Archief voor maart, 2011

Juno, of de stem van het wezen tussen servet en tafellaken

juno1

Fictie en werkelijkheid spreken elkaar niet zelden radicaal tegen. Neem pubers. In het dagelijks leven kan ik vrij slecht met ze overweg, maar in gefictionaliseerde vorm ben ik ze juist zeer toegedaan. ‘Niets dan genegenheid heb ik deze wezens tussen servet en tafellaken te bieden.’  Dat zegt de vrijgezel op leeftijd – en eeuwige adolescent – Jacko, de hoofdpersoon van mijn roman Mijn Beeldschone Aandoening.

Waarop nog deze ontboezeming volgt:  ‘Laatst stond ik in een kleine, propvolle kermistent achter een groepje meisjes en jongens van een jaar of zestien. Het leken me aardige kinderen. Mijn neus stak haast in de kruin van het meisje voor me. Die kruin rook lekker. Haar buurvrouw draaide haar hoofd om en glimlachte naar me. De ouwe lul kon er kennelijk nog mee door. Zij ook – niet nóg, maar ál – en dat wist ze zelf waarschijnlijk heel goed. Ik schaamde me niet voor mijn begeerte, omdat er meer was dan dat: een verbondenheid met hun jeugd, die een beter mens van mij maakte.’

Nee, fictie en werkelijkheid leven doorgaans in gescheiden compartimenten. Maar soms komen ze elkaar tegen. Soms vallen ze elkaar in de armen. Dan is het net of er iets het dagelijks leven binnenspoelt dat verdacht veel weg heeft van poëzie. De man op wie mijn romanfiguur Jacko gedeeltelijk is gebaseerd en die ik maar al te goed ken, een man die normaal gesproken weinig op heeft met zestienjarigen, herinnert zich dat hij tijdens het hierboven beschreven, allerminst fictieve maar daarom niet minder bijzondere moment, even het gevoel had dat het meisje en hij, zo opeengepakt in die propvolle kermistent, elkaar zeer na stonden. Ondanks het verschil  in jaren, uiterlijk, ervaring en – naar je mocht aannemen – interesses. Was dat wat haar glimlach betekende? Las ze in zijn blik dat hij waarschijnlijk nauwelijks meer van het leven wist dan zij? Zo ja, dan geneerde hij zich daar niet voor. Sterker, hij voelde een eigenaardige trots. Hij was nog jong en dat was herkend – door iemand die drie keer zo jong was als hij.

Wat gebeurt er met ons na de puberteit? We vinden een zekere balans. We raken niet meer zo gemakkelijk van ons stuk. We krijgen eelt op onze ziel. We pakken ons goed in tegen het ongeluk. Die verhoorning, dat voorbehoud, die heten volwassenheid. Vandaar dat de herinneringen van volwassenen aan de puberteit zo vreemd diffuus zijn, terwijl je toen toch eigenlijk al was wat je nu bent. Om ernaar terug te keren moet dat hele moeizaam verworven schild weer worden ontmanteld, die beschermende aangroei van jaren worden verwijderd, dat pantser van steunkousen, windsels en zwachtels worden afgewikkeld waarmee wij ons tegen het bestaan hebben gewapend – maar waarbinnen het wezen tussen servet en tafellaken altijd naar erkenning is blijven verlangen.

De grootste belemmering vormt misschien nog het Grote Smoezenboek dat volwassenen aanleggen om hun teleurstellingen toe te dekken. Een terugkeer naar de jeugd houdt maar al te vaak een afrekening met het heden in: wat heb ik er eigenlijk van gebakken? Wat heb ik waargemaakt van mijn verwachtingen?

Lees meer

Toch maar een keer naar Pierrot le Fou

Pierrot le Fou (1965)

Het is me een raadsel waarom het sommige schrijvers is toegestaan het ene rotboek na het andere te schrijven. Nee, ik bedoel geen Van Royen of Kluun, die in hun soort misschien best goed zijn. Ik bedoel veeleer brabbelaars als Abdelkader Benali, die hooguit mild worden berispt voor de pseudoliteratuur die ze de hemel weet waarom ten beste mogen blijven geven. Ze  krijgen hoe dan ook aandacht, al is het in de vorm van kritiek. Andere, gedreven en vakbekwame auteurs worden daarentegen volledig over het hoofd gezien, ook die van wie het werk verre van ontoegankelijk is.

