het een aard had, met al die provo’s, de Maagdenhuisbezetting, en leuzen als ‘de verbeelding aan de macht’ en ‘wees realistisch, eis het onmogelijke’.

Dat klonk idioot, en dat was het ook, maar wat was het uiteindelijke resultaat van die roerige, soms dwaze tijden?

Veel goeds.

Ons politieke en maatschappelijke bestel werd vrijer, opener en democratischer, en de levenskwaliteit van veel mensen nam onmiskenbaar toe.

Oligarchie
Helaas ontstond er halverwege de jaren tachtig zo’n boze tegenkracht, in de vorm van een laissez-faire-kapitalisme dat van ons open en vrije bestel een door schijn-democratie en nepnieuws aangestuurde oligarchie dreigt te maken. En je mag het de ‘protestgeneratie’, zoals ze destijds werd genoemd, verwijten dat ze dit heeft laten gebeuren, dat ze zich door de kapitalistische zwijnen heeft laten inkapselen, en haar kinderen daarin heeft meegesleurd.

Het is natuurlijk mogelijk dat de jongeren die nu onder aansporing van Greta Thunberg de straat opgaan, het straks net zo laten afweten als die boomers van nu. Zover is het nog niet, en het minste dat je dus kunt doen is ze het voordeel van de twijfel gunnen, en hun zorgen serieus nemen, in plaats van ze bij voorbaat verdacht te maken en te kleineren.

Bovendien zijn hun vooruitzichten zo veel benauwender dan die van de boomers in hun jonge jaren dat ze misschien niet eens de kans krijgen om door welvaart en materialisme gecorrumpeerd te worden.

‘Rupsje-nooit-genoeg’ versus ‘rupsje-wil-leven’
In de jaren zestig betoogden jongeren voor meer vrijheid. Die van nu betogen voor een toekomst. Het is dus ‘rupsje-nooit-genoeg’ versus ‘rupsje-wil-leven’.

Wat bovendien pleit voor de jongeren van nu is dat ze tot op heden geen leiders hebben voortgebracht die het vooral om politieke macht lijkt te doen. De meest prominente leider is een 16-jarige autiste van minuscule gestalte die zich, in al haar standvastigheid, niet bijzonder op haar gemak voelt met haar leidersrol, haar tijd het liefst in afzondering zou doorbrengen, en bij voorkeur zwijgt wanneer ze niets dringends te zeggen heeft.

Littleton High School Eco Club

© Andy Bosselman, Streetsblog Denver

Onwaarschijnlijke leiders, leiders tegen wil en dank, zijn het geloofwaardigst, en het zou zomaar eens kunnen dat deze protestbeweging meer urgentie en saamhorigheid kent dan die van de jaren zestig; dat ze iets méér belichaamt dan een hang naar zelfontplooiing.  Dat het nu niet zozeer gaat om samen voor ons eigen maar om samen voor onze wereld.

Ooit een orakel
Stellen we daar nu ene Maarten van Rossem tegenover. Ooit, ik geef het toe, was Maarten een beetje een orakel voor me. Dat kwam ook door zijn zowel nuchtere als elegante schrijfstijl, en zijn humor. Daarnaast ontleedde hij met een zekere bevlogenheid en onmiskenbare scherpzinnigheid kwalijke verschijnselen als populisme en neo-liberalisme.

Maarten van Rossem

© MICHIEL HENDRYCKX, WIKIPEDIA

Nu lijken deze aanklachten niet veel anders te zijn geweest dan adempauzes voor zijn cabareteske uitweidingen. Want Maarten maakt zich uiteindelijk nergens druk om. Het land wordt al met al redelijk bestuurd en niemand heeft iets te klagen.

Uiteindelijk heb ik mijn abonnement op zijn glossy ‘Maarten’ opgezegd vanwege altijd weer diezelfde dorre, gemelijke, melige teneur:  alles is stom, maar wie zich daar druk om maakt, is ook stom. Maarten doorziet alles, staat overal boven, en ligt nergens wakker van.

Wat voor mij definitief de deur dicht deed, was dit jaaroverzicht van hem.

Burgermansbeuzelpraat
Over het klimaat geeft Maarten daarin niets anders ten beste dan verfoeilijke burgermansbeuzelarijen.  Laat niet alleen het bedenkelijke ethische gehalte maar ook de schokkende domheid van de twee volgende constateringen goed tot je doordringen:

‘De komende 20 jaar valt het nog wel mee, en veel langer zal ik er zelf niet meer zijn’.

‘Negatieve effecten zijn vooral waar het al onaangenaam warm is.’

En tenslotte de flauwe boutade dat we dankzij de klimaatverandering ‘in ieder geval geen Elfstedentocht meer krijgen’.

Want dergelijk plat volksvermaak is professor Van Rossem een gruwel, begrijpt u wel?

