Archief voor oktober, 2019

Human extinction en het laatste Volmaakte Liedje

extinct2

DOOR CARL STELLWEG

Aanvankelijk wilde ik een stukje schrijven waarin ik, figuurlijk gesproken en in alle collegialiteit, het been van een paar publicisten afzaag die al een tijd roeptoeteren dat nieuws geen waarde heeft, dat een mens zich beter voor nieuws kan afsluiten. Een onzinnig en schadelijk advies, zeker in deze tijden.

Maar toen dacht ik ineens zelf: ‘Hè, nee. Even geen nieuws’.

‘Nieuws’ staat tegenwoordig gelijk aan ‘klimaat’, althans voor mij en andere rationele mensen. Eigenlijk zijn we het aan onszelf en aan elkaar verplicht om het continu over het klimaat te hebben. Maar we moeten ook leven.

Daarom gaat dit stukje niet over nieuws, niet over domme meningen over nieuws, niet over klimaat, maar over heel iets anders: muziek.

Al moet ik nog  wel even uitleggen hoe ik van klimaat op muziek ben gekomen.

Dat zit zo. Laatst heb ik op YouTube een lezing beluisterd van Guy McPherson, een man van wie ik kort geleden nog nooit had gehoord, maar die me inmiddels fascineert.

Collectieve doodstrijd

Guy McPherson is een Amerikaanse hoogleraar evolutiebiologie, en nóg een paar disciplines waarvan ik geen kaas heb gegeten. Het bijzondere aan hem is zijn wetenschappelijke overtuiging dat wij over zo’n tien jaar allemaal dood zijn. Over een jaartje of vijf, zo houdt hij ons voor, zal een snelle aaneenschakeling van verschrikkelijke rampen korte metten maken met bijna al het leven op aarde, inclusief menselijk leven.

Hij legt er niet al te veel nadruk op, maar het kan niet anders of onze collectieve doodstrijd zal gepaard gaan met onvoorstelbaar lijden. Als we niet verhongeren, dan verzuipen we. En als we niet verzuipen, dan verbranden we. En als we niet verbranden, dan vriezen we dood.

climate-change-2254711_960_720

Guy McPherson noemt dit concept Near-term human extinction. Zoals hij het in zijn lezing uit de doeken deed, klonk het verdomd overtuigend. Ik zal je de details besparen. Het heeft veel te maken met reusachtige hoeveelheden methaan, die in korte tijd allemaal vrij zullen komen, met alle gevolgen van dien. Positive feedback loops en zo.

Suspecte kerel

Voordat je nu je naar je zolder kruipt om je daar op te knopen, nog even dit: near-term human extinction daargelaten, vind ik die McPherson een suspecte kerel. Hij is al jaren met emeritaat, want naar eigen zeggen ‘weggepest’ door de universiteit van Arizona. Ze konden daar niks met zijn radicale visie. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen ook. Tegenwoordig verdient hij geld door mensen te ‘counselen’ die moeite hebben zich te verzoenen met het verschrikkelijke vooruitzicht waarmee hij ze heeft opgezadeld. Hij wil ze leren hoe zij zich ‘emotioneel en intellectueel’ op het einde moeten voorbereiden, waarbij alles draait om deze religieus aandoende leerstelling: ‘At the edge of near-term human extinction, only love remains.

Ik vind dit allemaal – wat zal ik zeggen – nogal bedenkelijk.

McPherson is ook een soort cultuurcriticus, en laat in die hoedanigheid geen gelegenheid voorbijgaan om zijn diepe dedain voor de mensheid uit te venten. Van dat soort mensen houd ik niet, en vertrouwen doe ik ze al helemaal niet.

Ter geruststelling: er zijn veel geleerden die een even goede staat van dienst hebben als hij, en hele andere klimaatscenario’s aanhangen. Evenmin rooskleurige scenario’s, maar op geen stukken na zo onrustbarend als het zijne. Dus nog even geen paniek.

Nutty professors, begaafde wetenschappers waar een steekje aan los zit, ze bestaan nu eenmaal. Ik heb er zelf een paar mogen interviewen. Onder wie Sam Cohen (1921-2010), de uitvinder van de neutronenbom. Aardige man, daar niet van, maar op z’n zachtst gezegd een buitenissige persoonlijkheid.

Verlies van schoonheid

Wacht even, hoor ik nu een benauwd stemmetje (misschien wel het mijne), dit zou toch over muziek gaan? Momentje, daar kom ik zo op.

Na die lezing van McPherson vroeg ik me af: wat  is er eigenlijk zo erg aan, dat de mensheid uitsterft? Er zijn zo veel diersoorten uitgestorven. ’t Is tragisch, ‘t  is klote, maar het hoort erbij.