Neem nu de politicoloog Hein-Anton van der Heijden, die vorig jaar op 59-jarige leeftijd zijn eerste roman – De zomer van Godard – uitbracht. Een pracht van een roman is het geworden. Het doet een beetje denken aan  Thomas Verbogt, of aan Tim Krabbé: spelingen van het lot, een verloren liefde, de kracht van herinneringen, een zoektocht die vanwege die herinneringen wordt ondernomen. Voeg daarbij soms ietwat professoraal aandoende, maar interessante bespiegelingen over literatuur, cultuur, politiek en maatschappij – en je houdt een verhaal over dat net iets meer biedt dan dat enigszins opgelegde, typisch mannelijke gevoel van romantische verlatenheid waarmee Verbogt en vooral Krabbé nogal eens koketteren.

De Zomer van Godard gaat over een man van middelbare leeftijd die de jaren zestig-idealen uit zijn jeugd niet kan loslaten. Een samenloop van omstandigheden brengt hem op het idee op zoek te gaan naar een geliefde die lang geleden plotseling uit zijn leven verdween, maar met wie hij die idealen, althans in zijn herinnering, intens heeft beleefd. Ik verklap verder alleen dat hij uiteindelijk een keuze moet maken tussen die idealen en haar.

Het boek is misschien niet virtuoos maar wel zeer aangenaam geschreven en boeit van begin tot eind. De zoektocht van de held ‘Thomas’ naar zijn ‘Olga’ van vroeger voert hem door de Franse provincie, die prachtig tot leven wordt gewekt. Nergens zijn de beschrijvingen langdradig. Integendeel, het is of er een zachte glans wordt aangebracht over de dorpjes en landschappen die Thomas op zijn queeste doorkruist. Dat is des te opmerkelijker doordat Van der Heijden feitelijk niet veel meer doet dan zakelijk noteren wat er te zien is. Hij weet dus iets op te roepen dat er niet staat, hetgeen getuigt van grote beheersing en subtiel vakmanschap.

Ultiem bewijs van de vaardigheid van de schrijver: het werk van filmer Jean-Luc Godard, en dan met name Pierrot le Fou (zie foto hierboven, met Jean-Paul Belmondo en Anna Karina), speelt een belangrijke rol in de roman. Nu houd ik absoluut niet van Godard, maar heb inmiddels toch besloten dat als Pierrot le Fou nog eens ergens draait, ik ga kijken. De vrijheidsdrang in die film, de hang naar roekeloosheid: die zouden me toch eigenlijk moeten aanspreken?

Ik ben een man die als een verwend, eigenwijs kind vasthoudt aan zijn antipathieën en sympathieën , dus een auteur die mij daar vanaf weet te brengen, die moet er iets van kunnen.

Lees meer

Een heel bijzonder surfmeisje

marla5

Onderstaand artikel is mijn bijdrage aan One11, een initiatief van Bas Mesters, correspondent voor onder meer NRC/Handelsblad in Rome. Hij vindt dat er meer journalistieke aandacht moet komen voor inspirerende mensen, ‘mensen die bouwen en niet breken’, om een tegenwicht te bieden aan de negativiteit en rampspoed waarvan het reguliere nieuws is vergeven.

Nu ben ik, als elke rechtgeaarde journalist, tuk op rampspoed en raak ik gedeprimeerd van woorden als ‘inspirerend’ en ‘positief’, maar toch meen ik te begrijpen wat Bas Mesters bedoelt. Een kleingeestig cynisme overspoelt West-Europa in het algemeen en de Lage Landen in het bijzonder, en het wordt tijd om daar iets tegenin te brengen. Ja, de wereld is vol gevaar en rottigheid en misleiding en al te goed is buurmans gek. Maar nee, idealisme is geen vies woord dat alleen maar wordt gebezigd door huichelaars die zich moreel superieur willen voelen. Of die ‘uit zijn op macht’, zoals dominee Grunberg bij herhaling beweert in zijn dagelijkse vermaning op de voorpagina van de Volkskrant.

Let wel: idealisme kan heel gevaarlijk zijn, maar anderzijds verandert er zonder idealen ook nooit iets ten goede en daarom is het helemaal geen slecht idee van Bas Mesters en zijn trawanten om de schijnwerpers te richten op mensen met idealen die deze ook in de praktijk brengen. En soms een groot persoonlijk risico op de koop toe nemen. Ja, echt, die mensen bestaan, die zich inzetten voor iets dat groter is dan henzelf en daarbij een hoge mate van onbaatzuchtigheid, vastberadenheid en moed aan de dag leggen. Die boven de middelmaat uitstijgen. Ze zijn er. Ik snap het ook niet, maar het is zo. Pech voor jullie, minne representanten van ‘een nijdasserig spitsburgerdom’ – om het in de woorden van wijlen Johnny van Doorn (Johnny the Selfkicker) uit te drukken.