Daarnaast bagatelliseert Van Rossem op kortzichtige wijze het succes van Forum voor Democratie. Geen zorgen, die partij zal niet meeregeren zolang ze zulke extreme standpunten huldigt. Hij ziet kennelijk niet in hoe partijen als FvD en PVV het hele politieke klimaat vergiftigen.

Tenslotte: Maarten is in het geheel geen supporter van Trump, maar gezegd moet worden dat die Trump geen oorlog is begonnen, zoals Bush jr.

Mijn antwoord: juich niet te vroeg. Dat kan nog veranderen als we vier jaar Trump erbij krijgen – en vlak die mogelijkheid vooral niet uit. Toen Bush jr. aantrad, predikte hij een ‘nederig buitenlands beleid’. De VS moest af van het idee dat het overal in de wereld kon en moest ingrijpen.  Toen kregen we 9/11 – waarvan het effect ook al door Van Rossem werd gebagatelliseerd – en wierpen de Verenigde Staten op desastreuze wijze alle nederigheid van zich af.

Ook Trump, vooral Trump, zal als man zonder inhoud en beginselen een oorlog kunnen beginnen wanneer er zich iets extreems voordoet, en hij in het zijn hoofd haalt  – of wanneer hem wordt ingefluisterd – dat daaraan voordeel valt te behalen.

Alleen maar dedain
Alle gevaarlijke politici die op dit moment wereldwijd de wind in de zeilen hebben, zijn in Maartens ogen ‘clowns’ en ‘carnavalsfiguren’, alle verontrustende bewegingen die her en der de kop op steken bestaan uit ‘randdebielen’, en elke potentiële ramp zal wel loslopen. Dedain is alles wat hij te bieden heeft. Het zal zijn tijd wel duren. Bagatelliserend en badinerend kuiert hij de kim tegemoet.

Wat maken jullie een drukte, ik heb het toch allang uitgelegd, zo doe ik geen oog dicht – zo valt zijn houding samen te vatten.

Maarten is, kortom, het prototype van een boomer. Ofwel: een ouder persoon met een inlevingsvermogen en intellectuele perceptie waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken. En zolang dit soort rupsjes-nooit-genoeg door blijven wauwelen, blijft de kreet ‘OK, boomer’ voor mij relevant.

Een Greta-wereld bestaat uit goed en kwaad met weinig ertussen, en dat is precies wat we nu nodig hebben

Skolstrejk

CARL STELLWEG

Ik wil echt niemand de Machtige Klimaatsmurf door de strot rammen, maar toch raad ik iedereen dringend aan om van begin tot eind naar  deze speech te luisteren.

Er is domweg niemand – ik herhaal: niemand – die zo rechttoe rechtaan, zo beknopt, zo onverschrokken, zo feitelijk correct, zo helder en met zo veel bezieling over het reusachtige probleem van klimaatverandering spreekt.  Ze is zonder meer een historische figuur. Ze is de stem van de rede, en er is weinig dat ik dieper koester.

Toch ben ik het met de historica Ellen Boucher eens dat het gevaarlijk is om in Greta Thunberg een profeet te zien. Want profeten ‘vertolken hemelse openbaringen die tot dan onbekend dan wel verkeerd begrepen waren’, en dat is Greta’s ding niet. Ze heeft geen lijntje naar Onze Lieve Heer, juist niet. Ze houdt zich bezig met verschijnselen waar niets spiritueels aan is, zoals CO2, ijskappen en permafrost. De Keeling-curve en het albedo-effect. Het koolstofbudget en feedback loops. Wat er in Hoofdstuk 2 op pagina 108 van het jongste IPCC-rapport staat, en wat dat betekent.

Ze vertelt ons wat we al weten maar niet willen weten – of hadden kunnen en moeten weten.

Anders dan veel fans die ik op sociale media ben tegengekomen, onderhoud ik geen persoonlijke liefdesrelatie met Greta. Haar fragiele snoezigheid , die in talrijke foto’s en memes wordt geëxploiteerd, is me niet ontgaan, maar ik dweep er niet mee.

Ik weet niet eens helemaal zeker of ik haar wel zo sympathiek vind. Ze komt afstandelijk over, en soms zelfs een tikje astrant in haar verontwaardiging. Het doet niets af aan het tomeloze respect dat ik voor haar heb gekregen.

Bijzonder aan Greta is eigenlijk dat ze niet eens zo heel bijzonder is. Gewoon een slimme meid die op een dag een ijzersterk idee kreeg – skolstrejk för klimatet – en tot actie overging. 

Misschien is Greta wel minder slim dan haar tegenpool, de 19-jarige Duitse activiste Naomi Seibt, een extreem-rechtse barbiepop die ik verafschuw, maar die al wel een pseudo-academische scriptie op haar naam heeft staan: ‘A Deconstruction of Postmodern Socialism and its Motives‘. Ik heb de moeite genomen het werkstuk te lezen en kan je melden dat het uit vlot leesbare en degelijk gedocumenteerde neo-liberale leugenpraatjes bestaat.