Toen wist ik het: we hoeven niet zozeer verdrietig te zijn om ons eigen verdwijnen, maar om het feit dat de schoonheid met ons mee verdwijnt. En wat is het schoonste wat de mensheid heeft voortgebracht?

Muziek, toch?

Ik geloof niet in God, maar wel in muziek. Muziek is een taal van de ziel die alle andere menselijke uitdrukkingsvormen ontstijgt. Als God toch bestaat, vermoed ik dat hij Bach heet. Schubert mag ook.

Schubert

Ik denk dat ik liever blind word dan doof, want ik vertrouw erop dat als ik blind ben, mijn geestesoog nog wel zal functioneren en ik mij nog in enige mate gezichten en landschappen zal kunnen voorstellen. Wat boeken betreft: daar zal ik naar kunnen luisteren. Muziek zal ik echter niet kunnen lezen: daar is ze te ongrijpbaar voor. Muziek zal onherroepelijk uit mijn leven verdwijnen, en wat het leven dan nog waard is, weet ik niet. Verrekte weinig, ben ik bang.

Perfecte Liedje

Wat me met nog meer droefheid vervult dan het bovenstaande gedachte-experimentje, is het idee dat alle prachtige muziek die door de eeuwen met zoveel liefde is gecomponeerd en zo veel harten heeft beroerd – dat al die muziek in een verwoeste wereld volkomen vergeten en verdwenen zal zijn.

Er is erg veel muziek waar ik van houd. Alleen dixieland en hiphop wijs ik resoluut af. Ik moet niks hebben van VVD-congressen, en het verongelijkte gesnauw van gangsta-rappers kan me al helemaal gestolen worden. Voor Bach, Beethoven, Brahms, Bruckner en The Beatles mag je me daarentegen midden in de nacht wakker maken.

Misschien houd ik wel het meest van het Perfecte Liedje. Het Perfecte Liedje is een strakke kunstvorm, met een aantal strenge criteria: het Perfecte Liedje komt recht uit het hart – of de ziel, wat je wil – duurt nooit langer dan drie minuten, kent geen moment van verslapping, heeft een verslavend refrein, klinkt bedrieglijk eenvoudig, en bestaat uit woorden die naadloos op de melodie aansluiten.

Het Perfecte Liedje is Het Hoogste. Het Hoogste.

Een groepje dat veel perfecte liedjes op zijn naam heeft staan, is The Beatles. Wel eens van gehoord? Bijna alles wat The Beatles hebben gemaakt vind ik mooi, maar mijn voorkeur gaat uit naar de periode  vóór Sergeant Pepper’s – de periode voordat popmuziek kunst werd. Toen ze nog zogenaamd onbeduidende, zogenaamd simpele deuntjes schreven.

Niks onbeduidend. Niks simpel. Een van de misverstanden omtrent Het Perfecte Liedje is dat het niet meer dan drie akkoorden als basis heeft. Bullshit. Neem ‘She Loves You’: een geweldig nummer, vooral die energie in dat ‘yeah yeah yeah’. Het klinkt allemaal heel spontaan en ongecompliceerd, maar er zitten liefst zeven akkoorden onder.

Misschien hoor je dat nog een heel klein beetje aan She Loves You af. Maar wat dacht je van Please Please Me, hun eerste grote hit? Lijkt een stuk simpeler, en toch zitten ook daar stiekem zeven akkoorden in.

Aan Please Please Me wijdde de musicoloog A.W. Pollack een heuse dissertatie. Hetzelfde deed hij  met alle andere 186 liedjes van The Beatles, wat hem tien jaar werk kostte. Van dit soort nutty professors zou je er meer moeten hebben.

The Beatles waren de Mozarts van de popmuziek. Licht en luchtig en vanzelfsprekend, maar ondertussen ongelooflijk ingenieus en met meer emotionele diepgang dan je aanvankelijk in de gaten hebt.

Popmuziek wordt, vind ik, sowieso zwaar onderschat. Omdat het zo direct en simpel is. Dat is nu juist de kunst. Hemingway schreef: easy reading is hard writing. Dan geldt ook: easy listening is hard composing. Goed, er is wel veel slechte popmuziek, maar er zijn ook liedjes die naar mijn overtuiging tegen de eeuwigheid zijn bestand. Zoals het even ‘simpele’ als ongelooflijke mooie ‘I wanna be your boyfriend’ van The Ramones, dat ook meer dan drie akkoorden heeft, namelijk vier. Of ‘Teenage Kicks’ van de Noord-Ierse Undertones: onstuimig, rete-strak, geweldig gezongen, en van een verrukkelijke onschuld.

