Archief voor april, 2011

Edele Wilden, ooit

MasaiKids

Een parabel over de verloren schoonheid van de waarheidsvinding, in drie afleveringen

Aflevering 1

 

Het is nog niet eens zo lang geleden dat men ’s morgens vroeg onze rijzige gestalten door het open veld kon zien marcheren. Vervaarlijk moeten wij er hebben uitgezien, met die reusachtige verentooien, loom wiegend op onze hoofden in de warme savannewind – vervaarlijk en tegelijkertijd aandoenlijk onschuldig.

Edele wilden, dat waren we. Kinderen van de natuur. Dat durf ik rustig te stellen. En het is nog niet eens zo lang geleden.

Waar gingen wij naar toe? Naar de kantoorgebouwen die na enige uren marcheren voor ons opdoemden. De kantoorgebouwen waar wij ons dagelijks nuttig maakten. Ja, waar wij ons misschien wel eens nuttig maakten.  Vastberaden verlieten wij dagelijks onze biotoop, het open veld, de savanne, de wildernis, om ons in gindse kantoorgebouwen nuttig te maken.

Eenmaal daar aangekomen, op wat wij  de ‘redactie’, maar soms ook gewoon ‘de krant’ noemden,  staken wij eerst maar eens een sigaar op.  En zeker niet altijd zo’n kleintje. Soms wel  een Cohiba, als we echt trek hadden. Cubaans.  Het kon er af, in die dagen. Het was nog geen Schraalhans Keukenmeester bij de krant.  Niemand die er wat van zei. Sterker nog: niemand die er wat van mocht zeggen. Sterker nog: wie er tóch wat van zei, die mocht wel oppassen. Die liep een gerede kans die dag gehavend het pand te verlaten. Wie bezwaar maakte tegen een beetje geurige Cubaanse tabakswalm, een collega zijn rokertje misgunde, die werd meestal aan zijn benen uit het raam gehangen. Soms wel een half uur lang. Daarover hoefde niet eens eerst te worden vergaderd.

Nog fermer traden wij op tegen de enkelingen bij wie wij een meewarig lachje meenden te bespeuren wanneer de woorden ‘inhoud’  en ‘diepgang’ vielen. Of die zich schuldig maakten aan vuilbekkerij. Nieuwelingen meestal, pas afgestudeerden aan de een of andere moderne prutsersacademie, die ongepaste termen in de mond namen als ‘lezersbehoefte’, ‘nieuwsmanagement’  en ‘crossmediale aanpak’. Die werden krachtig bij de riem en in het nekvel gegrepen en naar het dak van het redactiegebouw getroond. Niet veel later kon de gemeentelijke reinigingsdienst zich dan van haar taken kwijten.

Het moet gezegd dat het gemeentelijk ambtenarenkorps steeds gedienstig voor ons in de houding sprong. Het moet gezegd dat zowat iedereen steeds gedienstig voor ons in de houding sprong. Wij boezemden angst en eerbied in. ‘De koningin der Aarde’, zo heette onze beroepsgroep, onze stam, officieus. Kisten vol Cohiba’s werden wekelijks ter redactie afgeleverd om onze goedgunstigheid te verwerven (zo werden wij sigarenliefhebbers). Wij twijfelden niet aan onze waarde, onze betekenis.

Lees meer

De warme geometrie in het werk van Hans van den Tol

X15

Ik woon in een bijzondere wijk in Rotterdam: het oude terrein van de gemeentelijke drinkwatervoorziening, met veel markante, semi- industriële gebouwen uit de 19de eeuw, waarvan enkele tot monument zijn uitgeroepen. Kroonjuweel is een uit 1873 stammende watertoren, die de wacht houdt bij de Maas op het punt waar de rivier groots en meeslepend het stadshart in zwenkt. Het is de oudste nog bestaande watertoren van Nederland, naar het schijnt, maar sinds 1978 is hij niet meer als zodanig in gebruik. Tegenwoordig biedt hij huisvesting aan opmerkelijke mensen met opmerkelijke talenten als Hans van den Tol.

Ik kom graag bij hem langs, want Hans is een aimabele, intelligente man met een leuk, mild-sardonisch gevoel voor humor. En trouwens ook een prima kok. Bovendien krijg ik geen genoeg van het fenomenale uitzicht op de Maas die de twee hoge boogramen in zijn keuken bieden. Je mag stellen dat Hans heeft geboft met zijn woonruimte. Die hoeft niet met meubels te worden verfraaid, en die bezit Hans dan ook bijna niet, wat me ook al voor hem inneemt. In zijn huiskamer staan een lange werktafel met een oude Apple-computer en iets dat lijkt op een bank. C’est tout. Veel belangrijker zijn de grote, zeer in het oog springende schilderijen aan de muur. De eerste keer dat ik bij hem op bezoek was vroeg ik hem natuurlijk hoe hij daaraan was gekomen en wie ze had gemaakt.  Te oordelen naar de kwaliteit, moesten ze een vermogen hebben gekost.  Het antwoord was van een roerende eenvoud. De schilderijen waren van zijn eigen hand.

