Archief voor maart, 2011

Beeldschone betogen: Palestijnen hebben geen Jordaanse optie

Palestinian_refugees

(Foto: Palestijnen op de vlucht, 1948)

Bescheidenheid is niet mijn grootste deugd, zeggen sommigen die menen recht van spreken te hebben. Het zij zo. Toch bezweer ik dat de titel van deze rubriek - ‘Beeldschone betogen’  - ironisch is bedoeld. Al ben ik inderdaad wel zo onbescheiden hier wat artikelen te plaatsen die ik voor onder meer de Volkskrant en het VARA-weblog Joop.nl heb geschreven. Misschien vindt u ze interessant.

Als eerste bijdrage een artikel dat op 21 dcember 2010 in de Volkskrant verscheen als reactie op een stuk van Geert Wilders: ‘Palestijnse staat is er al lang: Jordanië.’

Palestijnen hebben geen Jordaanse optie

Het een illusie te denken dat Jordanië dienst kan doen als Palestijnse staat, zoals Geert Wilders in een opiniestuk betoogde.

Carl Stellweg

Het artikel ‘Palestijnse staat is er al lang: Jordanië’ van Geert Wilders is weer knap propagandawerk: qua feiten in grote lijnen correct, maar evengoed misleidend, en uitmondend in een oplossing die op het oog van een verleidelijke logica en eenvoud is, maar in de werkelijke wereld geen hout snijdt.
Wilders’ oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem – ‘verhuizing’ van 2,7 miljoen van hen naar Jordanië – zal er nooit komen, omdat ze haast net zo onuitvoerbaar is als de terugkeer van al die vluchtelingen naar Israël en een nog op te richten Palestijnse staat.

Lees meer

The whole mess… almost

gcorso

Then Beauty … ah, Beauty –
As I led her to the window
I told her: “You I loved best in life
… but you’re a killer; Beauty kills!”
Not really meaning to drop her
I immediately ran downstairs
getting there just in time to catch her
“You saved me!” she cried
I put her down and told her: “Move on.”

Dit fragment uit het gedicht ‘The whole mess… almost’ van Gregory Corso is het motto geworden van mijn roman Mijn beeldschone aandoening. Gregory Corso (1930-2001) behoorde tot de Beat Generation, een invloedrijke groep Amerikaanse schrijvers die in de jaren vijftig en zestig hun hoogtijdagen beleefden. Eigenlijk weet ik weinig van ze af. Ja, ze waren vrijgevochten. En ja, ze hadden een afkeer van alles wat burgerlijk was. Zeker, ze waren wegbereiders van de roerige jaren zestig. Niet mis allemaal, maar het legendarische ‘On the road’ van Jack Kerouac, dat ik ooit  met hoge verwachtingen begon te lezen, stelde me zwaar teleur. Ik vond het gewoon een saai boek. That’s not writing, that’s typing. Dat had Truman Capote erover op te merken en dat was wat mij betreft precies in de roos.

Ik heb zo’n idee dat de enige Beat-schrijvers van belang de licht hysterische Allen Ginsberg, de alleszins gestoorde William Burroughs, en Gregory Corso waren. Corso was niet hysterich, noch gestoord, wel getourmenteerd en onaangepast. Zijn 16-jarige moeder vertrok met de noorderzon toen hij een maand oud was. De eerste elf jaar van zijn leven bracht hij bij ten minste vijf pleeggezinnen door, zijn vader bezocht hem nooit. Hij groeide op als kleine straatcrimineel, maar vatte in de gevangenisbibliotheek een liefde op voor de klassieken. Daarmee werd de basis gelegd voor poëzie die zowel streetwise als verheven is.

Ooit beschreef Jack Kerouac Gregory Corso als a tough young kid from the Lower East Side who rose like an angel over the rooftops and sang Italian songs as sweet as Caruso and Sinatra, but in words…

Of dit eerbetoon overdreven is of niet, het is stellig het mooiste dat ik van Kerouac heb gelezen.

Lees meer

Romy Schneider en de erotiek van het roken

Romy+Schneider+3

Kijk, ik mag dan om redenen die ik liever voor me houd, enkele jaren geleden zijn gestopt met roken, in mijn hart blijf ik een roker. Rokers, zo luidt mijn stellige overtuiging, zijn over het algemeen betere mensen dan niet-rokers. Hoe moet ik het uitleggen? Wie niet een respectabel deel van zijn leven aan de kankerstok verslingerd is geweest, die heeft niet ten volle geleefd. Die heeft zich laten insnoeren in een korset van kleingeestige deugdzaamheid en bedilzucht. De schrille toon waarop de nicotinevrije activisten almaar strengere maatregelen eisen tegen de rokende medemens doet mij wanhopen aan het vermogen tot wezenlijke vooruitgang dat onze beschaving in zich bergt. Omdat je altijd nare mensen houdt die andere mensen om een wissewas de brandstapel op jagen, als ze de kans krijgen.

Overigens geloof ik domweg niet dat het roken zo’n verwoestend effect heeft op de volksgezondheid als wordt beweerd. Want als dat zo zou zijn, hoe komt het dan dat de generatie rokers bij uitstek – de oorlogsgeneratie, zeg maar – niet is dood te meppen, waardoor we nu met het probleem van de vergrijzing zitten opgescheept? En zelfs al was roken zo schadelijk als wordt beweerd en zou het leven er aanzienlijk door worden bekort, dan betekent dit toch niet dat onze gezondheidszorg op kosten wordt gejaagd? Integendeel, vroegtijdig overleden rokers leveren juist een besparing op, zegt mijn gesundendes volksempfinden me.