Greta heeft misschien (nog) niet de intellectuele bagage om zo’n tekst te produceren, maar dat geeft helemaal niet. Ze is duidelijk intelligent, en daarnaast begiftigd met de vastberadenheid die ze ontleent aan de asperger die haar ‘superpower’ is.

Gretaaaaaaaa

Ik benijd Greta soms om de haast totale minachting  voor de trivialiteiten van het menselijke verkeer die  ze door deze superpower aan de dag weet te leggen; maar het meest waardeer ik toch haar jeugdige eenvoud. Zoals Ellen Boucher schrijft: ze heeft ‘nog niet de morele rekbaarheid ontwikkeld die volwassenen vaak gebruiken als verontschuldiging voor hun gebrek aan daadkracht’.

In een Greta-wereld heb je goed en kwaad, met weinig ertussen, en dat is precies wat we nu nodig hebben.

Bij nader inzien lijkt het er bovendien op dat haar onbuigzaamheid niet het gevolg is van  een beperkte kijk op de werkelijkheid, maar op een bewuste, weloverwogen keuze berust. ‘Jullie zeggen dat niets in het leven zwart-wit is, maar dat is een leugen, een hele gevaarlijke leugen’, zegt ze, een mooie uitspraak in haar mooiste speech (‘Our house is on fire’).

Dit morele dogmatisme spreekt ook tot de verbeelding van de invloedrijke Sloveense denker Slavoj Zizek,  die stelt dat ‘haar autisme onderdeel is van haar boodschap’. Ik vind die Slavoj meestal een brabbelaar, en hij heeft ook nog eens zo’n vieze baard, maar af en toe weet hij het mooi te zeggen.

Nee, natuurlijk is Greta geen profeet. Dat wil ze ook helemaal niet zijn: ‘Jullie moeten niet naar mij luisteren, maar naar de wetenschap.’ Ze pretendeert niet de expertise te hebben van een ware wetenschapper. Maar ze heeft wél de mentaliteit van een ware wetenschapper. Ze begrijpt de waarde van empirisch denken, die voorschrijft dat een bewering pas gezaghebbend kan zijn als ze stoelt op onderzoek van relevante en verifieerbare feiten. Ze heeft die waarde tot de kern van haar campagne gemaakt, en dat is meer dan welkom in dit tijdperk van triomfantelijke onwetendheid. Naast klimaatactiviste, is ze een activiste  voor de wetenschap, voor de praktische rede. Geen wonder dat veel wetenschappers Greta op handen dragen. Ze is hun vaandeldraagster. En laat niemand haar onderschatten. Ze is beslist niet voor een gat te vangen, zoals blijkt uit het volgende fragment, waarin ze een Amerikaans Congreslid tot twee maal toe de loef afsteekt.

Nobody messes with Greta, laat dat duidelijk zijn. Haar greep op de materie is onberispelijk.

Toch moet ik toegeven dat ik wel eens ongemakkelijk word als ze delegaties volwassen officials al te nadrukkelijk de les leest. Soms voel ik dan haast mee met degenen die haar niet kunnen verdragen. Er is iets mis met haar rol, en dat lijkt ze zelf ook te beseffen, getuige de openingswoorden van haar meest omstreden speech: ‘This is all wrong. I shouldn’t be up here. I should be back in school, on the other side of the ocean.’

Tja, dat is natuurlijk zo. Volwassenen die de louterende geseling ondergaan van een kind dat hun haarfijn uiteenzet waarom ze niet deugen, daarvoor dankbaar applaudisseren, en vervolgens doodleuk doorgaan met  niet-deugen – dat deugt niet. En het maakt de zaken er zeker niet beter op.

Dan is Greta’s optreden buiten de bolwerken van de internationale bureaucratie veel inspirerender. Zoals ze zelf zegt: ‘Ik heb hoop gezien en die bevindt zich niet in deze ruimte’.

Wat er werkelijk toe doet zijn niet haar vermanende woorden op klimaattops en dergelijke, hoe mooi en terecht die ook zijn, het zijn de miljoenen zielen die Hare Onverbiddelijke Nietigheid de straat op heeft weten te krijgen – schrijver dezes, die mensenmassa’s verafschuwt, inbegrepen. Van Helsinki to Montreal, van Los Angeles tot Madrid. En dat moet doorgaan. Daarin schuilt namelijk onze enige hoop.

Dus Greta, meid, wat ik je verzoeken mag: ga nog even door met geen profeet zijn.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog Hoe Mannen Denken

Een afwijkende Engelstalige versie staat op mijn Engelstalig weblog