A teenage dream’s so hard to beat’ liet de beroemde DJ John Peel op zijn grafsteen beitelen: de eerste regel van ‘Teenage Kicks’, volgens hem het mooiste liedje aller tijden.

Dat laatste vind ik wat kras. ‘Ever fallen in Love’ van The Buzzcocks is naar mijn bescheiden mening niet minder. Met name het refrein: “Ever fallen in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, ever fallen in love, in love with someone, you shouldn’t have fallen in love with?”

Je denkt: zoiets kan ik ook verzinnen.

Nee. Kun je niet.

Wat zou ik doen als ik de laatste mens op aarde was? Ik sloeg uiteraard de hand aan mijzelf. Maar eerst ging ik tussen de puinhopen en de lijken op zoek naar een gitaar of piano die het nog een beetje deed, en bleef er net zo lang op pielen totdat ik, met al het gebrekkige talent in mij, het laatste Perfecte Liedje had gemaakt. Dat zou ik één keer ten gehore brengen, voor al het overgebleven leven op onze planeet.

Het moet net zo energiek klinken als ‘She loves you’ en ‘Please please me’, net zo mooi als ‘I wanna be your boy-friend’ en net zo onstuimig en rete-strak als ‘Teenage kicks’ en ‘Ever fallen in love. Je weet nooit of zoiets toch niet ergens wordt gewaardeerd.

De titel heb ik al: Only love remains.

Met dank aan Guy McPherson.

De oude witte man en het meisje van zestien

Francisco_de_Goya,_Saturno_devorando_a_su_hijo_(1819-1823)

DOOR CARL STELLWEG

Je hebt je beste jaren achter je, de hangpens en erectiestoornis zijn je voorland of al een ontmoedigende realiteit. En dan word je ook nog eens op mysterieuze wijze in verlegenheid gebracht door een meisje van zestien dat eruit ziet als een meisje van twaalf en je tegen alle afspraken in de waarheid zegt.

De oude witte man van heden ten dage heeft het niet makkelijk en dat is een feit.
En ook de oude witte vrouw van heden ten dage, die niets anders in haar leven heeft dan de oude witte man van heden ten dage, is niet te benijden. Die is soms nog bozer dan ‘manlief’.

Voor de oude witte man van heden ten dage vallen meisjes van zestien uiteen in twee categorieën.

Categorie één: het verboden jonge stoeipoesje dat te vinden is in de rioolbuizen van het internet of voor een habbekrats kan worden opgehaald dan wel plaatselijk misbruikt in landen als Thailand.

Categorie twee: het dochtertje dat kwettert en snatert en posters van paarden en popsterren op de muren van haar meisjeskamer heeft hangen, dat af en toe op aandoenlijke wijze met zichzelf overhoop ligt maar pappa nog altijd op handen draagt en naar hem luistert als het erop aan komt.

De kans is nihil dat het meisje waarover het hier gaat posters van paarden en popsterren op haar kamer heeft.

Nee, daar hangen de klimaatmodellen van het IPCC, het Intergovernmental Panel for Climate Change.

De klimaatmodellen van het IPCC die onverbiddelijk wijzen naar de ondergang van de wereld. Onze wereld. Al jaren en jaren doen ze dat, de klimaatmodellen van het IPCC, daarnaar wijzen, en vandaar dat 99 procent van de mensheid er met afgewende blik langs loopt.

Dit jonge meisje, dat haar blik niet afwendt, heeft papa niet nodig, heeft papa nooit nodig gehad. Kan papa missen als kiespijn.

Het leeft in haar eigen wereld, maar kijkt vanuit die eigen wereld naar de wereld om haar heen, en ziet, met kristallen helderheid, een helderheid van ijs en vuur, hoe deze wereld Werkelijk Is.

Greta_Thunberg_7

En dat is tegen alle afspraken in! Dat gaat tegen alle redelijkheid in! Dat kind is gestoord!

Dat laatste ongetwijfeld. Asperger heet haar stoornis officieel. Ik zou het willen noemen: cognitieve harmonie. Cognitieve harmonie in een wereld van cognitieve dissonantie.

Eens te meer maakt het jonge meisje waarover ik het heb een keiharde stelregel duidelijk: jonge mensen zijn goed en oude mensen zijn slecht.

Jonge mensen hebben nog idealen en lopen over van energie, jonge mensen kunnen snel denken, jongen mensen worstelen met grote levensvragen, en voor jonge mensen is vriendschap het belangrijkste dat er is.

Oude mensen hebben zich laten corrumperen door allerlei kleine belangen, laten de schouders elk inwisselbaar jaar dat ze verder leven verder hangen, houden zich niet langer bezig met grote levensvragen maar met hun verzekeringen en hypotheek, hebben nergens meer tijd voor omdat ze zo traag zijn als stroop, en hebben geen vrienden meer maar kennissen.