One 11 vroeg aan elke belangeloos deelnemende journalist een motivatie te geven. Ik heb het kort gehouden, omdat ik niet vind dat journalisten met hun persoonlijke gevoelens en beweegredenen te koop moeten lopen. Maar dit is dus mijn motivatie:

‘Vaak is mij gevraagd of ik als journalist niet moe werd ‘van al die ellende’ of cynisch ‘van al dat onrecht’. Nee dus. Want ik ben ook onvergetelijke staaltjes moed en doorzettingsvermogen tegengekomen. Het is niet het menselijk tekort dat me is bijgebleven, maar het menselijk surplus.’

Als ik mijn roman Mijn Beeldschone Aandoening er heel even bij mag slepen: ook daarin is sprake van ‘streven naar een betere wereld’. Een van de personages die van dit idee is bezeten, een 14-jarige Duitse jongen, zegt: ,,Als het bestaan een zin heeft, wat zou die dan anders kunnen zijn dan streven naar een betere wereld? Ik kan echt niks anders bedenken.”

Lees meer

Denkend aan Courtney, zo af en toe

Singer Courtney Love exits Los Angeles Superior Criminal Division

Maanden kunnen verstrijken zonder dat ik denk aan Courtney Love, de omstreden weduwe van punkrockzanger Kurt Cobain, die zich alweer zeventien jaar geleden het leven benam. Maar altijd komt dan toch dat moment dat ze in mijn gedachten opduikt. Mijmerend op de bank, op de fiets naar mijn favoriete pannenkoekenhuisje in het Kralingse Bos, weifelend voor een schap in de Albert Heijn, of gewoon, tijdens het raadplegen van het ochtenblad op het privaat. Dan vraag ik me ineens af: hoe zou het tegenwoordig met Courtney zijn? Redt ze het wel? Er zal toch niks vreselijks zijn gebeurd in al die tijd dat ik niet heb opgelet? Gek, bij pak’m beet Britney Spears dringen dergelijke vragen zich nooit aan mij op, maar bij Courtney Love wél. Sporadisch weliswaar, maar als het gebeurt, word ik er zo  door overweldigd dat ik haar als de bliksem ga Googelen. Dat overkwam me dus weer een paar dagen geleden.

Geen slecht nieuws deze keer. Kijk eens aan, vorig jaar een nieuw, niet al te slecht gerecenseerd album uitgebracht. Mocht ook wel weer, na zes jaar. Maar ook was ze broodmager geworden omdat ze alleen nog macrobiotisch voer tot zich nam. Dat vond ik dan weer behoorlijk zorgwekkend. Ik probeer het idee van mij af te zetten dat voor types als Courtney een macrobiotisch dieet funest is, het begin van het einde. Nico, de even beeldschone als beruchte chanteuse van The Velvet Underground, werd ook uit ons midden gerukt nadat ze de heroïne eindelijk had afgezworen en akelig gezond was geworden. Getroffen door een fatale hersenbloeding werd ze. Fietsend op Ibiza, 47 jaar oud. En laat Courtney dit jaar nou ook 47 worden…

Lees meer

The King’s speech

the-kings-speech

Ja, ook mijn geliefde en ik wilden het met vier Oscars bekroonde The Kings’s Speech wel eens zien, maar toen we de bioscoopzaal betraden, sloeg de schrik ons om het hart: damn, het was krokusvakantie, en dus kwamen we tussen boerende, bellende en anderszins blèrende en blatende pubers te zitten. Maar de volgende anderhalf uur waren die pubers mooi muisstil, behalve bij scènes die echt grappig waren en waar dus ook echt om mocht worden gelachen. Alleen een bijzondere film kan zulks bewerkstelligen. En dat is The King’s Speech ook.

Bijzonder? Je zou ook kunnen zeggen: gewoon een oerdegelijk drama. De held – in dit geval de met een spraakgebrek behepte Britse koning George VI – kampt met een onoverkomelijk lijkende beperking, maar weet die na veel vallen en opstaan en een heroïsch innerlijke worsteling te overwinnen. Onder de moeilijkste omstandigheden, ook dat. Hij moet een krachtproef doorstaan en slaagt met glans, tegen alle verwachtingen in. Dankbaar en schoongespoeld door eigen tranen keert het publiek huiswaarts. Niets mis mee, maar verder? Wacht even: het punt is dat de oerdegelijkheid van deze film zichzelf als het ware overtreft, of ontstijgt, waardoor het verhaal je diep raakt en je voelt dat het veel meer is dan superieure kitsch.

Het is een verhaal over het wezen van moed. Er kan geen moed zijn zonder falen. Geen originele waarheid, en toch is het alsof ze je zelden eerder zo indringend is geopenbaard.

De mooiste kunst is nooit origineel en toch altijd nieuw, en zo is het.

Ook niet origineel, maar niet minder waar: Colin Firth is een geweldige acteur.