Ik liet het hem niet merken, maar voelde onversneden bewondering. Ik wist dat Hans allerlei talenten had; dat hij ooit zakelijk succes oogstte met patronen voor wandbekleding waarvoor hij eigen software had ontworpen; en dat hij oude filmposters restaureerde, een prachtig vak waarvan ik me niet kan voorstellen dat het veel beoefenaars kent. Hier ziet u hem aan het werk, maar u moet beslist even naar zijn site gaan om u ervan te vergewissen wat er bij dat restaureren van filmposters komt kijken en hoe mooi die posters zijn.

Kijk, het implementeren van beleidsvormen, het aansturen van werkprocessen, of het evalueren van pilotprojecten – ik heb echt een geweldig respect voor mensen die om wat voor reden dan ook ervoor kiezen zich met dergelijke zaken onledig te houden. Er zal vast wel enig doel mee worden gediend, al heb ik geen idee welk en klinkt een en ander  mij als vreselijke malligheid in de oren. Maar wat ik pas echt knap vind, dat is wanneer iemand een hele grote oude Bollywood-filmposter in oude luister kan herstellen. Dat vind ik van een welhaast onschatbare waarde – een clichématige formulering, maar ze drukt precies uit wat ik bedoel. Ook al ben ik nog nooit naar een Bollywood-film geweest en zou ik zo’n film misschien niet eens kunnen uitzitten – dat doet er nauwelijks toe. Hans’ noeste arbeid verricht hij in dienst van de schoonheid, niet meer en niet minder. Zijn ambacht is in economisch opzicht misschien van ondergeschikt belang, maar in al die andere opzichten die er nog meer zijn, hoogst relevant. Stel dat er geen mensen meer zijn die zich in het zweet werken om mooie dingen voor het bederf te behoeden: wat baat dan nog al dat implementeren, aansturen of  evalueren? Dat heeft dan ook geen zin meer. Dan mogen we met z’n allen terug naar de wildernis, het oerwoud, de savanne, de ijsvlakte en wat dies meer zij, want dan is de beschaving toch ten einde.

Lees meer

Klokkenluiden voor de kat z’n k.. op het internet

DIETERLE-1939-The-Hunchback-of-Notre-Dame-Esmeralda-la-zingara-f-1

Het onderstaande artikel schreef ik ooit voor wegmetinternet.nl, een uniek weblog dat – zoals de naam al verraadt – ageerde tegen het internet. Het world wide web is immers lang niet altijd leuk en nuttig. Het wordt ook gekenmerkt door zielloze wildgroei en een vaak schaapachtige domheid.

Weinigen op datzelfde internet onderkenden de ironie van onze onderneming. Dat was veelzeggend en sterkte ons in de opvattingen die we over het medium koesterden.

Roependen in de woestijn waren we. Maar aan ons was de schoonheid van een gefundeerd, standvastig en vlijmscherp verwoord tegengeluid.

Wegminternet.nl is vanwege onderlinge onenigheid al enige tijd ter ziele. Alhoewel, ter ziele… nee, toch niet helemaal. In een onvindbare virtuele krocht leidt het een sluimerend bestaan. Net als de ‘twaalfde imam’, een mystieke figuur waarin sjiitische moslims geloven, is het ‘in verborgenheid gegaan’ , om op de dag van de afrekening weer tevoorschijn te komen. En berge dan wie zich bergen kan!

Ooit zullen wij zegevieren. Of de wereld gaat naar de ratsmodee.  Ja, het is van tweeën één.

Hier het verhaal…


Klokkenluiden voor de kat z’n k.. op het internet


Eigenlijk zou je de verspreiders van excentrieke complottheorieën op het barre internet met rust moeten laten. Een verstandig mens verdoet zijn tijd niet met het terechtwijzen van zonderlingen. Maar soms kunnen zelfs zonderlingen niet worden genegeerd. Omdat zij de complottheorie een slechte naam bezorgen – terwijl een goede complottheorie wel degelijk bestaansrecht heeft.

Nee, ik geloof niet dat onze koningin een ‘genocide op het Nederlandse volk beraamt’. Net zo min als ik geloof dat de Amerikaanse regering achter de aanslagen van 11 september 2001 zat. Ik geloof ook niet dat prinses Diana in opdracht van het Britse koningshuis is vermoord. Of dat Paul McCartney al in 1966 is overleden en vervangen door een dubbelganger.

Ik ben zelfs geen klimaatontkenner. Maar dat er veel rottigheid is in de wereld – rottigheid die achter ‘onze’ rug wordt bekokstoofd en van een soms nauwelijks te bevatten verfoeilijkheid is – dat geloof ik wel en daarvan kan ik u wel enkele sterke staaltjes vertellen, als u erop staat.

Lees meer