Bovendien zijn jonge mensen mooi en oude mensen lelijk. Ook niet onbelangrijk. Het oog wil immers ook wat.

youth

Jongen mensen zijn natuurlijk ook wel eens irritant. ‘Als ik die geborneerde poppenkopjes van vroeger zie, schiet ik in de lach,’ schreef wijlen Johnny van Doorn, overigens zelf altijd kind gebleven. Maar de geborneerdheid van de ouden, die is pas erg.

Het bovenstaande is van alle tijden.

Maar de oude mensen van nu, die zijn wel heel erg slecht. Slechtere, nuttelozere oude mensen dan die van nu, die zullen er in de hele geschiedenis van de mensheid misschien niet zijn geweest. En daarmee bedoel ik: de babyboomers en postbabyboomers.

Even recapituleren: de generatie van de wederopbouw wist uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog een wereld van ongekende welvaart op te bouwen. Een mooie wereld, niet perfect, maar de mooiste wereld die er ooit was geweest. Het was aan de babyboomers en postbabyboomers om deze wereld nog mooier te maken door het accent te verleggen van welvaart naar welzijn. Maar na een hoopvolle aanzet in de jaren zestig en zeventig verruilden de babyboomers en postbabyboomers hun idealen voor een ongebreideld, krankzinnig consumentisme, vervingen ze het humanistische ideaal van de zelfontplooiing door het nihilistische ideaal van de zelfbevrediging en verkwanselden daarmee willens en wetens de toekomst van hun kinderen.

Willens en wetens, want de waarschuwingen dat ze die toekomst aan het verkwanselen waren, die waren legio. En nu is het te laat.

Ik ben zestig. Wat zou ik doen, als ik nu zestien was, en ik kreeg te horen dat volgens conservatieve en rigoureus geëvalueerde wetenschappelijke modellen de kans niet denkbeeldig is dat de mensheid het einde van deze eeuw niet haalt? Wat zou ik doen? Ik smeet al mijn leerboeken in het gezicht van mijn leraar, en ik ging de straat op. En dat is er wat er nu gebeurt.

En wat zeggen de ouden? Nadat ze de jongeren van nu eerst jarenlang hadden verweten geen idealen meer te hebben, alleen maar geïnteresseerd te zijn in smartphones en videospelletjes, hebben ze het lef die jongeren nu te verwijten dat ze demonstreren in plaats van naar school gaan, dat ze spijbelen.

Evenzo krijgt het meisje van zestien dat de oude witte man van heden ten dage zo dwars zit het verwijt dat ze zich met grotemensendingen bezig houdt, dat ze voor haar eigen zielenheil weer een ‘gewoon’ meisje van zestien moet worden. Alsof zij gewoon is. Alsof iedereen gewoon moet zijn.

Dit meisje van zestien wordt aangewreven dat ze een dader-slachtoffermodel hanteert. Maar er is een keiharde grens tussen de oudere generatie die tenminste nog een leven heeft gehad, en alleen maar aan haar eigen leven heeft gedacht – de daders – en de generatie die geen leven heeft om naar uit te kijken: de slachtoffers.

Dit meisje van zestien polariseert om te mobiliseren. De jongerenbeweging die ze bezig is op te zetten, is bittere noodzaak. Ouderen die zich aangesproken voelen, kunnen op haar afgeven, maar ze doen er beter aan zich bij haar aan te sluiten, zich solidair te betonen met haar en haar generatie. Dat is wel het minste. Anders wordt dit een generatiestrijd als nooit tevoren.

clone tag: -7192154786309135795

Er wordt haar ook verweten dat ze zwart-wit denkt. Ze geeft dat zelf grif toe. ‘Ik zie de dingen zwart-wit en ik houd niet van liegen.’ Niets zou zwart-wit zijn, wordt haar voorgehouden. ‘Een gevaarlijke leugen’, zegt ze terecht in deze speech, de indrukwekkendste speech sinds Martin Luther King.

Dan nog één ding. Ouderen beginnen, als ze niks beters meer weten, als ze run out of excuses zijn, nogal vaak over ‘hoop’. Maar ‘hoop’ is gif. Of op zijn best een verdovende impuls. ‘Hoop’ staat in mijn top-vijf van ajakkiebah-woorden, samen met smegma, vleesboom, darmflora en tenenkaas. Ouderen hebben altijd hoop, jongeren niet. Jongeren zijn hoop.

‘Ik wil jullie hoop niet,’ zei Greta Thunberg. ‘Ik wil niet dat jullie hoopvol zijn. Ik wil dat jullie in paniek raken.’

En toen begreep ik dat zij en ik verwante zielen zijn.

Dit verhaal is ook te lezen op HoeMannenDenken