Archief voor maart, 2012

Schimmelcultuur van de Nederlandse media

pglu-Rutger_Castricum

On
derstaand stukje publiceerde ik op 25 november 2009 onder het pseudoniem Ave Mundus , op het inmiddels verscheiden weblog wegmetinternet.nl. Deels is het achterhaald. Toch biedt het, in het licht van de voortschrijdende Rutgerisering van de Nederlandse journalistiek en de discussie daarover, misschien nog aardig leesvoer. Komt-ie:
Als rechtgeaarde linkse rakker weet ik het nodige van de Derde Wereld. En geloof het of niet, daar heb ik nog wat aan ook. Kennis van exotische gebieden overzee leert ons namelijk ook iets over ons eigen volgevreten narcistische kleine helletje, te weten Nederland. Dat klinkt kras, want wat zouden wij nu kunnen leren van onderontwikkelde arme drommels die niet eens allemaal een Twitter-account hebben en dus nog in de virtuele middeleeuwen leven? Dat zal ik uitleggen.
In de jaren negentig kwam ik geregeld in de Derde Wereld. De meeste mensen daar hebben minder geld dan wij, en ook minder vrijheid, en zijn toch vaak wat beter te pruimen, wat minder kil en neerbuigend en arglistig in de omgang dan wij. Ik mag sterven als ik lieg, maar types als Dominique Weesie, bijvoorbeeld, die kom je daar in het wild praktisch niet tegen, wat toch wel een kleine zegen kan worden genoemd. Misschien komt dat omdat Derde Wereld-bewoners gewoon aardiger zijn. Als linkse gelovige neig ik naar deze opvatting. Een cultuurkwestie. Hun cultuur is superieur, veronderstel ik. Maar ik erken ook de mogelijkheid dat bescheidenheid, beleefdheid en niet voor je
beurt spreken een overlevingsstrategie vormen voor Derde Wereld-bewoners. Want in tal van aspecten van het dagelijks leven moeten ze continu op hun tellen passen.
Hoe dan ook, ik kwam er graag, ondanks de vreselijke misstanden die er heersten. Het was een andere, leerzame wereld. Dominique Weesie, zelfverklaard bestrijdertje van misstandjes betreffende een totalitair Nederlands overheidje of iets dergelijks, die raad ik aan om er ook eens een kijkje te nemen. Maar dit terzijde. In de jaren negentig werd ik nogal eens als krantenverslaggever naar de Derde Wereld gestuurd. Een mooie tijd. Twee maal was ik getuige van een ‘mediarevolutie’: de regimes van Algerije en Iran waren door omstandigheden gedwongen de teugels wat te laten vieren. Het gevolg was een explosieve groei van de tot dan minuscule en door de staat gecontroleerde dagbladensector. Het aantal krantentitels verveelvoudigde in korte tijd. Hartverwarmend en hoopgevend vonden we deze ontwikkeling in het Westen. Uiteraard was er van enthousiasme bij de plaatselijke regimes geen sprake. Zij betichtten deze nieuwe kranten, die hen niet gunstig gezind waren, van valse en onzorgvuldige berichtgeving.
Helaas: daarin hadden die dictatoriale, immorele en corrupte regimes vaak gelijk. Met al hun prijzenswaardige moed bleken veel nieuwe journalisten namelijk niet goed te weten wat het vak inhoudt. Berichten werden op basis van geruchten en zonder toepassing van hoor en wederhoor gepubliceerd. Verdachtmakingen zonder bronvermelding vulden de kolommen. Vanzelfsprekend hadden de dictatoriale regimes tonnen boter op hun hoofd, maar hoe je het ook wendt of keert, hun kritiek was terecht.
Nee, de nieuwe journalisten in deze ontwikkelingslanden hadden weinig ontwikkelde opvattingen over hun vak, over vrijheid en over democratie. De vraag is of je ze dat erg kwalijk mocht nemen. Ze konden immers nauwelijks putten uit enige ervaring op het gebied van vrijheid, democratie en volwaardige journalistiek.