Enfin, volgens mij zit er meer achter. Volgens mij hebben de stichtingen Stivoro en Clean Air een geheime agenda: alle erotiek uit de samenleving bannen. De stichtingen Stivoro en Clean Air worden in mijn fantasie bemenst door chronisch geconstipeerde dames met grijze utiliteitskapsels die elke dag naar hun werk gaan op kleine, door hun machtige dijen goeddeels aan het oog onttrokken snorfietsjes.

Wat roken dan met erotiek te maken heeft? Wat een vraag! Kijk maar naar Romy Schneider in onderstaand filmpje, dat ik graag in dit blog opneem ter compensatie voor de onbegrijpelijke omissie dat er in mijn romanties-decadente roman Mijn beeldschone aandoening niet wordt gerookt! Ik snap zelf niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen. Het was in ieder geval niet om de chronisch geconstipeerde dames op snorfietsjes te vriend te houden, dat bezweer ik, want die haat ik.

Genoeg! Rest mij slechts om alle activistische niet-rokers het boek Holy Smoke (dat toevalligerwijs bij dezelfde uitgeverij verschijnt als mijn roman) op het hart te binden. Om betere mensen van ze te maken. Verder heb ik ze alleen nog dit toe te voegen: Relax Baby Be Cool.

YouTube voorvertoningsafbeelding

Charles Bukowski: onbegrepen meester van het elegante proza

bukowski

Mijn roman bevat geen verwijzing, direct of indirect, naar Charles Bukowski (1920-1994), dichter en prozaïst van de Amerikaanse zelfkant. Toch mag hij in dit blog niet ontbreken, want hij heeft veel invloed op mij gehad. Het ligt niet voor de hand zijn stijl ‘elegant’ te noemen, niettemin dringt deze kwalificatie zich aan mij op als ik zijn werk lees: elegant en welluidend.

Zelf zou hij het ongetwijfeld een belediging hebben gevonden om een ‘mooischrijver’ te worden genoemd, maar toch was hij dat: een mooischrijver in de goede zin van het woord. Zijn zinnen mogen vaak simpel zijn en de observaties niet zelden aan de rauwe kant, maar er zit niets in dat knarst of wringt, er is niets dat niet vloeiend loopt, dat een onnatuurlijke, gekunstelde of onoprechte indruk maakt. Het is direct, trefzeker en sluitend, het biedt pijnlijke, messcherpe inzichten en het is ook nog eens gezegend met een superieure relativerende humor en zelfspot. Bukowski was een groot stilist. Misschien moet je zeggen dat zijn proza van een hardhandige schoonheid is.

Bukowski en schoonheid? Zijn dat dan geen onverenigbare grootheden? Kots, bloed, vuil, groezelige seks en destructieve waanzin, daar zit zijn werk vol mee. Met overduidelijke graagte hing hij de onhandelbare dronkaard uit. Hij tierde en schold, vooral tegen zijn vriendinnen, en niet zelden in het openbaar. Mensen die hem goed gezind waren terroriseerde hij met zijn onberekenbaarheid. De vele close-up foto’s die van hem bestaan, bewijzen dat hij koketteerde met zijn grote, pokdalige apenhoofd.

Maar dat alles zegt weinig over zijn betekenis als schrijver. Hij had geen afkeer van schoonheid, maar van esthetiek. Hij verachtte verfraaiing en vergoelijking, hij schreef over wanhoop, over de bikkelharde bodem van het menselijk bestaan. Over hoeren, dronkaards en mislukkelingen. De grootheid van zijn werk lag hierin dat hij hen menselijk maakte, diep menselijk, zonder enige valse troost te bieden, laat staan dat hij een spoortje sentimentaliteit aan de dag legde.

Bukowski verkocht geen laffe praatjes. Toch voel ik een wonderlijke onderliggende weemoed en plechtstatigheid, iets gewijds, ja zelfs muzikaals in de manier waarop hij het mensdom in zijn ellendigste staat portretteerde. Het getuigt van uitzonderlijk talent als je een lyriek van de goot kunt oproepen, zonder je te buiten te gaan aan romantisering, zonder ooit je toevlucht te nemen tot bloemrijke formuleringen of troostende metaforen. Wanneer hij schreef, luisterde hij naar klassieke muziek en dat is op de een of andere manier goed voor te stellen. De pianist Willem van Ekeren maakte liederen van zijn gedichten, gebaseerd op het Wohltemperierte Klavier van Johann Sebastian Bach. Het effect is verbazingwekkend.

Bukowski was een compromisloze schrijver. Niets was hem heilig, behalve de waarheid. En de waarheid is, in literatuur, altijd mooi. Soms hartverscheurend mooi, soms even onbedoeld als onontkoombaar elegant – zoals bij Bukowski.

Hieronder drie interpretaties van het gedicht ‘Bluebird’.

YouTube voorvertoningsafbeelding
YouTube voorvertoningsafbeelding
YouTube voorvertoningsafbeelding